Olifanten in de lucht

Vandaag gaat het over de vormen die in de herfst zo vaak boven ons hoofd zweven. En over de getallen die je er aan kan hangen. Over wolken.

Ze lijken zacht en luchtig. En ze wegen minder dan de lucht eronder – anders zouden ze daarop niet drijven. Maar hoe zwaar zijn ze?

Wolken, dat weet je natuurlijk, bestaan uit een mist van fijne waterdruppels. Stel dat je die mist zou vangen in een doos van 1 meter breed, 1 meter lang en 1 meter hoog. En dat je de druppeltjes in die doos bij elkaar zou persen. Dan had je een knikker van water.

Hoe zwaar zou zo’n knikker zijn? Neem de mist uit een donzige stapelwolk, zoals je die in de zomer vaak ziet drijven. Van de mist uit zo’n wolk, gevangen in zo’n doos, kan je een knikker van 0,3 gram maken.

De volgende vraag is: hoeveel dozen passen er in zo’n stapelwolk? Een flink exemplaar is gemiddeld al gauw een kilometer breed, hoog en lang. Dat zijn duizend keer duizend keer duizend, ofwel een miljard dozen. Dan bestaat het water in die wolk dus uit een miljard knikkers van 0,3 gram. Samen: 300.000 kilo! Evenveel als zestig olifanten. Poeh!

En in de herfst, als boven heel Nederland een dikke, druilerige wolkenlaag hangt? In die wolkenmist zit iets meer water. Elke doos levert een waterknikker van 0,45 gram op.

Als je weet dat Nederland 41.500 vierkante kilometer in oppervlakte is én dat deze wolkenlaag zo’n 400 meter dik is, dan kun je nu zelf uitrekenen hoeveel olifanten er op herfstdagen boven Nederland zweven. Geen wonder dat veel mensen van het herfstweer een loodzwaar gevoel krijgen!