Nepmaan

Foto van de Week Arjen van Veelen schrijft wekelijks over een nieuwsfoto. Vandaag: de supermaan.

Foto Paul Kane / Getty Images

Omdat ik Trump-moe was ging ik naar de maan kijken. De maan zou supergroot zijn, hadden de media beloofd. Dat kwam mooi uit. Al dagen zwalkte mijn hoofd tussen totale hysterie en relativerende ironie. Voor beide had ik uitstekende datasets en argumenten. Maar beide waren geen prettige gemoedstoestand. Er bestond kortom behoefte aan gedroom.

De maan is het nachtlampje in de kinderkamer. En deze nacht zou er een supernachtlampje verschijnen. In mijn droom zouden overal op aarde de mensen opstaan om naar die Supermaan te staren, met de draaiing van de planeet mee, als een trage wave over de aardkloot, van Palmyra tot Palm Beach. Allemaal zouden ze even afleiding vinden van hun kleine en grote sores.

„Gaat u maar rustig slapen”, zou de Supermaan in onze oren schreeuwen. Gewoon gaan slapen, dat lijkt vaak het beste. Deze Maan kwam met goede timing.

De maan is de laatste waarheid die we delen, dacht ik, want we kunnen haar allemaal met eigen ogen zien. De Maan is ons enige gemeenschappelijke tv-programma.

Maar dikke bewolking boven Nederland maakte waarnemingen onmogelijk. Domper. En de volgende zou pas in 2034 komen.

En dat was nog maar het begin van de ellende. Want zelfs de maan bleek gepolariseerd.

Volgens sommigen was de Supermaan de vervulling van heilige profetieën: de nieuwe tijd van Trump. Anderen zagen juist een teken van de komst van de Grote Weerwolf, een onheilspellende, Apocalyptische maan.

En tot overmaat van ramp las ik dat de Supermaan helemaal niet bestond.

Dat laatste las ik dan weer in mijn eigen krant, die een heldere wetenschappelijke nuance aanbracht. Die ‘Supermaan’ was gewoon een pietsie groter dan normaal, het dimmertje ietsje opengedraaid: 8 procent groter en 16 procent helderder. „Dat klinkt niet echt sexy, vandaar dat veel media liever spreken van een ‘supermaan’.”

De Supermaan was een mediaverzinsel. De media maakten het weer eens groter dan het was. Belachelijk groot, zie de prachtige foto hierboven, genomen in Australië. Dankzij de telelens lijkt de maan een slagschip naast het roeibootje aarde. Ontzagwekkend.

Zelfs de maanfoto’s kon je kennelijk niet meer geloven. Dit was een nepmaan. Dat waren de feiten en daar moesten we het mee doen.

Maar mensen zijn de feiten een beetje beu. En ook daar moeten we snel iets mee doen.

In mijn hoofd bleef het toch spoken. Er was een weerwolf tot president gekozen. De goede mensen verloren zich in onderlinge achterhoedegevechten of gekissebis. En de wijzen zeiden op tv dat we moesten afwachten, als konijnen in koplampen, alsof de bewijslast niet even helder scheen als dat hemellichaam.

Ik hoorde wolven huilen en honden aan kettingen rukken en paarden hinniken en de vogels — opvallend stil.

Uit onderzoek blijkt dat er geen verband bestaat tussen extreme gebeurtenissen en volle maan. En dat is natuurlijk ook zo. Maar dat zegt weinig over de menselijke behoeften, wat de mensen zien. Mensen snakken naar legenden en mythen.

Hoe meer feiten er beschikbaar zijn – zie internet – hoe groter dat snakken naar een verband juist wordt.

En wat hebben we ze te bieden? Factchecks? Datasets? Voetnoten?

Mensen zoeken het nieuws dat past bij hun overtuiging. Niet andersom. De beste remedie tegen nepnieuws is daarom niet een factcheck, dat is dweilen met de kraan open, maar een betere overtuiging.

Er is niet eens een nieuw verhaal nodig. De leider die als een van de weinigen leek opgewassen tegen Trump, Bernie Sanders, kwam met een stokoud verhaal van zolder. Het ging over rechtvaardigheid en geweten en karakter. En hij bracht het ongestileerd, met een krasse stem oud als de wereld zelf.

En zijn verhaal leek ook nog extreem onrealistisch. Je checkte het zo kapot.

Ongeveer even onrealistisch als reizen naar de Maan ooit was. Een onbereikbaar verlangen, daar is veel poëzie van gekomen. Maar ook resultaat. De dromende Amerikanen vlogen er gewoon heen, optimistisch als ze zijn of waren. Het was een triomf van de wetenschap, ja, een huzarenstuk. Tegelijkertijd sprak niets zo tot de verbeelding. Er is alleen al ruim veertig jaar geen mens meer op de Maan geweest.

Misschien zou een missie naar Mars dat oude optimisme kunnen terugbrengen. Of zoals Matt Damon zegt in de film The Martian, over een astronaut gestrand op Mars: „I’m going to have to science the shit out of this”, ik moet mij hier de shit uit wetenschappen. De film is zowel een commercial voor natuurwetenschap, als een romantisch vergezicht over vrede op aarde, inclusief vioolmuziek. Dat is wat we nodig hebben: bezielde kosmonauten.