Knokken om na studie niet te ‘creperen’

Crepeer-index

De Keuzegids 2017 meldt welke studies kunnen leiden tot slechtbetaald werk. Studenten beseffen: er is werk aan de winkel.

Jelle Lieshout (22), student film- en literatuurwetenschappen in Leiden. Foto Olivier Middendorp

Zijn ze overmoedig of naïef? Studenten die kiezen voor een studie kunstgeschiedenis of culturele antropologie, kiezen in elk geval niet voor het grote geld.

Deze week verscheen de Keuzegids 2017, die jaarlijks de kwaliteit van opleidingen in het hoger- en middelbaar beroepsonderwijs beoordeelt en vergelijkt. Maar dit jaar staat er een ook een andere rangschikking in de gids: een zogenoemde ‘crepeerindex’, met tien studies die kunnen opleiden tot armoede.

De redactie van de Keuzegids berekende bij welke studierichtingen de meeste afgestudeerden na anderhalf jaar minder dan negenhonderd euro bruto in de maand verdienen. Op plaats één: kunst- en cultuurstudies, waar 15 procent van de afgestudeerden minder dan het genoemde loon opstrijkt. Ook culturele antropologie (15 procent) en internationaal recht (13 procent) scoren slecht.

Universiteiten spiegelen de kansen van studenten vaak rooskleuriger voor. Neem theologie. De studie staat op plaats zes van de index (10 procent), maar volgens de Vrije Universiteit Amsterdam kunnen studenten straks ‘aan de slag als onderzoeker, beleidsmedewerker, journalist, docent of geestelijk raadsman’, schrijft de VU op haar website. En het masterprogramma van theologie maakt studenten „nog gewilder” op de arbeidsmarkt. Op opleidingssites staan bovendien vooral de succesverhalen van alumni.

Studenten nemen dat de universiteit kwalijk, maar relativeren de rol van het onderwijsinstituut ook. „Het is je eigen verantwoordelijkheid een cv op te bouwen waarmee je aan het werk kan”, zegt Jelle Lieshout (22). Hij studeert film- en literatuurwetenschappen aan de Universiteit Leiden. Zijn studiegenoten maken zich niet zo’n zorgen, zegt hij. „Studenten die net van de middelbare school komen, kiezen iets dat ze leuk vinden. Ze denken: over drie jaar ben ik klaar, een tweede opleiding kan dan nog prima.”

Studenten denken: over drie jaar ben ik klaar, een tweede opleiding kan dan nog prima.

O god, we raken werkloos

De slechte baankansen zijn een soort ‘running gag’, zegt student kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam Nora Veerman (22). „Van oh god, straks is iedereen werkloos. Maar wat begint als grap, verandert aan het einde van het derde jaar in een ernstige zaak.” Veerman koos heel bewust voor kunstgeschiedenis – ze heeft vertrouwen in haar kunnen – maar het viel haar op dat er „nauwelijks iets gezegd” werd over baankansen toen ze haar studie begon.

191116BIN_crepperindex

„Dat het perspectief op werk niet goed is bij dit soort alfastudies, is evident”, zegt Bart Teunis (22), geschiedenis- en filosofiestudent in Utrecht. Hij verwijt het zijn faculteit niet dat ze daar niet mee te koop loopt. „De universiteit gaat uit van de eigen verantwoordelijkheid van de student.” Terecht, vindt Teunis die zelf zijn studies koos om meer vaardigheden te leren. „Bij geschiedenis leer je goed bronnen analyseren en afwegen. Dat zijn skills waar ik mijn hele leven wat aan heb.”

Tijdens de open dagen zijn studenten niet zo met hun toekomst bezig, zegt Peter Verstraten, universitair docent film- en literatuurwetenschap aan de universiteit Leiden. De meeste studenten laten zich volgens hem leiden door wat hen inhoudelijk interesseert. Vooral ouders hebben vragen, zegt hij. „Ze vragen zich af: wat kún je dan met deze studie?”

Academische banen in zijn vakgebied zijn buitengewoon schaars, zegt Verstraten. Zelf pakte hij na zijn studie twee jaar waspoeder in. De wetenschappelijke artikelen die hij in zijn vrije tijd schreef, hielpen hem aan een academische baan. „Het dubbeltje viel bij mij de ene kant op, maar dat had ook de andere kunnen zijn.”

Juist bij een opleiding met weinig baanperspectief, weet je dat je moet knokken.

Foto Olivier Middendorp

Sharon Blank (22), studeerde in Leiden Latijns-Amerikastudies. Foto Olivier Middendorp

Geen geplaveid pad

Studenten van Verstraten kiezen vaak een meer beroepsgerichte master na de bachelor. Zij die geluk hebben komen na hun bachelor op een plek als een uitgeverij terecht. „Ik probeer studenten in te prenten dat hen geen geplaveid pad wacht. Net op het goede moment op de juiste plek zijn, helpt enorm.”

Het lijstje van de Keuzegids maakt indruk onder kunstgeschiedenisstudenten, zegt Nora Veerman. „Helemaal met zo’n zware term als ‘creperen’.” Zelf werkt ze bewust aan haar cv tijdens de studie. Zo loopt ze nu een half jaar stage bij het Modemuseum Antwerpen. Om dat te kunnen doen, moest ze een jaar extra studeren. „Stages worden langzaam normaler bij bacheloropleidingen, maar zijn nog niet vanzelfsprekend”, zegt Veerman. „Ik begrijp dat niet goed: je wil studenten toch een goede baankans geven?”

Aan je cv blijven werken is ook het advies van de 22-jarige Sharon Blank, recent afgestudeerd in Latijns-Amerikastudies in Leiden. Ook Blank ondernam tal van extra activiteiten, zoals een stage bij Economische Zaken en een bestuurspositie in haar studievereniging. Ze kon meteen na haar studie aan het werk. Haar opleiding koos ze „met haar hart”. „Juist bij zo’n ‘aparte’ opleiding met weinig baanperspectief, weet je dat je moet knokken”, zegt Blank.

Met zijn studie film- en literatuurwetenschappen wil Lieshout later middelbare scholieren lesgeven in filmmaken. Hij verwacht dat hij aan de slag kan, maar wellicht niet fulltime. „Om mij heen zie ik dat mensen vaak twee of drie dagen in de week kunnen doen wat ze het leukst vinden, en daar een andere baan bij nemen.” Hij doet zelf een cursus programmeren. „Daar is wél veel vraag naar, en het is goed om eens iets totaal anders te doen.”