In tranen zegt Ter Mors haar ‘jeugdliefde’ vaarwel

Schaatsen

Alleskunner Jorien ter Mors stopt met pijn in haar hart met shorttracken. Op de langebaan heeft ze meer kans op medailles.

Jorien ter Mors als shorttrackster in Calgary, twee weken geleden. Todd Korol/Getty Images

Op topsnelheid een 500 meter schaatsen, duelleren om de snelste rondjes op de middenafstanden 1.000 en 1.500 meter, tegen de Amerikaanse toppers Heather Bergsma en de momenteel nog geblesseerde Brittany Bowe, of landgenotes Marrit Leenstra en Ireen Wüst. Jorien ter Mors wist al precies wat ze wilde toen dit schaatsseizoen eind oktober nog moest beginnen. „Al mijn power kwijt kunnen in mijn slag, daar beleef ik het meeste plezier aan. Dat vind ik mooi, gewoon hard.”

In tranen kondigde Ter Mors (26) donderdag aan dat ze na ‘twaalf jaar verliefdheid’ afscheid neemt van haar jeugdliefde shorttrack. In Sotsji 2014 was ze de eerste vrouw ooit die twee schaatsdisciplines combineerde op de Spelen. Op de 1.500 meter werd ze binnen een etmaal vierde in het shorttrack en won ze goud op de langebaan. Later voegde ze daar op de 400-meterbaan nog goud aan toe op de ploegachtervolging. Naar eigen zeggen had ze het goud op klapschaatsen zo willen inruilen voor om het even welke medaille in het shorttrack. Heel Nederland viel over haar heen. „Ze heeft een klap van de molen gehad”, sprak schaatsicoon Rintje Ritsma. Maar Ter Mors hield gewoon meer van shorttrack.

Gefriemel op de krappe ovaaltjes

Inmiddels heeft ze een nieuwe liefde: pure snelheid. En die gedijt beter in een ‘eerlijk’ gevecht van vrouw tegen vrouw op de 400-meterbaan dan in het gedrang en gefriemel op de krappe ovaaltjes van 110 meter. In Groningen won ze bij de start van het seizoen prijzen op klapschaatsen: eerste op 1.000 en 1.500 meter, tweede op de 500 meter. Op shorttrackijzers verbeterde ze bij de wereldbekerwedstrijden in Calgary wel het Nederlands record op de 500 meter: 42,953. Maar ondanks haar hoge topsnelheid kwam ze niet verder dan de kwartfinale. Fysiek de beste zijn maar niet winnen, daar was ze wel klaar mee. „Mijn gevoel zegt dat wat ik in het shorttrack wil halen, niet haalbaar gaat zijn”, zei ze donderdag bij de NOS.

Waar shorttracksucces op individuele afstanden steeds verder uit haar vizier verdween, is Ter Mors op de langebaan regerend wereldkampioen op 1.000 en 1.500 meter. Ze voegde daar bij de WK afstanden in Kolomna een vierde plaats op de 500 meter aan toe. En het kan nog sneller. „Ik hoop de stappen van vorig jaar door te zetten”, zei ze onlangs. „Mijn trainingsaanpak is gericht op midden- en korte afstanden, logisch dat ik daar meer ga verbeteren. Ik heb niet idee dat ik stil sta, anders zou ik het niet meer doen. Als ik het idee heb dat ik niet meer beter word, houdt het op. Dat is de drijfveer.”

Altijd weer die ambitie

Altijd weer die tomeloze ambitie, die haar na de Spelen van Sotsji bijna opbrak. Fysiek en mentaal was ze gesloopt, na haar succesreeks en het overlijden van haar vader in het jaar voor de Spelen. Zeven maanden kon ze helemaal niets doen. ‘Overreached’, het voorportaal van overtraindheid. „Als ik dit nog eens meemaak, stop ik”, vertelde ze vorig jaar. Om met een uitgekiend wedstrijdprogramma in haar comebackseizoen meteen weer toe te slaan bij de WK Afstanden. „Het ging goed op de momenten dat het moest gebeuren. Maar daar gaat gerust veel aan vooraf, dingen die ik moet fixen om te zorgen dat ik topfit aan de start sta. Dat blijft altijd zo in topsport. Het is niet elke dag feest.“

Nu Ter Mors stopt met shorttrack ontstaat meer ruimte voor de langebaan. Bij de wereldbekers, te beginnen in december in Astana en Heerenveen, zal ze in tegenstelling tot vorig jaar ook de 1.500 meter rijden. „Ik ben fysiek wel weer een stukje sterker dan vorig jaar, zeker qua belastbaarheid.” Al blijft het verbeteren van de sprint het voornaamste doel. „De 500 meter is ook noodzakelijk voor een goede 1.000 en 1.500. Als je geen snelheid hebt, ben je gewoon gezien op een 1.000 meter, als je niet op gang komt op een 1.500 meter kun je ook gedag zeggen tegen een podiumplek.“

Haar mogelijkheden lijken onbegrensd

Haar mogelijkheden op de 400-meterbaan lijken onbegrensd. Ze won in 2013 al eens van Ireen Wüst bij het NK allround, was de snelste op de drie kilometer bij een wereldbeker in Berlijn, kan goed uit de voeten op ploegachtervolging en massastart. Haar ambities voor de langere afstanden? „Daar ligt zeker niet mijn passie. Ik kan het allemaal wel heel goed rijden, maar je moet het ook leuk vinden. Lange afstanden vind ik saai. Ik ben veel gretiger voor een snelle 500 meter dan voor een drie kilometer.”