‘Ik val tegenwoordig steeds vaker op de bank in slaap’

Spitsuur Muriël van den Berg (43) en Marijn van der Hoek (42) hebben beiden een fulltimebaan en samen een zoon van anderhalf. „Ik merkte dat al bij vrienden: je ziet ze de eerste paar jaar niet. Vrije momenten zijn spaarzaam.”

Foto David Galjaard

Muriël: „We hebben elkaar acht jaar geleden ontmoet. Een vriendin koppelde ons aan elkaar, dat was meteen leuk.”

Marijn: „Ik was toen drie jaar vrijgezel, we hadden allebei ons leven aardig op de rit. Na een relatie van twee jaar zijn we eerst voorzichtig gaan proefdraaien in een gehuurd huis, om te kijken of samenwonen ons zou bevallen. Daarna kochten we samen dit appartement in Rotterdam.”

Muriël: „Het was aanvankelijk niet onze grootste droom kinderen te krijgen, maar op een gegeven moment bereik je toch een leeftijd dat je daarover na moet denken.”

Marijn: „Het begon te kriebelen. Blijkbaar gebeurt dat als het écht goed zit.”

Muriël: „Toch heeft Jonathan er nog 2,5 jaar over gedaan om te komen.”

Marijn: „We denken wel dat als we elkaar eerder hadden leren kennen, we ook meer kinderen hadden gewild.”

Muriël: „We vinden het veel leuker dan gedacht. Jonathan is gewoon een superleuk kind. Het is heel bijzonder hem te zien ontwikkelen en groeien.”

De jongste in de stamkroeg

Muriël: „Dat was niet meteen zo hoor: ik vond het in het begin heel pittig. Gebroken nachten, zere borsten, opeens moet je alles plannen. Je bent 24 uur per dag verantwoordelijk voor iemand anders. Dat was wennen.”

Marijn: „Muriël viel meteen van haar roze wolk. Terwijl ik juist onmiddellijk dacht: wat een heerlijk ventje is dit. Hij had vaak last van buikkrampjes, dus ik heb hele avonden met hem doorgehaald. Ik sjouw hem nog steeds overal mee naar toe: ik heb zo’n grote rugzak waar hij precies in past. Hij is de jongste in mijn stamkroeg. Een heel sociaal ventje.”

Muriël: „Hij gaat drie dagen per week naar de crèche. Op maandag werk ik thuis en ben ik samen met Jonathan, op vrijdag passen onze ouders op. Toch heb ik altijd een schuldgevoel: tegenover mijn zoon omdat ik het rot vind dat ik hem te weinig zie, tegenover mijn vriendinnen omdat ik hen nauwelijks meer zie, en tegenover mijn werk wanneer ik vertrek om mijn zoon te kunnen zien. Ik heb constant het gevoel dat ik nergens 100 procent bij kan zijn.”

Marijn: „Ik heb dat wat minder, maar ben ook beter in plannen. En ik haal en breng Jonathan meestal naar de crèche, misschien heb ik daarom ook het gevoel dat ik hem vaker zie. Mijn vader en zijn vriendin wonen om de hoek, dat is mijn back-up voor kortetermijnproblemen.”

Slapen op de bank

Marijn: „We werken allebei buiten Rotterdam. Vooral Muriël is veel tijd kwijt met reizen: elke dag tweeënhalf uur. Nadat ik Jonathan van de crèche heb opgehaald, kook ik. Ik probeer alles klaar te hebben voordat Muriël thuiskomt.”

Muriël: „Met de trein is het altijd spannend wanneer je thuis bent. De kleine man moet natuurlijk op tijd eten, anders breekt de hel los. Maar ik kook ook hoor, een paar keer per week.”

Marijn: „Tussen zes en acht is het spitsuur, met eten en Jonathan naar bed brengen. Daarna gaan we vaak nog aan het werk. Ik doe dat vaak voor de televisie, dan kijk ik met een schuin oog naar voetbal. De laatste tijd is het heel hectisch op werk, dus zit ik vaak aan tafel te werken. Soms ben ik wat té plannerig, dan probeer ik alles vast te leggen omdat ik bang ben dat het anders niet goed loopt. Maar voor mijn werk zit ik nogal eens een week of twee in het buitenland, en dan loopt alles ook niet in de soep.”

Muriël: „Ik heb net nog in de avonduren een opleiding afgerond, dus meestal ben ik ’s avonds ook nog met studie of werk bezig. Daarna zijn we wel echt moe. We gaan rond elf uur naar bed.”

Marijn: „Ik val tegenwoordig steeds vaker op de bank in slaap.”

Nét iets te druk

Muriël: „Ik ben van het schoonmaken. Ik boen de douche, de wc en ik strijk. De moeder van Marijn komt ook vaak strijken. Dat is superfijn.”

Marijn: „Ik ben meer van het stofzuigen, boodschappen halen en dweilen. En ik doe de was. We hebben geen werkster, we doen alles zelf. Al moet ik wel zeggen dat we steeds vaker dingen laten doen waar we zelf geen zin in hebben. We hebben nu bijvoorbeeld een bakfiets. Als de band lek is zou ik die vroeger zelf hebben geplakt, nu laat ik dat toch bij de fietsenmaker doen. Dat halve uur dat je daaraan kwijt bent, dat is tegenwoordig echt veel. Elk extra uurtje besteed ik liever aan leuke dingen.”

Muriël: „Ik vind ons schema eigenlijk net iets te druk. Ik merk dat ik te weinig tijd heb voor familie, goede vrienden, en voor mezelf.”

Marijn: „Het is ook voor mij iets te druk. Ik merkte dat al bij vrienden met kinderen: je ziet ze de eerste paar jaar niet. Nu snap ik hoe het komt, vrije momenten zijn spaarzaam.”

Muriël: „In de tijd die we over hebben gaan we vaak de deur uit, om met een wijntje en bitterballen bij te praten.”

Lopen door de wijk

Marijn: „We wonen prachtig, in het Scheepsvaartkwartier in Rotterdam. Elke zaterdagochtend gaan we met de bakfiets naar de markt. En elke avond ga ik een kwartiertje lopen door de wijk. Daardoor ken ik best veel mensen inmiddels.”

Muriël: „Soms blijft hij uren weg, dan zit hij een biertje te drinken.”

Marijn: „Het gebeurt weleens dat ik de deur uitloop en bekenden tegenkom die de hond uitlaten. Dan krijg ik een berichtje van Muriël: ‘Kom je ook eens naar huis?’ Om je hoofd even leeg te maken is dat wandelen heerlijk. Ik zou ook weer vaker willen hardlopen.”

Muriël: „Ik zou ook graag meer willen sporten, maar ik heb geen idee wanneer. Aan de andere kant: ons drukke schema voelt ook als sport.”