Hoe KPMG Meijburg een pijnlijke affaire liet escaleren

arbeidsconflict

Miljonairs en multinationals krijgen van KPMG Meijburg belastingadvies. Discretie is er het devies. Maar het vertrek van een partner en zijn protégé werd een rel.

Illustratie Roel Venderbosch

‘Karim, opkrassen! Karim, opkrassen!” Schreeuwend en met gebalde vuist stormt Meijburg-bestuurslid Wiebe Cnossen het kantoor binnen waar collega-fiscalisten Ad Aerts en Karim Aachboun in gesprek zijn. De 28-jarige Aachboun voelt zich bedreigd en doet wat hem bevolen wordt. Terwijl hij de kamer uitsluipt ziet hij Cnossen op Aerts afstormen.

Het incident op dinsdagmiddag 24 maart 2015 duurt nog geen twee minuten, maar zal uitgroeien tot een bijzonder pijnlijke affaire voor ’s lands meest prestigieuze belastingadvieskantoor KPMG Meijburg.

Meijburg – vorig jaar goed voor een omzet van 96 miljoen euro – adviseert een waslijst aan multinationals en Quote 500-miljonairs hoe zo min mogelijk belasting te betalen. Decennialang rekende het ook de koninklijke familie tot de klantenkring. Discretie is er het devies. Maar in deze kwestie komt daar niets van terecht. Aachboun, Aerts en Cnossen belanden in januari prominent in De Telegraaf: ‘Fiscalist loopt trauma op bij KPMG’, luidt de kop.

Op basis van gesprekken met ingewijden, processtukken, interne documenten en openbare bronnen beschrijft NRC de nasleep van die twee minuten vorig jaar op de tweede verdieping van het Meijburg kantoor. Anderhalf jaar later ettert de zaak nóg door. Aerts, Aachboun én Cnossen zijn inmiddels vertrokken bij Meijburg.

Witte Raaf

Terug naar 24 maart 2015, terug naar het met marmer beklede Meijburg-hoofdkantoor aan de Amstelveense Laan van Langerhuize. Belastingadviseur Aerts trakteert er tientallen opgetrommelde fiscalisten van ‘Unit 1’ op vlaai en steekt een speech af waarin hij zijn protégé Karim Aachboun in het zonnetje zet. De aanleiding: voor de tweede keer in korte tijd heeft Aachboun een puissant rijke Nederlandse familie uit de top van de Quote 500 als klant binnengehaald.

„Zo’n dubbel succes, in dit ongelooflijk moeilijk te penetreren marktsegment, is binnen Meijburg nog nooit vertoond”, jubelt Aerts. Onder luid applaus overhandigt hij Aachboun een fles Moët & Chandon.

Aerts moet als voorzitter van de Witte Raven Commissie de talenten pikken uit de nieuwe aanwas fiscalisten die Meijburg jaarlijks aanneemt. Aachboun, die aan de Universiteit van Amsterdam fiscale economie studeerde, is zo’n ‘witte raaf’.

Meijburg heeft een database vol belastingontwijkingstrucs. Wie „een briljant idee met veel marktpotentieel” bedenkt voor in die database, wordt Meijburg-breed bewierookt. Die eer komt Aachboun in de zomer van 2013 toe omdat hij een methode voor bedrijven bedenkt om de winst op papier te drukken. Samen met de bedenkers van een internationale belastingconstructie „voor de wat minder publiek-politiek-kritiek vattelijke cliënt” wordt Aachboun door Cnossen via interne mail gecomplimenteerd.

Onder de vleugels van Aerts sleept Aachboun niet alleen nieuwe Quote 500-klanten binnen – een speerpunt van Meijburg – maar Aerts en Aachboun spelen ook een belangrijke rol bij het naar Nederland halen van het Europese hoofdkantoor van de Israëlische chemiereus ICL – wat 300 banen oplevert. Premier Rutte opent de ICL-vestiging feestelijk in 2015.

Aerts en Aachboun zijn een team. Ze worden vergeleken met de hoofdpersonen in de film Intouchables: de oudere Aerts die de jonge Marokkaanse Nederlander Aachboun wegwijs maakt in de sjieke fiscale wereld. Samen adviseren ze bijvoorbeeld multimiljardair Bernard Arnault, de oprichter van Louis Vuitton Moët Hennessy en de op een na rijkste Fransman.

In de speech prijst Aerts Aachboun voor zijn acquisitietalent. „Karim, het is je gelukt, je creëert daadwerkelijk je eigen werk en hóe!” Meerdere partners zijn positief over Aachboun. Maar Cnossen, een van de drie bestuursleden, is „ondanks zijn bijzondere skillset” juist ontevreden over de jonge fiscalist vanwege een gebrek aan ontwikkeling. Hij mailt Aerts enkele dagen voor diens speech „negatief” te zijn over het „verdere carrièreperspectief” van Aachboun bij Meijburg.

ThaiCoen

Vandaar dat Cnossen uit zijn slof schiet als hij hoort van de publieke lofzang op Aachboun. Dat vindt hij ondermijnend, zeer oncollegiaal gedrag van collega Aerts, die hij al 24 jaar kent. „Ik ben hier de baas!”, schreeuwt Cnossen met gebalde vuist in het kantoor van Aerts.

Het is een botsing van twee compleet verschillende karakters. Veelzeggend zijn de namen van hun privé-bv’s. Die van Aerts heet Laborgravis, belangrijk werk. Cnossen bestiert de bv ThaiCoen en heeft twee bv’s die verwijzen naar belastingontwijking: Tek 7 (spreek uit: tax haven) en Tack Solidé (tax holiday). „Money talks, Bullshit walks”, is een van zijn lijfspreuken.

Aerts vat de aanvaring met Cnossen hoog op. Hij eist van bestuursvoorzitter Wilbert Kannekens dat het bestuur een duidelijk signaal afgeeft dat dit soort agressie op de werkvloer ontoelaatbaar is.

Na 28 jaar trouwe dienst, waarvan 18 jaar als partner en dus mede-eigenaar, luidt die stap het einde van Aerts bij Meijburg in. Cnossen erkent na het voorval dat hij „woedend” was, maar ontkent zijn agressie. Het bestuur sluit de rijen en gaat achter Cnossen staan. Aerts krijgt eind april te horen dat het bestuur het vertrouwen in hem kwijt is.

Een interne commissie, met daarin Meijburg-partner Valentijn van Noorle Jansen, concludeert dat het bestuur „terecht” het vertrouwen in Aerts kwijt is. De speech voor Aachboun wordt door de commissie aangehaald als „de welbekende druppel”.

De fiscalist moet eruit, maar hoe?

Publiciteitsschuw

Het is inmiddels zomer 2015. Aerts staat stijf van de stress en krijgt een hersenbloeding. Op zijn ziekbed ontvangt hij een mail van Meijburg-partner Gijsbert Bout die op verzoek van Aerts tussen hem en het bestuur bemiddelt over een vertrekregeling.

Bout – de fiscalist van het door Joop van den Ende opgerichte Stage Entertainment – biedt Aerts „een koninklijk vertrek” aan. Aerts kan meer dan 1 miljoen euro meekrijgen en Meijburg zal dan communiceren dat hij het vanwege zijn gezondheid ‘rustiger aan gaat doen’.

Zo gaat het eigenlijk altijd bij het deftige, publiciteitsschuwe Meijburg. Als een partner of werknemer vanwege een conflict vertrekt gebeurt dat in alle stilte en krijgt hij een mooie som geld mee. Het is een organisatie waar men interne berichten stuurt met ‘Amicae Amicique’ en ‘Ave Unit 1’ als aanhef en waar men elkaar schriftelijke aanspoort met ‘Res, non verba!’, de Latijnse variant op ‘geen woorden maar daden’.

Aachboun is ondertussen totaal in verwarring. Hij was een bijzonder talent, kreeg alle lof toegezwaaid en opeens is hij de gebeten hond en dreigt hij meegezogen te worden in een conflict tussen twee senior-partners van Meijburg.

Aachboun meldt zich in mei ziek en stelt een posttraumatische stresstoornis te hebben overgehouden aan de woedende Cnossen. Later zegt hij tegen de rechter bij Meijburg door sommige collega’s gediscrimineerd te zijn. Zo zou bij Meijburg het valse gerucht verspreid zijn dat hij vrouwen geen hand wilde geven, discriminatie die de rechter later niet bewezen acht.

Ook doet Aachboun aangifte van bedreiging door Cnossen – die niet reageerde op een verzoek om commentaar.

De maatschap verwijt Aerts de acties van zijn protégé. „Karim staat vol tegenover de maatschap”, mailt Bout naar Aerts. Bout houdt Aerts voor wat hij moet doen bij een mogelijk politie-onderzoek naar de kwestie: „Op een vraag of jij getuige was van dreiging/intimidatie van Wiebe richting Karim” kan Aerts „simpelweg ontkennend antwoorden”. In de door Bout voorgestelde concept-vertrekregeling staat expliciet: „In de kwestie Karim zal ik mij richten naar instructies van het DB [dagelijks bestuur].”

Aerts wil die verklaring niet tekenen. Hij vindt dat hij onder druk wordt gezet om te liegen over het incident, en wil van het bestuur de garantie dat hij vrijuit mag verklaren, mocht hij moeten getuigen.

Meijburg stelt in een reactie NRC dat Aerts die garantie ook expliciet krijgt.

In sneltreinvaart behandeld

Aerts ziet dat duidelijk anders. De onderhandelingen over een vertrekregeling klappen en Aerts probeert met een gang naar de rechter een vertrekvergoeding te krijgen én zijn gelijk te halen. Hij richt zijn pijlen ook op Van Noorle Jansen, de co-voorzitter van zijn ‘vertrekcommissie’ en tevens raadsheer-plaatsvervanger bij het gerechtshof Den Haag.

Aerts stuurt begin dit jaar een officiële klacht naar het gerechtshof over Van Noorle Jansen vanwege vier „schendingen van de eer en waardigheid van het ambt van rechter”. Volgens de klacht zou Van Noorle Jansen hebben meegewerkt aan het instrueren van Aerts om het agressievoorval te ontkennen. Ook zou hij medeplichtig zijn aan het bestraffen van Aerts, door hem geen vertrekregeling te gunnen.

De klacht van Aerts bestaat uit zes pagina’s en elf bijlagen. Op 3 maart stuurt de bestuurssecretaris van het gerechtshof Aerts een ontvangstbevestiging van zijn klacht „(met bijlagen)”. De Telegraaf besteedt aandacht aan de zaak. „Wij ontvingen een klacht over schending van de eer en waardigheid van een raadsheer-plaatsvervanger en zullen deze onderzoeken”, tekent de krant op uit de mond van de woordvoerder van het hof.

De klacht wordt daarna in sneltreinvaart behandeld door Leendert Verheij, de president van het gerechtshof. Verheij, een vooraanstaand rechter en bekend magistraat, leidde eerder het gerechtshof Amsterdam. Hij handelt de klacht binnen zes dagen af, ruim binnen de termijn van vier weken.

In een brief van vier pagina’s met dagtekening 9 maart wijst Verheij de klacht van Aerts af. De president stelt „geen enkel aanknopingspunt” te hebben dat Van Noorle Jansen de eer en waardigheid van het ambt van rechter heeft geschonden en heeft ook geen „zwaarwegende aanwijzingen in die richting die een ambtshalve onderzoek” rechtvaardigen.

Merkwaardig is dat Verheij tot dit besluit komt zónder kennisname van de elf bijlages bij de klacht van Aerts. Die heeft hij niet ontvangen, zegt hij. Dat zijn bestuurssecretaris Aerts het tegendeel meldde, was „abusievelijk”, schrijft Verheij desgevraagd aan NRC. Ook negeert Verheij het nadrukkelijke verzoek van Aerts om zijn klachtbrief mondeling te mogen toelichten. De president bespreekt de klacht wel met Van Noorle Jansen.

Waarom de president de bijlages niet opvroeg, en niet beide partijen hun verhaal liet doen? Verheij geeft desgevraagd geen duidelijk antwoord. „Ik leg geen verantwoording af voor mijn beslissing en de wijze waarop die tot stand is gekomen.”

Feit is dat de snelle afwijzing Meijburg uitstekend van pas komt in de ontslagzaak tegen Aachboun. Voor die zaak heeft Meijburg topadvocaat Ferdinand Grapperhaus in de arm genomen, bestuursvoorzitter van advocatenkantoor Allen & Overy en hoogleraar Europees arbeidsrecht aan de Universiteit van Maastricht.

Op 18 maart is de zitting van de ontslagzaak bij de rechtbank Amsterdam. Belangrijkste onderdeel is een getuigenverhoor waarvoor Aachboun Aerts heeft opgeroepen om te vertellen dat hij door het bestuur onder druk is gezet vals te verklaren over het incident waar Aachboun zich zo bedreigd door voelde.

Maar op 16 maart, twee dagen voor de zitting, brengt Grapperhaus opeens nieuw bewijs in: de reactie van president Verheij van het Haagse hof op de klacht. Grapperhaus schrijft dat de president „uitvoerig overweegt, aan de hand van de stukken, dat de heer Aerts [..] niet onder druk is gezet om onwaarheden te vertellen”.

Illustratie Roel Venderbosch

Illustratie Roel Venderbosch

Bijzonder bot

Het is opmerkelijk dat Grapperhaus in de Aachboun-ontslagzaak met stukken schermt uit een heel ander geschil. De reactie van president Verheij die hij inbrengt is namelijk alleen aan Van Noorle Jansen en Aerts gestuurd. Van Noorle Jansen speelde de brief echter door aan Meijburg-voorzitter Kannekens, die hem weer overhandigde aan Grapperhaus om tegen Aachboun te gebruiken.

Dat heeft effect. Aachboun trekt op advies van zijn advocaat het getuigenverhoor van Aerts in. Tegen een uitspraak van de president van het gerechtshof valt niet op te boksen.

Aachboun eist 525.000 euro van Meijburg omdat hem uitstekende carrièreperspectieven door de neus zijn geboord. Niet te bewijzen, stelt de rechter, die hem 75.000 euro plus de standaard ontslagvergoeding toekent. Het oordeel over Meijburg is desalniettemin hard.

De rechter stelt dat het prestigieuze fiscalistenkantoor „ernstig verwijtbaar heeft gehandeld” rond het agressievoorval en de nasleep daarvan. Van Meijburg had „verwacht mogen worden dat Cnossen op zijn gedrag was aangesproken”. Bovendien had Meijburg Cnossen ertoe moeten bewegen „zijn excuses” aan te bieden aan Aachboun” voor zijn „bijzonder botte” gedrag.

Daarmee was voor Meijburg de kous niet af. Aachboun dreigde dit voorjaar in hoger beroep te gaan, en de fiscalisten besloten de zaak af te kopen voor een bedrag dat niet ver ligt van de 1 miljoen euro die De Telegraaf in september op basis van bronnen in de Meijburg-top noemde.

Meijburg noemt bedragen in deze orde van grootte tegen NRC overigens „kul”. Op de vraag waarom ze überhaupt wilde schikken, stelt het kantoor: „Voor ons was het goed zo, we konden er een punt achter zetten.”

Aachboun, tegenwoordig zelfstandig fiscalist die zich blijkens LinkedIn richt op „Quote 500-miljonairs”, weigert op vragen per mail in te gaan vanwege „de geheimhouding die tijdens de schikking met Meijburg & Co is overeengekomen”.

Aangifte van beïnvloeding getuige

Toch staat er nog steeds geen punt achter de kwestie. Ad Aerts is nog verwikkeld in een arbitragezaak over zijn vertrekvergoeding. Hij wil „in verband met afgesproken geheimhouding binnen arbitrage” geen vragen beantwoorden, mailt hij.

Volgens ingewijden is dat niet het enige wat speelt. Aerts heeft aangifte gedaan tegen onder anderen Meijburg-bestuursvoorzitter Kannekens vanwege het beïnvloeden van de verklaring van een getuige. Uit artikel 285a van het wetboek van strafrecht blijkt dat daar een maximale gevangenisstraf van vier jaar en een boete van maximaal 20.500 euro op staat. Uit stukken blijkt dat Aerts inmiddels door de recherche is gehoord.

En om de zaak nog pijnlijker te maken: de boze Wiebe Cnossen, wiens kant het bestuur koos, vertrok dit voorjaar bij Meijburg nadat twee vrouwelijke collega’s intern een klacht indienden wegens seksueel wangedrag op een ski-uitje in Oostenrijk. Daarmee maakte Cnossen het volgens het bestuur echt te bont, blijkt uit een persverklaring. „Wat nu bekend is, past niet binnen de cultuur en waarden van Meijburg & Co”.