Het succes van de vier gekleurde doelen

Bundesliga

Weg met het conservatisme, ruim baan voor verfrissende trainingsmethoden. Met Julian Nagelsmann (29) als exponent van de nieuwe Duitse lichting.

Julian Nagelsmann Foto’s Martin Meissner/AP

De jongste Duitse trainer ooit verschilde van zijn voorganger als zwart van wit. De aanstelling van de 29-jarige Julian Nagelsmann als opvolger van de ervaren Huub Stevens (62) bij TSG 1899 Hoffenheim, begin dit jaar, was volgens de lokale krant in Sinsheim en omstreken toch vooral een pr-stunt en zeker geen verstandige zet van een club die meer baat zou hebben bij zekerheid en ervaring dan het nemen van een risico.

Toch niet. Als Nagelsmann dit seizoen iets bewijst, is het wel dat leeftijd een onbelangrijk gegeven kan zijn in een vak waarin voetbalbestuurders dat juist als een pre zien. Nu Hoffenheim uitstekend presteert en inmiddels derde staat in de Bundesliga, herkennen analisten in hem een nieuw rolmodel in het Duitse trainersgilde: de baby-Mourinho.

„Van Huub Stevens heb ik al veel geleerd, maar Julian is een wel heel interessante trainer”, zegt oud-prof Alfred Schreuder. Na zijn vertrek als trainer van FC Twente werd hij assistent van Stevens bij Hoffenheim. Toen die daar stopte bleef Schreuder aan als rechterhand van Stevens’ opvolger Nagelsmann. „Ach, die leeftijdskwestie, dat is typisch Nederlands. Hij doet me denken aan Clarence Seedorf. Die speelde op jonge leeftijd ook als een ervaren profvoetballer.”

Nooit één wedstrijd in Bundesliga

Achter de aanstelling van Nagelsmann schuilt een zekere moed die Schreuder in Nederland nog niet heeft waargenomen. In Duitsland, zegt hij, durven clubs anders te denken. Daar hebben enkele clubs het de voorbije jaren het lef gehad jonge trainers aan te stellen zonder noemenswaardige ervaring als prof. „In Nederland zou daar sceptisch op worden gereageerd. Hier zijn ze baanbrekend.”

1811SPOcoach2

Bekend voorbeeld is Jürgen Klopp. Eens een middelmatige verdediger in de tweede Bundesliga, later de trainer die Borussia Dortmund weer groot maakte. Daar werd hij opgevolgd door Thomas Tuchel, die door slepende blessures niet verder kwam dan het weinig tot de verbeelding sprekende FC Ulm, maar zich gestaag opwerkte in het trainersvak en tegenwoordig bekendstaat om zijn vindingrijke oefenstof, zoals een partijvorm van elf tegen elf in het strafschopgebied. Kwellend doch leerzaam.

Veelzeggend is het gegeven dat de vier Duitse deelnemers aan de Champions League worden geleid door een trainer die nooit één duel in de Bundesliga speelde, hoewel de Italiaanse coach van Bayern München, Carlo Ancelotti, in zijn eigen land een vermaarde speler op het hoogste niveau was. Nagelsmann speelde nooit op het hoogste niveau. Hij moest op zijn twintigste stoppen door knieproblemen, werd scout en trainde Hoffenheim onder zeventien en negentien voordat hij er hoofdtrainer werd.

„Deze coaches bewijzen dat het niet hoeft uit te maken wat je hebt gepresteerd als voetballer”, zegt Raphael Honigstein, auteur van het boek Das Reboot, over de omwentelingen in het Duitse voetbal. „De clubs zien dat nu ook in. Twee tot drie jaar geleden was het raar als ze de trainer van de hoogste jeugdteams doorschoven, nu wordt dat gewoner. Vaak zijn het clubs met een sterke organisatie, waarin iedereen volgens dezelfde voetbalprincipes werkt. Dat maakt het voor directeuren makkelijker om bij een trainerswissel eerst in de eigen rangen te kijken. Zoals het ook bij grote bedrijven gewoon is dat de toekomstige baas intern wordt opgeleid en gevormd.”

Bij Hoffenheim merkte Schreuder al snel hoe begaafd zijn vijftien jaar jongere collega is. In de eredivisie had hij als voetballer vaak te maken gehad met trainers die geloofden in de kracht van herhaling: ingeslepen spelpatronen door terugkerende trainingen. Nagelsmann streeft juist naar variatie, zodanig dat hij zijn oefeningen zelfs beschouwt als een vorm van hersentraining.

„Net als de spelers de oefening doorhebben, doen we weer wat anders”, legt Schreuder uit. „We proberen de spelers in stress-situaties te brengen. Voorbeeld: we doen een positiespel met een verdedigende partij in het midden, met daaromheen vier doelen waarop de verdedigers kunnen scoren als ze de bal hebben. Alle doelen hebben een verschillende kleur. Hebben ze de bal veroverd, dan roepen wij bij welke kleur ze kunnen scoren. Door die veranderende omstandigheden moeten ze continu nadenken, wat vermoeiend is. Nieuwe spelers moeten ook erg wennen aan deze manier van trainen.”

1811SPOcoach3

Doel van Nagelsmann is het voorkomen van automatismen, routine en verveling, in de hoop dat spelers door de mentale ongemakken op de training weer sneller reageren op veranderende veldsituaties. In een interview met De Correspondent verklaarde Nagelsmann het als volgt: „Het gevaar is dat je iets gaat doen omdat je het nu eenmaal hebt getraind, en niet omdat het de passende oplossing voor een probleem is.”

De opkomst van onbekende trainers als Nagelsmann komt ook voort uit de wijze waarop in Duitsland de trainerscursus is opgezet. Anders dan in Nederland, waar bekende voetballers voorrang krijgen en het cursusgeld van 20.000 euro een drempel vormt, kan in Duitsland iedereen zich inschrijven voor de opleiding, voor 9.000 euro. Kandidaten worden drie dagen lang getest, onder meer op intelligentie- en onderwijsniveau. De besten blijven over. „Ik wil geen 24 vrienden maken”, zei opleider Frank Wormuth eens, „maar 24 goede trainers.”

Oudgediende Huub Stevens raakte al snel onder de indruk van Nagelsmann toen hij hem bij de jeugd van Hoffenheim bezig zag. Uniek wil hij de trainer niet noemen, wel progressief en getalenteerd. „Hij doet niet veel anders dan wat wij deden, maar voegt daar elementen aan toe.”

Constateert Stevens het einde van een generatie trainers op wie clubs meestal terugvielen bij een wisseling van de wacht, zoals Hans Mayer, Felix Magath, Armin Veh en hijzelf als der Feuerwehrmann? „Het zijn altijd golfbewegingen in het voetbal. Grote kans dat als clubs in nood komen, ze alsnog terugvallen op een bekende naam. Ikzelf zal dat niet meer meemaken. Ik ben echt gestopt.”