Cultuur

Interview

Interview

Foto Merlijn Doomernik

‘Er komt een laag eelt over onze beschaving te liggen’

Simon Schama

In portretten van machtigen leest Simon Schama de tijd. In zijn nieuwe boek swipet hij door de eeuwen. Wat zeggen Trumps selfies over ons?

Voordat Simon Schama het wil hebben over zijn nieuwste boek The Face of Britain, dat deze week in de Nederlandse vertaling is verschenen, wil hij eerst een foto laten zien. „Geloof me”, zegt de Britse historicus, columnist en tv-presentator met zijn enthousiasmerende stem, terwijl hij door zijn telefoon scrolt. „Deze moet je zien.”

Hij heeft het over een selfie die Brexit-voorman Nigel Farage een dag eerder heeft rond getwitterd nadat hij op bezoek was geweest bij Donald Trump. „Zie ze daar staan in de Trump Tower, voor een stupide, kitscherige deur vol vergulde tierelantijnen”, briest Schama. „Ze glimmen van plezier. Trump steekt zijn duim op, heeft heel onpresidentieel geen stropdas om. Dit zijn zogenaamd de anti-establishmentkampioenen van het gewone volk en ze baden in bling. Het probleem is dat alleen jij en ik en de lezers van NRC die foto zullen zien als een symbool van brute vulgariteit. De rest van de wereld zal zeggen: niets mis mee toch?”

Hoe machthebbers zichzelf door de eeuwen heen hebben laten afbeelden, is een van de thema’s in Schama’s nieuwste boek, Het gezicht van een wereldrijk. Aan de hand van portretten van Britse vorsten en vorstinnen, prinsen en premiers, vertelt Schama verhalen die verder gaan dan die schilderijen alleen.

Het idee dat er ook een andere, mildere Donald Trump bestaat, is absurd

Kunstwerken zeggen iets over de tijd waarin ze gemaakt zijn, ze verbeelden een tijdgeest, zo is Schama’s overtuiging. Daarom vindt hij het belangrijk om die verhalen te vertellen.

Foto Merlijn Doomernik

Simon Schama. Foto Merlijn Doomernik

Schama is in Amsterdam omdat hij is uitgenodigd als spreker op de jaarlijkse Nexus-conferentie. Daar is deze keer gedebatteerd over de vraag ‘Wat kan de wereld redden: politiek, kunst, wetenschap, of geloof?’ Hij voelt zich thuis in Nederland, zegt Schama. Als auteur van boeken als De ogen van Rembrandt en Overvloed en onbehagen, over de Hollandse Gouden Eeuw, deed hij hier veel onderzoek. Zinnen als ‘Goedemorgen, mag ik een beetje koude melk in mijn koffie?’ rollen in redelijk vlekkeloos Nederlands en met harde g’s van zijn tong.

Meermalen tijdens ons gesprek verontschuldigt Schama zich dat hij steeds weer over Trump begint. Hij wil liever over kunst praten, maar hij kookt over van woede. Een dag eerder heeft hij een commentaar geschreven in de Financial Times, waarin hij oproept vooral niet kalm te blijven. „Het belangrijkste is dat we de enorme impact van deze gebeurtenis niet gaan normaliseren”, zegt hij fel. „Vergeleken bij Trump waren Nixon en Reagan redelijk gematigde presidenten. Echt, als zij nu in de race waren geweest, zou ik daar nu zo voor tekenen.”

In de lobby van het Amsterdamse hotel Ambassade luistert iedereen intussen mee naar de tirade van de hevig gesticulerende schrijver: „Het paradoxale is dat de waardering voor Obama nooit zo hoog is geweest als nu. Hij verlaat het Witte Huis met populariteitscijfers van 56 procent. Diezelfde kiezers hebben nu gestemd voor een president die alles van tafel zal vegen wat Obama tijdens zijn presidentschap heeft opgebouwd. Trump zal proberen onder het klimaatakkoord uit te komen. Hij zal het systeem van de Nationale Parken in Amerika op de schop gooien, zodat hij ook daar naar olie kan boren en snelwegen kan aanleggen. Hij heeft maling aan de feiten. Wat hij kent, zijn bulldozers en trucks en bouwprojecten.

Kunst blijft voortbestaan. Er is een wereld die de barbaren niet kunnen verwoesten

„Zijn plannen om de NAVO te destabiliseren en tegen Japan en Zuid-Korea te zeggen dat ze het zelf maar moeten oplossen, zijn werkelijk verbijsterend.

„Het idee dat er ook een mildere, andere Donald Trump bestaat, is absurd. Daar is geen enkel bewijs van. Hij heeft zich gedurende zijn hele campagne niets aangetrokken van de meer gematigde stemmen van zijn campagneteam. Waarom zou hij nu wel luisteren?”

Was de verkiezing van Trump een onderwerp op de Nexus-conferentie over wat de wereld kan redden?

„We hebben het er wel over gehad. Maar het grote probleem van ons intellectuelen is dat we alleen maar praten met gelijkgestemden, met mensen die ook NRC Handelsblad of de Financial Times lezen. Dat maakt wat we bespreken zo irrelevant. Trump leest niks, en zijn aanhangers al helemaal niet.”

Kan kunst iets betekenen voor de wereld?

„Op de Nexus-conferentie zag ik een jonge Syrische vluchteling, Aeham Ahmad. Hij is bekend als ‘de pianist in het puin’ van de beroemde nieuwsfoto uit 2015, waarop je ziet hoe hij muziek blijft maken in een platgebombardeerde straat. Hij speelde een prachtige mix van Beethoven en Liszt, met Arabische melodieën erdoorheen gevlochten, en vertelde hoe IS muziek verboden had en zijn piano verwoest had. Dat was een aangrijpend moment. Vervolgens sprak de Poolse dichter Adam Zagajewski over het negentiende-eeuwse romantische idee dat schoonheid de wereld kan redden. Hij zei iets heel moois: ‘Dichtkunst is de wraak van de introverten’. In 2000 heeft Zagajewski een prachtig gedicht geschreven, ‘Try to Praise the Mutilated World’, dat The New Yorker vlak na 9/11 publiceerde. Wat de piano van Ahmad en het gedicht van Zagajewski aantonen, is dat er een wereld bestaat die niet verwoest kan worden door de barbaren. En dat kunst, ook al is er geen cent subsidie voor, blijft voortbestaan en een andere plek kan bieden om mens te zijn. Een andere weg dan de ineenstorting die we nu doormaken. Alleen zeiden mensen dat ook in 1933 en in 1939, en dat was niet genoeg.”

Gaan we weer die kant op?

„Jazeker. Niet omdat Trump een tweede Hitler is, dat is hij niet. Trump is een psychopathische narcist met de aandachtspanne van een vlieg. Maar fascisme komt in vele gedaanten. Trump heeft een stem gegeven aan authentieke, hardcore fascisten. Ultranationalisten die immigranten willen uitzetten, die tegenstanders criminaliseren. Het is een Poetin-achtig fascisme dat zich nu ook snel verspreidt in heel Europa. Volgend jaar kan het alleen maar erger worden, als er verkiezingen zijn in Nederland, Frankrijk en Duitsland.

„Trump heeft uitspraken gedaan die voorheen ongehoord waren. Extremistische ideeën zijn nu binnengedrongen in het mainstream discours. Hij heeft het plezier van de haat doen opvlammen. Door zijn uitspraken worden zaken gelegitimeerd, uitlatingen waar men zich vroeger dood voor zou schamen of die je alleen tegen vrienden durfde te zeggen als je heel dronken was. Je ziet het ook bij Wilders-aanhangers. Dus ja, dit is precies zo’n situatie als in de jaren dertig. Er komt een laag eelt over onze beschaving te liggen. Straks zullen er bussen en treinen zijn in Amerika die mensen afvoeren en zal het volk zeggen: heel jammer, maar het zijn nu eenmaal illegale immigranten. Je hoeft niet op zoek te gaan naar swastika’s in de straten om te weten dat we een zeer grimmige tijd tegemoet gaan.”

Waarom wilde u in uw boek de verhalen achter de portretten vertellen?

„Het is belangrijk om iconografie in verband te brengen met geschiedenis. Beelden dragen een gigantische lading van betekenis en macht met zich mee. Dat geldt zeker voor portretten. Geschiedenissen zonder beelden zijn blind, vertel ik mijn studenten. Er bestaat zoiets als visuele ongeletterdheid. Terwijl beeld, imago, steeds belangrijker wordt in onze samenleving. We leven nu in een post-tekstwereld. Tekst heeft voor ons een hele andere betekenis dan het had voor Erasmus. In het Engels is een ‘text’ een sms’je.”

U begint uw boek met een beeldende passage over de geboorte van uw dochter. Waarom?

„Ik was gefascineerd door het idee van de gefixeerde blik. Volgens wetenschappers kunnen pasgeboren baby’s nog nauwelijks iets zien, maar ik weet zeker dat mijn dochter me zag zodra ze haar ogen opende. Haar pupillen volgden de bewegingen van mijn hoofd. Andere diersoorten doen het ook, baby-geitjes bijvoorbeeld. En chimpansees. De meeste wetenschappers zijn geïnteresseerd in het neurologische aspect van kijken. Voor mij is die optische fascinatie meer een hobby, een bijvak bij de kunstgeschiedenis. In mijn boek beschrijf ik wat het precies betekent om voor een portret te staan en de illusie te voelen van een aanwezigheid. Dat gevoel, dat de ogen van de geportretteerden je volgen in de ruimte, is een fantoomfenomeen waar een neurologische oorzaak aan ten grondslag ligt. Je denkt dat je blikken uitwisselt met het portret, terwijl er natuurlijk geen echte uitwisseling is.

„Portretten laten mensen naar elkaar kijken, zoals jij en ik nu doen. Ik begin mijn boek met een citaat van de Franse filosoof Emmanuel Levinas: ‘Het gelaat van de ander is niet zijn gezicht.’ Levinas had het altijd over hoe wij ons tot de ander verhouden. Zeker nu, in deze tijd, is dat belangrijk. De wereld splitst zich in tweeën. Aan de ene kant heb je de spiegelmensen. Dat zijn mensen die alleen maar willen kijken naar perfecties van zichzelf. Zoals de nieuwe Amerikaanse president. Spiegelmensen willen alleen omgaan met mensen die dezelfde huidskleur hebben, die hetzelfde klinken, dezelfde taal spreken. Aan de andere kant staan de mensen die graag in het gezelschap zijn van de anderen. Als je een goede historicus bent, behoor je tot die tweede groep. Dan ga je op zoek naar mensen die niet zijn zoals jij, mensen die van jou gescheiden zijn door tijd en ruimte. Het is mogelijk om geschiedenis te bedrijven als een soort zelf-felicitatie en de genialiteit van je eigen cultuur te beschrijven. Maar grote historici, zoals Herodotus, kijken naar anderen. Herodotus had empathie, hij stelde zich voor hoe het moest zijn voor de Perzen en de Egyptenaren. Als een soort vreemde etnograaf.”

1411IHN_trumpfarage_def

U verplaatst zich in historische figuren. Zoals in Sir Kenelm Digby, een zeventiende-eeuwse diplomaat en avonturier, die zijn geliefde Venetia verloor en door Anthony van Dyck een portret liet maken van haar dode lichaam. Dat verhaal is net een soap.

„Dat is een aangrijpend verhaal. Uit Digby’s eigen beschrijvingen weten we dat hij het schilderij op een stoel had neergezet naast zijn bed. Zodat hij Venetia kon zien als hij ging slapen. En hij schreef, zoals vele rouwenden die een geliefde zijn verloren, dat hij het gevoel had dat ze nog springlevend was en met hem praatte. Een beetje zoals in die film Truly Madly Deeply, waarin een vrouw hallucineert dat haar geliefde er nog steeds is.

„Een ander portret dat erin moest, was de foto van Yoko Ono en John Lennon. Die foto markeert voor mij het eind van mijn jeugd. Ik woonde in New York toen Lennon werd doodgeschoten. Ik herinner me dat ik Rolling Stone Magazine kocht en dat ik daarin die foto van Annie Leibovitz zag. Het beeld raakte me. Vijf uur voordat hij werd doodgeschoten, kroop Lennon als een foetus tegen Ono aan, hij lijkt in haar te klimmen. Als je weet dat Lennon door zijn echte moeder in de steek gelaten was, krijgt zo’n foto een diepere lading. Zo heb ik steeds foto’s en schilderijen gekozen waar meer verhalen achter zitten dan je op het eerste gezicht ziet. Die verhalen, rijk en vol onverwachte wendingen, ontrafel ik beetje bij beetje.”

Voor het portret van Winston Churchill, dat verbrand werd door zijn echtgenote Clemmie omdat de staatsman er niet eerbiedwaardig genoeg op stond, verzon u zelfs een nieuw woord: pictocide.

„Ja, Clemmie heeft dat schilderij vermoord. Portretten zijn historisch gezien het minst vrije genre. Je hebt als kunstenaar te maken met de eisen van je model, maar ook met de plek waar het portret terechtkomt. Is dat een publieke plek? Komt het in het familiebezit? Of is het bedoeld als propaganda, zoals het portret dat Graham Sutherland in 1954 maakte voor Churchills tachtigste verjaardag en dat in het Lagerhuis moest komen te hangen. Het is een prachtig portret. Het toont de ziekelijke Churchill als een soort ruïne. Zo zag Groot-Brittannië eruit in de jaren vijftig: als een trotse ruïne, die de oorlog had overleefd. Het verhaal achter dit portret is in vele opzichten aangrijpend. Het zegt iets over de interne politiek van de conservatieve partij. Churchill was herstellende van een hartaanval. De conservatieven wilden hem weg hebben, ze waren doodsbang dat hij zou instorten tijdens de komende verkiezingen. Anthony Eden stond te trappelen om het over te nemen. Daarom wilde Churchill zichzelf afbeelden in de bloei van zijn leven en niet als een slapende oude man. En daarom moest het schilderij vernietigd worden.”

Is het belang van portretten toegenomen in dit tijdperk van selfies? Of is er juist sprake van een devaluatie?

„Er is op dit moment zeker een overkill aan portretten, maar daar liggen ook kansen. Toen de fotografie haar intrede deed, werd er ook gezegd dat dit het einde betekende van de schilderkunst. Maar de kubistische portretten van Picasso, met hun verschillende gezichtspunten, zijn nog altijd prachtig. Kijk naar zijn portret van Gertrude Stein. Dat geeft je het gevoel heel dichtbij haar te staan, ook al is haar gezicht in scherven uiteengevallen. Dus ook het selfie-tijdperk biedt weer nieuwe mogelijkheden. De oprichter van Snapchat, Evan Spiegel, zei laatst iets opmerkelijks. Mensen hadden erover geklaagd dat Snapshatfoto’s zichzelf na tien seconden vernietigen. Toen zei hij: er is geen essentie van ons. Er is alleen een serie van beelden die komen en gaan. Dat vond ik zo ontmenselijkend. Ik denk wel dat er een essentie van onszelf bestaat, en dat het gezicht daarin een grote rol speelt. We worden verliefd op gezichten. We worden niet verliefd op handen. Er is wel degelijk iets heel waardevols en diepgaands en intiems in de manier waarop we naar elkaar kijken. Dat is wat kunstenaars moeten zien te vangen.”

Simon Schama: Het gezicht van een wereldrijk. Groot-Brittannië in Portretten is verschenen bij Atlas Contact. 592 blz. Euro 39,99.