Recensie

Eerbetoon aan de dwaze jacht op zwaartekrachtgolven

De Trojka die naar zwaartekrachtgolven zocht – Kip Thorne, Ron Drever en Rai Weiss – wint waarschijnlijk de volgende Nobelprijs voor Natuurkunde. Zij waren de drijvende kracht achter de bouw van het meetinstrument LIGO (Laser Interferometer Gravitational-Wave Observatory), die eind 2015 voor het eerst zwaartekrachtgolven mat. Het gebeurde honderd jaar nadat Einstein het bestaan ervan had voorspeld.

Astrofysicus en schrijfster Janna Levin dook voor haar boek Zwarte gaten blues in de wereld van de wetenschappers achter het kilometers grote LIGO-experiment. Dat project begon vijftig jaar geleden. In die tijd was nog niet iedereen ervan overtuigd dat zwaartekrachtgolven bestaan, laat staan dat ze gemeten konden worden. Het boek gaat dan ook over de strijd om collega’s en de Amerikaanse National Science Foundation te overtuigen.

Levin schreef het boek vóór de ontdekking van zwaartekrachtgolven in 2015. Enkel uit de epiloog blijkt dat ze over de meting hoorde voor het boek naar de drukker ging. Als lezer weet je dat de golven inmiddels gevonden zijn, maar zowel de geïnterviewde wetenschappers al de schrijver leven nog in onzekerheid. Daardoor leef je met ze mee zoals bij een roman.

Levin laat zien dat de grootste hindernis van LIGO misschien wel kantoorpolitiek was. Het boek volgt de vaak moeizame samenwerking tussen Kip, Ron en Rai (die Levin zelden bij hun achternaam noemt). Je leert Ron kennen als een natuurkundige met een geweldige intuïtie, maar die slecht kan samenwerken. Rai is de analyticus die nogal eens botst met Ron. Tenslotte probeert de charmante Kip ze bij elkaar te houden. Deze Trojka, zoals Levin ze noemt, lijkt gedoemd te falen. Als Robbie Vogt wordt aangesteld als directeur boekt het experiment technische vooruitgang, maar het resulteert ook in het ontslag van Ron.

De periode waarin Ron en Robbie veel ruzieden heet de Drever-affaire. Hierover spreekt Levin allerlei wetenschappers van LIGO. Opvallend genoeg willen zij anoniem blijven als ze vertellen wat zich achter de schermen afspeelde. Twee directeuren en drie decennia later ligt die Drever-affaire nog te gevoelig.

Af en toe neemt Levin de tijd om kort wat natuurkunde uit te leggen. Ze beschrijft onder andere de sterrenkundige objecten die LIGO gaat waarnemen, zoals om elkaar heen dansende zwarte gaten en neutronensterren. De korte, duidelijke manier waarop ze dat doet had ze meer mogen gebruiken. Ondanks dat het boek maar 240 bladzijden dik is, hadden enkele uitweidingen achterwegen gelaten kunnen worden. Maar dat is dan ook het enige negatieve dat opgemerkt kan worden. Het is verder een spannend verhaal over gemotiveerde natuurkundigen die de bouw van een enorme detector voor elkaar kregen.

Zoals Levin zelf zegt: „Dit boek is niet alleen een kroniek van zwaartekrachtgolven, maar ook een eerbetoon aan een dwaas ideaal.”

Het is mooi om te lezen hoe onderzoekers voor de ontdekking over LIGO dachten. Rai zegt tegen Levin: „Ik wil dat eeuwfeest, een waarneming op de honderdste verjaardag van Einsteins artikel. We moeten zwarte gaten waarnemen. Dat zou een mooie afsluiting zijn van deze hele donderse onderneming.”

En dat is gelukt. De meting werd gedaan op 14 september 2015, ruim twee maanden voor het eeuwfeest van de algemene relativiteitstheorie op 25 november. Rai kan tevreden zijn.