Column

Droom! Maar wel in kleine stapjes graag

Column Wat zou er gebeuren als iedereen wat bescheidener werd? Als politici met realistische inschattingen komen?

Gruyter, Caroline de 11-2013 007

De Ierse minister van Financiën Michael Noonan deed laatst mee aan een debat over Europa, in Bratislava. De meeste sprekers waren teleurgestelde Europeanen die gehakt maakten van de EU. De euro is een „mislukking”, de buitenlandse politiek een „blamage”, Duitsland houdt Griekenland „bezet”, enzovoort. Je zag Noonan, een doorgewinterde mopperpot van 73 die sinds 2011 minister is, onrustig worden. Zijn lijf schoof op het stoeltje heen en weer. Toen hield hij het niet meer en vroeg het woord. Hij beaamde dat de EU traag is en kwalen heeft. Daar kon hij na het Ierse gedonder met de euro en de trojka zeker van meepraten. Inderdaad: „Europa is een vlot, geen speedboot.” Maar:

„Eén ding lijken we te vergeten: vlotten hebben de neiging niet te zinken.”

Noonan is een geslepen politicus die alles al tien keer voorbij heeft zien komen. Het beeld van dat vlot was mooi. Wat hij bedoelde was natuurlijk dat wij, burgers, veel te hoge verwachtingen hebben van de Europese Unie. Als je focust op een speedboot, ben je altijd gefrustreerd als je ‘maar’ een vlot ziet liggen.

Dezelfde redenering gebruikt Pierre Vimont in een artikel voor de denktank Carnegie Europe. Vimont, voormalig Frans ambassadeur in Washington en oud-directeur-generaal van de Europese buitenlandse dienst, schrijft dat de EU sinds het verdrag van Maastricht in 1992 geen ambitieuze projecten heeft gehad die de publieke verbeelding kietelen. De euro en de uitbreiding met nieuwe landen, die ná Maastricht vorm kregen, waren eerder bedacht. Dus, schrijft Vimont, „werd de hyperbool uit de kast gehaald om het gebrek aan ambitie te maskeren”.

Zo beloofden de regeringsleiders in 2000 dat de zogeheten Lissabon-strategie Europa in 2010 tot „de meest competitieve economie ter wereld” zou maken. Later werd de naam ‘2020-strategie’: zelfde doel, maar dan voor 2020. Nu zwijgt iedereen er gegeneerd over. Nog een voorbeeld is de Europese buitenland- en veiligheidspolitiek die de EU tot global player moest maken die democratie en de beginselen van de rechtsstaat wereldwijd zou verspreiden. Ook dit bleek een overspannen verwachting: de EU importeert nu eerder chaos dan dat ze stabiliteit verspreidt. De onderhandelingen over TTIP, het handelsverdrag met de VS, werden in 2013 gestart met onhaalbare deadlines en groeiprognoses. En afgelopen jaar alleen al kregen we er een Europese Energie-unie en een Defensie-unie bij.

Al deze beloftes leiden tot ontevredenheid en woede. Steeds verwachten burgers van alles, en komt er weinig van terecht. Tot ze op een dag, moegebeukt, niets meer van de Europese Unie willen horen. Vimont vermoedt dat deze desillusie al meespeelde bij het Franse en Nederlandse ‘nee’ bij de referenda in 2005.

Wat zou er gebeuren als iedereen wat bescheidener werd? Als politici met realistische inschattingen komen? Nu wil de een Europa uit de puree halen met verdragswijzigingen. Dream on. De ander eist, even onhaalbaar, een federaal Europa. Boris Johnson countert met zijn eigen fata morgana: Brexit mét toegang tot de interne markt.

De tijd is rijp voor iemand die kleine stapjes suggereert: „Laten we een beetje minder aan landbouw doen en wat meer aan Europese defensie.” Kleine stapjes zijn makkelijker te zetten, met zoveel landen. Het bijkomende voordeel is dat je, hoe traag ook, weer ergens heen gaat met zijn allen. Perspectief is het beste cadeau dat politici kiezers kunnen geven. De Amerikaanse filantroop en politiek adviseur Bernard Baruch zei eens:

„Stem op de politicus die het minst belooft; hij stelt het minst teleur.”

Een selectie van de ‘In Europa’-columns van Caroline de Gruyter is verschenen als Het vervloekte paradijs.