Biologisch is niet per se gezonder

martijnkatanrond0

Lang geleden kregen wij op het gymnasium een nieuwe biologieleraar. Tijdens de eerste les dachten we hem het vuur na aan de schenen te leggen met de vraag: ‘als je in een reageerbuis een exacte kopie van een plant zou maken, leeft die plant dan?’ We verwachtten gehakkel en gestamel, maar hij was vooral verbaasd: natuurlijk zou een synthetische plant net zo levend zijn als een echte.

Wij hadden als zestienjarigen kennelijk het gevoel dat planten en dieren een unieke levenskracht bevatten die ze onderscheidt van de rest van het heelal. Dat gevoel is oud en ook nu nog wijdverbreid. Mensen vinden natuurlijke suiker uit fruit wezenlijk anders dan witte kristalsuiker uit een pak; kennelijk doet die suiker synthetisch aan als hij eenmaal gescheiden is van de rest van de suikerbiet. Het sleutelwoord is ‘natuurlijk’, maar wat is dat?

Ooit geloofde ook de wetenschap dat dieren, planten en hun bestanddelen waren bezield door een vonk, een levenskracht, en dat het onmogelijk was om natuurstoffen te maken uit dode stoffen. Deze filosofie, het vitalisme, werd weerlegd toen Friedrich Wöhler in 1828 in de reageerbuis ureum maakte. Ureum ontstaat in lever en nieren bij de afbraak van lichaamseiwitten; daarna wordt het uitgeplast. Die organische stof fabriceerde Wöhler uit dode chemicaliën.

De klap kwam hard aan, maar binnen een jaar of vijftien was de wetenschap om. Voor de ontluikende chemie was het een geweldige opsteker dat er geen grenzen waren en alles maakbaar was. Scheikundigen maakten stoffen uit de natuur na en verbeterden die. En doen dat nog steeds. Vitalisme is een vergissing gebleken.

Maar buiten de natuurwetenschappen is het vitalistische erfgoed springlevend. Veel consumenten hebben een instinctief vertrouwen in de wijsheid van de natuur. Daarom pronkt in de supermarkt ieder pakje en zakje met zijn natuurlijke ingrediënten. Biologisch wordt gezien als het meest natuurlijk, maar is niet per se gezonder. Aan gangbare margarine wordt vitamine D toegevoegd en aan brood jodium omdat beide voedingsstoffen schaars voorkomen in voedsel. Aan biologische margarine en brood worden ze niet toegevoegd – toevoegingen zijn niet natuurlijk. Daardoor krijgen mensen die biologisch eten een derde tot de helft minder binnen van deze essentiële stoffen. De natuur geeft ons niet automatisch wat we nodig hebben, natuurlijke planten zitten zelfs vol vergif.

Het verlangen naar natuurlijk voedsel is geen linkse New Age hobby, het is een universeel gevoel. Het is zelfs een deel van het erfgoed van extreem rechts. Het nationaal-socialisme was van huis uit een anti-rationalistische beweging met een nostalgisch-romantische hang naar vroeger. Dat werkte door in de houding tegenover eten. Daarom wou Duitsland in 1942 voor zijn soldaten geen synthetische vitamine C, ze plantten liever rozebottels langs de autobanen om daar natuurlijke vitamine C uit te halen. Op neonazi-sites gaan nog steeds samenzweringstheorieën over Joden, homoseksuelen, communisten en vrijmetselaars hand in hand met de strijd tegen magnetrons, gentechvoedsel en E-nummers.

Is het gepraat over natuurlijk allemaal onzin? Als het gaat om veilig voedsel met de juiste hoeveelheden gezonde stoffen erin, is de oernatuur inderdaad geen betrouwbare bron. Maar bij vetzucht ligt het anders. Dik worden is geen kwestie van stoffen in voedsel, maar van lekker, goedkoop en gemakkelijk. Scheikunde en biologie kunnen niet kwantificeren welk pakje of zakje de onweerstaanbare combinatie van smaak, uiterlijk, mondgevoel, prijs, houdbaarheid en verpakking heeft die mensen tot eten en dus tot dik worden aanzet. Vetzuchtwetenschap is geen natuurwetenschap, maar een gedragswetenschap, en om gedrag te veranderen is teruggrijpen op vroeger tijden zo gek nog niet. De strijd tegen fast food en frisdrank is ook een strijd voor onbewerkt eten dat met liefde wordt klaargemaakt en in rust wordt opgegeten. Met eerbied voor de ziel van de aardappel, als het ware. Misschien zaten we er als zestienjarigen toch niet helemaal naast.