Column

De vagina van Amerika

Jan Kuitenbrouwer

Amerika is een vrouw. Die door Donald Trump hardhandig bij haar vagina is gegrepen en op de mond gekust. Donald Trump is de baas. Vrouwen moeten doen wat Trump zegt. De rollen zijn omgedraaid. Barack Obama is geen man, Obama is een gaye relnicht met een vriendenkring van vrouwen, homo’s, transgenders en andere misfits. Hetzelfde geldt voor Hillary Clinton, die zelf ook nog eens een vrouw ís. Zij dreigde Amerika bij de testikels te grijpen, maar de man was sterker en grijpt nu haar. Zijn enige concessie heet TicTac. U denkt misschien dat ik duizend columns na de Amerikaanse verkiezingen probeer om nog met een originele invalshoek te komen, maar dit is meer dan een woordenspel. Deze verkiezing was een botsing van Venus en Mars. Van twee Amerika’s, die als man en vrouw in elkaar grijpen. Vaak wordt beweerd dat demografische ontwikkelingen Amerika onvermijdelijk de progressief-liberale kant op drijven, maar zoals de journalisten Micklethwait en Wooldridge in hun boek The Right Nation beschrijven laat conservatief Amerika het niet op zich zitten. Sinds het debacle Goldwater werken zij onvermoeibaar aan een renaissance die in 2000 de meest conservatieve president ooit in het zadel hielp, George W. Bush – en nu Trump.

De neurolinguïst George Lakoff bedacht de theorie van de Strict Father versus de Nurturing Parent, als typering voor hoe mensen tegen de politiek aankijken. Lakoffs belangrijkste studieobject is de metafoor. Abortus, erfbelasting, bijstand wapenwetgeving, wat is de metafoor die zulke standpunten tot een coherent geheel maakt? De natie, stelt hij, is een metafoor voor het gezin. Politieke opvattingen gaan over de verhoudingen in een gezin. De strenge vader gelooft in gezag, eigen verantwoordelijkheid, vrijheid en jezelf beschermen, de voedende ouder gelooft in begrip, samenwerking, gelijkheid en anderen beschermen. Respect en angst versus respect en vertrouwen. Behouden versus veranderen. Al die ouderlijke noties corresponderen met opvattingen over de samenleving. De campagne Clinton-Trump is de perfecte illustratie van Lakoffs theorie. Trump is tegen publieke gezondheidszorg en voor het recht op vuurwapens. Hij zegt isolationisme te willen, precies wat echte conservatieven voorstaan. Trump heeft eindeloos gehamerd op zijn onafhankelijkheid van lobbyisten en Wall Street. Veel Republikeinen waren blij met de bailout voor de banken in 2008, maar echte conservatieven waren woedend. Want, huiselijk uitgedrukt: wie zijn gat verbrandt moet op de blaren zitten.

Lakoff’s indeling is niet symmetrisch, de strenge ouder is een man, de voedende is onbepaald. Misschien wilde hij een rolbevestigend schema vermijden, maar zo kun je deze verdeling natuurlijk ook zien: als vader versus moeder. En dan, eveneens stereotype: de huiselijke kring versus de buitenwereld. Of: verzorgers versus kostwinners. Er zijn 2 procent meer vrouwen dan mannen in de VS, maar mannen brengen jaarlijks 30 procent meer geld binnen dan vrouwen. In de geest van Lakoff: mams heeft verloren, paps heeft gewonnen.

Een van de meer tot de verbeelding sprekende nieuwsberichten van vorige week was dat Bill Clinton onlangs in razernij zijn telefoon van het dak van zijn penthouse in Little Rock gooide, richting de Arkansas River, na een knallende ruzie met zijn vrouw over de koers van de campagne. Het laat zich raden hoe Bill die zag: Hillary moest eens ophouden met die minderhedenpraatjes en het over de economie hebben. Zo veroverde híj destijds immers het Witte Huis. Met een verhaal over banen en geld. Lees: vrijheid, aanzien en trots. Met mannenpraat. Maar Hillary luisterde niet. Nu heeft de kandidaat van de mannentaal gewonnen. Hij pakt het land bij het kruis en kust het ruw op de mond. Dat ze het weet.

Jan Kuitenbrouwer is columnist en directeur van Kuitenbrouwer Woorden Die Werken.