De mei-vlieger die geen medaille wilde

Henk Sitter (1917-2014) was een van de jachtvliegers die mei 1940 het land verdedigden. Pas dit jaar werd hij postuum onderscheiden.

‘Eigenlijk stond het gesprek mij al niet aan op het moment dat ik de kamer binnenliep’, herinnerde Henk Sitter zich. Dat gesprek had plaats na de Nederlandse capitulatie in mei 1940. De Duitse bezetter duldde een Nederlandse militaire commissie die beoordeelde welke militairen in aanmerking kwamen voor een onderscheiding wegens dapperheid. Reserve-tweede-luitenant Sitter, dan 22 jaar, was jachtvlieger op een Fokker D-XXI. Hij was ook mijn oom.

De overmacht van de Luftwaffe was overweldigend. Nederland had zo’n 125 inzetbare vliegtuigen, waarvan slechts 51 jachtvliegtuigen. Een deel werd al op de grond vernietigd. Onder de Duitse jagers bevond zich de snellere en beter bewapende Messerschmitt 109. Bovendien hadden de Duitse vliegers al oorlogservaring. Toch hebben Nederlandse vliegers en luchtdoelkanonniers zo’n 500 Duitse vliegtuigen vernietigd.

Dat Sitter werd voorgedragen voor een medaille, lijkt logisch. Op alle vijf dagen tot de capitulatie stijgt hij op voor talloze missies. Zo valt hij drie Heikel-111-bommenwerpers aan, die hem onder vuur nemen met mitrailleurs. Na de eerste twee vluchten zitten er 52 kogelgaten in zijn D-XXI; 26 treffers. Vliegend op vijftig meter hoogte schakelt hij Junkers-52 transporttoestellen uit. De Fokker D-XXI heeft één voordeel op de Messerschmitt 109: hij kan kortere bochten maken.

Als hij zelf ten zuiden van Rotterdam door zes Messerschmitts wordt aangevallen, schiet hij er een neer en ontkomt op het nippertje. Hij escorteert Nederlandse bommenwerpers die gelande Duitse vliegtuigen moesten bombarderen. En hij schiet boven de Grebbelinie twee Duitse vliegtuigen neer terwijl de Nederlandse toestellen door Duitse luchtdoelartillerie zwaar onder vuur worden genomen.

Maar als Sitter voor de militaire commissie verschijnt, gaat het al snel mis. Hij vindt dat collega-vlieger Ton Bodaan, die op een gezamenlijke missie bij de Moerdijkbruggen is neergeschoten, meer recht heeft op een onderscheiding dan hij. „Hij heeft zijn leven gegeven. Ik ben er nog. Ton wordt onrecht aangedaan.” Maar een postuum eerbetoon is dan nog niet mogelijk.

Het gesprek loopt zo hoog op dat Henk zegt „geen prijs te stellen op welke Koninklijke Onderscheiding dan ook”, en de kamer uitloopt.

In 1943 werd hij met andere beroeps- en reserveofficieren afgevoerd naar het krijgsgevangenkamp Stanislau in Polen. In 1944 werd hij overgebracht naar Kamp Neu Brandenburg, waar hij in 1945 door de Russen werd bevrijd.

De luchtgevechten en beelden van neerstortende vliegtuigen hebben oom Henk zijn hele leven achtervolgd, al sprak hij er niet vaak over. Oorlogsfilms vermeed hij. Over zijn gesneuvelde kameraad sprak hij wel. En hij bleef altijd achter zijn beslissing staan de onderscheiding te weigeren.

Toen Albert Plesman, president-directeur van de KLM, hem in 1946 persoonlijk vroeg KLM-piloot te worden, weigerde hij dat ook. Het ging om een – in die dagen – zeer goed betaalde baan en een tamelijk glamoureus bestaan. Maar hij had zijn vrouw beloofd nooit meer te vliegen.

Henk Sitter ging werken bij het ministerie van Verkeer en Waterstaat en was betrokken bij de uitbreiding van Schiphol. Hij vond het de verkeerde plek, gezien de groei van de burgerluchtvaart, en waarschuwde voor overlast voor de omgeving.

In 2006 schreef hij Mark Rutte zijn rug recht te houden in de strijd om het leiderschap met Rita Verdonk. Hij was toen het oudste VVD-lid. Rutte kwam op de koffie om te bedanken.

Pas na zijn dood, in 2014, ontdekte ik dat de militaire commissie in de oorlog geen enkele dapperheidsonderscheiding heeft uitgereikt. Na de oorlog kreeg Bodaan postuum toch de Militaire Willems-Orde, de hoogste militaire onderscheiding. Andere vliegers kregen de Bronzen Leeuw. Sitter wordt nooit meer voorgedragen; Defensie heeft een goed geheugen. Hij was de enige mei-vlieger zonder onderscheiding.

Maar er is een andere wind gaan waaien. Oom Henk werd toch met militaire eer begraven. En eerder dit jaar kreeg hij postuum het Mobilisatie Oorlogskruis. Uitgereikt door luchtmachtgeneraal Schnitger, die zei dat Sitter „onverminderd als inspiratiebron [geldt] voor het huidige luchtmachtpersoneel”.

Zo kreeg oom Henk de eer die hem toekomt. Voor verdiensten in vijf dagen die zijn leven lang een trauma zijn gebleven.