Column

De botte bijl van een bang bestuur

In Nederland mag je demonstreren zonder toestemming vooraf, zegt de grondwet. Je krijgt een eerlijk en doorgaans openbaar proces dat binnen een redelijke termijn wordt afgewikkeld. Je wordt alleen vervolgd als je ook echt de wet overtrad. Het zijn stevige beginselen van de rechtsstaat, maar de praktijk bleek deze maand minder hoogstaand.

Neem de aanhouding van zo’n tweehonderd anti-Piet demonstranten afgelopen zaterdag op basis van een noodverordening en zelfs een noodbevel, krap een dag eerder door de burgemeester van Rotterdam getekend. Alom twijfelen juristen aan het bestaan van de „ernstige wanordelijkheden, rampen, zware ongevallen” – de maatstaf uit de gemeentewet – die hiermee zouden zijn voorkomen. Mij leek het ook strijdig met het legaliteitsbeginsel, dat ‘voldoende kenbare en specifieke’ regels verplicht stelt. De burger moet immers kunnen weten waar hij zich aan dient te houden. Deze demonstranten werden bij aankomst door de politie verrast met een pas gedrukte noodverordening annex noodbevel. Vier A4’tjes, speciaal voor hen gedrukt en nergens gepubliceerd.

Het was de botte bijl van een bang bestuur dat een loopje neemt met de wettelijke plicht om demonstraties te faciliteren en in plaats daarvan de facto een vergunningstelsel in het leven heeft geroepen.

Of neem Baybasin, de Koerd die hier sinds 2002 levenslang uitzit wegens drugshandel, moord en gijzeling, vooral op basis van telefoontaps. Over de authenticiteit daarvan ontstond vervolgens zodanig grote twijfel dat een dwaling niet werd uitgesloten. In 2011 vroeg Baybasin daarom herziening. Voor die beslissing moet eerst het parket bij de Hoge Raad advies uitbrengen. Deze week werd duidelijk dat het advies dit jaar niet meer komt. Dat is dus een behandeltermijn van meer dan vijf jaar. Is dit fatsoenlijk? Is dit menselijk, een fair trial? Nee.

Of neem het juridisch einde, deze week, van de zaak-Demmink, gepensioneerd topambtenaar bij Justitie, tegen wie het Hof Den Bosch een strafrechtelijk onderzoek beval wegens mogelijk seksueel misbruik. Die zaak loopt met een sisser af. Het Openbaar Ministerie besliste het onderzoek te staken en verzocht dat in een openbare zitting te mogen verantwoorden. Maar het Hof Arnhem wil de zitting besloten houden, zolang er geen ‘klemmender redenen’ worden aangevoerd dan publicitaire druk.

De vervolging was destijds uitgelokt door de grote ophef over eventueel persoonlijk wangedrag, mogelijke corruptie en geheime deals met Turkije die Demmink zou hebben gesloten. Welke rechter met gezond verstand besluit dan om de zaak buiten de openbaarheid af te sluiten? Zo houd je het wantrouwen in stand en voed je vragen die dus nooit beantwoord zullen worden. Was het gerechtelijk vooronderzoek wel serieus? Wat is er over van de ‘ernstige bezwaren’ die er ooit leken te zijn?

Over transparante en legitieme rechtspraak bestaat een bijna honderd jaar oude vuistregel. „Justice must not only be done, it must seen to be done”, aldus lord chief justice Hewart in 1924, in de zaak R. versus Sussex Justices, ex parte McCarthy.

Zo is het in iedere zaak – maar zeker in de Demmink zaak.

En dan gaf de rechter begin deze maand in hoger beroep weer eens het standaard pardon aan coffeeshophouders die te veel wiet op voorraad hadden. Zeker, technisch waren zij schuldig aan wetsovertreding. Maar het betrof hier gedoogde coffeeshops „die in goede verstandhouding met de autoriteiten opereerden”. Dit zinloze dansje wordt al jaren voor heel wat strafkamers opgevoerd: het OM vervolgt en de rechter verklaart schuldig zonder straf, vanwege de goede samenwerking met het lokale gezag. Deze keer verweet het OM de rechter „van de wet een dode letter” te maken. Of zou het ook kunnen dat deze wet al lang dood is? Dat het vervolgen door het OM van legale wietverkopers om hun noodzakelijke voorraad als misbruik van bevoegdheid moet worden gezien en dus onrechtmatig is? Hou toch op met deze schadelijke farce.

De auteur is juridisch redacteur en commentator. F @nrcrecht