Dag zonder topschaak

Voor de Noorse schaakfans – vrijwel de voltallige Noorse bevolking zo langzamerhand – moet het gevoeld hebben als bij de Amerikaanse presidentsverkiezing. De derde en vierde partij van de WK-match van hun held Magnus Carlsen duurden voor ons en voor Noorwegen tot ongeveer drie uur ’s nachts, maar een paar uur eerder konden de Noren al met een gerust hart gaan slapen. Van Judit Polgar en van andere eminente commentatoren hadden ze gehoord dat Magnus ging winnen. Judit zei bovendien dat ook de sociale media ervan overtuigd waren, maar die hadden het misschien weer van haar.

De volgende ochtend werden de Noren geconfronteerd met de afschuwelijke waarheid. Carlsen had gewonnen gestaan, maar niet gewonnen. Beide keren was Karjakin ontsnapt. Woensdag was een rustdag en hoewel Carlsen maandag en dinsdag 14 uur had gespeeld, zei hij dat hij het liefst meteen de stukken zou opzetten voor een nieuwe lange sessie.

Journalist Mark Crowther merkte op dat die woensdag de eerste dag was sinds zeer lange tijd dat er niet ergens op de wereld op hoog niveau werd geschaakt. Welk een verschrikkelijke ontbering! Ik moest denken aan een zinsnede van de Ierse schrijver Flann O’Brien: „Vijf dagen moet hij op de kruin van een koude heuvel zitten met een twaalfpuntig gewei van een edelhert in zijn broek, zonder muziek of voedsel of schakers.” O’Brien schreef ook eens over het droevige lot om in een donkere grot te zitten, verstoken van het gezelschap van schaakspelers. Zo was het voor ons dus woensdag.

In de dagen daarvoor waren we erg verwend, want behalve het WK in New York was er in St. Louis vijf dagen lang de ‘Champions Showdown’. Anand, Nakamura, Caruana en Topalov speelden zes partijen met min of meer klassieke bedenktijd, twaalf rapidpartijen en twaalf vluggertjes. Anand won het algemeen klassement. Hier is een van de klassieke partijen.

Nakamura - Anand, St. Louis 2016

1. c4 e5 2. Pc3 Lb4 3. Pd5 Lc5 4. Pf3 c6 5. Pc3 d6 6. e3 Lb4 7. d4 e4 8. Pd2 Lxc3 9. bxc3 Pf6 10. La3 Een paar dagen later hadden ze deze stelling ook in hun rapidpartij. Toen deed Anand 10...b6. 10...0-0 11. c5 d5 12. Le2 Te8 13. 0–0 b5 14. Lc1 Om zwarts pion b5 meteen aan te vallen. 14...a6 15. a4 Dd7 Er dreigde 16. axb5 cxb5 17. Lxb5. 16. f4 exf3 17. Pxf3 Pe4 18. Pe5

Zie diagram

Dit dwingt zwart tot een kwaliteitsoffer, maar wit had ook goed 18. Ld3 kunnen doen. Als zwart dan 18...Pxc3 zou spelen, is na 19. Dc2 Pe4 20. Pe5 het kwaliteitsoffer 20...Txe5 veel minder kansrijk. 18...Txe5 19. dxe5 Pxc3 20. Dc2 Pxa4 21. e4 De8 21...d4 kon nog niet wegens 22. Txa4 bxa4 23. Lc4. 22. Ld3 Beter was 22. exd5 cxd5 23. Ld3 en ik zou liever wit hebben. 22...d4 Nu is dit wel goed. 23. e6 Wit is te optimistisch. Na 23. Txa4 bxa4 24. Dxa4 zou het ongeveer gelijk staan. 23...Lxe6 24. Lf4 a5 25. Ld6 Hier staat wits loper alleen voor het oog goed. 25...Pa6 26. e5 g6 27. Tf4 Pb4 28. Dd2 Pxd3 29. Dxd3 Pc3 30. Txd4 b4 Zwarts pionnen rukken op. Wits enige kans is de koningsaanval. 31. Dd2 h5 32. h3 Dd8 33. Tf1 Kh7 34. Tf6 Pd5 35. Dg5 Dg8 Het lijkt of wit een geweldige aanval heeft, maar die indruk is misleidend, vooral doordat wits Ld6 niet meedoet. 36. Dh4 Pxf6 37. exf6 b3 38. Le5 Df8 39. Td6 Ld5 40. Kh2 a4 41. Db4 De8 42. Lb2 a3 Wit gaf op. Na 42. Lxa3 wint zwart met 42...De5+ gevolgd door 43...Da1+.