Communistische Partij verstevigt grip op internet China met nieuwe ‘politie’

Onlinepolitie

Bijna ieder internetbedrijf wil een vestiging in China. Maar de regels van de ‘Cyberspace-administratie’ schrikken af – en die worden alleen maar strenger.

Jonge vrouwen op de Foto Aly Song/Reuters

De Chinese internetpolitie die een top organiseert voor techgiganten als Facebook, Intel en Baidu. Het land is al rijk aan tegenstellingen, dus daar kan de Wereldinternetconferentie nog wel bij. De bijeenkomst, deze week in metropool Wuhan, is een initiatief van de Cyberspace-administratie: de censor van ruim 700 miljoen Chinese internetters, talloze media én de digitale portier van het internationale bedrijfsleven in China.

De Cyberspace-administratie is een nieuwe overheidsdienst van de Communistische Partij, in het leven geroepen om de controle op internet verder te verscherpen. Verpakt in een pleidooi voor „een open, gelijkwaardig en mondiaal bestuurd internet”, liet president Xi Jinping er geen misverstand over bestaan: China zal alles in het werk stellen om de soevereiniteit over internet te bewaken.

Dat is niet nieuw. Al sinds 1995, toen Chinese wetenschappers kennismaakten met het world wide web, maken de kameraden zich zorgen over het in het Westen ontwikkelde netwerk, waarop verwerpelijke denkbeelden over vrijheid en democratie zich sneller verspreiden dan de Yangtze stroomt. Het liefst zou China tot internationale afspraken komen om de vrijheid op internet in te dammen. „De ontwikkeling kent geen nationale grenzen. Als we daarvan willen profiteren, moeten we veel meer samenwerken om een gemeenschappelijke toekomst op het internet op te bouwen”, pleitte Xi voor een gehoor van topmannen van Alibaba, Tencent, Baidu, Facebook, Intel, Tesla en alle grote Chinese, Taiwanese en Japanse chip- en mobieletelefoonmakers. In de visie van Xi hebben alle landen belang bij een „veilig internet waarop de belangen van de bevolkingen gediend worden”. En dat kan alleen met strenge regels.

Partijcomités

Ieder internetbedrijf in China, binnen- of buitenlands, moet vanaf volgend jaar partijcomités hebben die toezien op „een gezonde ontwikkeling van internet”. Bedrijven als Baidu (het Chinese Google), internetbazaar Alibaba en elektronicahandel JD.com moeten hun bestaande partijafdelingen uitbreiden met nieuwe leden van partij. Het jonge, hoogopgeleide volk dat nu werkt voor de gigantische beursgenoteerde ondernemingen is in de ogen van het Politbureau „ideologisch te divers”.

Ingrijpender is de nieuwe Chinese cyberveiligheidswet, die vlak voor de conferentie werd goedgekeurd. Daarin wordt de strijd tegen hackers, terroristen, porno- en drugshandelaren, spionage en kinderhandel op een hoop gegooid. Ook censuur op de media, e-books, films en websites wordt gedefinieerd als een veiligheidsmaatregel. Daarom moeten alle internetters zich met naam en ID-kaartnummer registreren en mogen alleen goedgekeurde websites alleen de lucht in na goedkeuring van de autoriteiten.

Elk bedrijf dat op enige schaal internet gebruikt moet broncodes en andere digitale geheimen openbaren aan de internetpolitie en bovendien de grondige inspecties van systemen, veiligheidsmaatregelen, computerexperts en datacentra toestaan.

Die datacentra zijn voor de staat een bron van informatie over de bevolking. Buitenlandse bedrijven worden dan ook verplicht datacentra in China te openen of samen te werken met Chinese bedrijven. Als de politie of de staatsveiligheid aanklopt met verzoek om data, kan weigeren leiden tot sluiting van de onderneming en inbeslagname van banktegoeden.

Oftewel: als Facebook, dat in China wordt geblokkeerd, toegang wil tot de grootste en snelst groeiende internetmarkt ter wereld, moet Mark Zuckerberg (behalve zijn lessen Chinees snel afmaken) ook een datacentrum in China openen.

Op de Wereld Internet Conferentie ging het gerucht dat Facebook al in een vergevorderd stadium van onderhandelingen met de Cyberspace-administratie is, maar dat werd door aanwezige vertegenwoordigers niet bevestigd. „We zijn zeer geïnteresseerd in de Chinese markt en voeren voortdurend gesprekken”, aldus een woordvoerder. Ook Google wil graag terug naar China.

Er zijn maar weinig buitenlandse makers van internettechnologie die géén vestiging willen openen, maar de nieuwe regels schrikken af. Een protestbrief van veertig van de grootste niet-Chinese internetbedrijven aan de Chinese autoriteiten is tot nu toe onbeantwoord gebleven. Protesten van Amnesty International en Human Rights Watch hebben evenmin veel indruk gemaakt. Want, zoals de hoogste bestuurder van de Cyberspace-administratie het op de conferentie zei: „Wij hebben als soevereine natie het recht om onafhankelijk keuzes te maken over de veiligheid op ons internet”.