Cultuur

Interview

Interview

Trainer Fred Rutten tijdens een Feyenoord-training.

Foto ANP/Jerry Lampen

Fred Rutten: ‘Als het me niet aanstaat, ga ik weg’

Fred Rutten Na zijn ontslag bij Feyenoord anderhalf jaar geleden werd het stil rond Fred Rutten. Een gesprek over zijn trainerscarrière, het ‘killen’ van nummers tien en zijn keuze voor Al Shabab in Dubai. „Dit helpt mij in het latere.”

Vanuit de bijrijdersstoel zet Fred Rutten de autoradio wat harder. „Hier, moet je horen.” Radio 1 staat op, NOS Langs de Lijn. Presentator Hugo Borst analyseert matchwinner Tom Beugelsdijk na de wedstrijd ADO Den Haag – Willem II (1-0). Een ‘zeer modale voetballer’, zegt Borst, maar wel met een ‘enorm karakter’ die ‘voor het doel levensgevaarlijk is’.

Rutten schudt het hoofd. „De kwalificatie is: zeer modale voetballer. Maar er zijn twee onderdelen heel goed: hij kan extreem goed aanvallend koppen en heeft een ‘enorm’ karakter. Is dan dus niet modaal, toch?”

Nederland meningenland. Hij heeft het gemist, lijkt het. Na een uur en een kwartier over de Duitse snelweg naderen we het Twentse dorp Overdinkel, waar zijn woonboerderij staat. Rutten (53) was twee weken geleden voor een paar dagen terug. Omdat hij zoveel mogelijk tijd met familie wil doorbrengen, wil hij het interview alleen doen onderweg van het vliegveld Düsseldorf naar huis. Efficiënt omgaan met spaarzame tijd die hij vrij heeft van zijn werkgever, voetbalclub Al Shabab in Dubai.

Vlucht naar de woestijn

Met enkel een rolkoffertje stapte hij anderhalf uur eerder de aankomsthal in. Het hoofd zongebruind, het haar zilvergrijs. Opa geworden eind vorig jaar. Is het beste eraf, als trainer, met zijn vlucht naar de woestijn? Integendeel, zegt de oud-coach van FC Twente, Schalke 04, PSV, Feyenoord en Vitesse. „Dit helpt mij juist in het latere”, zegt hij over er zijn klus in de Verenigde Arabische Emiraten. Het geld is goed, tuurlijk. Althans „de voorwaarden zijn prima”, zegt Rutten. „Maar ik wilde vooral wat anders, heb ik al jaren terug gezegd. Andere mensen, andere cultuur, andere vormen van leiderschap. Je kan het niet allemaal op de Nederlandse manier doen. Dus niet heel direct in de kleedkamer ten overstaan van iedereen. Dan neem je iemand maar apart.”

Het is wel te vergelijken met de manier waarop hij met Nederlands-Marokkaanse voetballers omging, zegt Rutten. „Je moet je wel verdiepen in hun achtergrond. Kijk, twintig jaar terug vonden wij het respectloos als een Marokkaanse speler je niet aankeek. Maar dat is júist respect. Die achtergrond moet je wel kennen. Hier ook, ik verdiep me eerst wel in het verschil tussen Bedoeïenen en Arabieren. Dan ga je toch dingen herkennen.”

Rutten is de eerste die erkent dat hij nu zelf niet op een heel hoog niveau werkzaam is bij Al Shabab. „Dat weet je van te voren. Het is terug naar de basis”, zegt Rutten. „Je moet spelers soms echt bij de hand nemen, uitleggen in Jip- en Janneketaal. Maar er komt bij ons steeds meer voetbal in. Dat ze uitvoeren wat je graag wilt. Alleen, je kan niet als een of andere Europese betweter alles even gaan doen zoals je dat zou willen. Ik weet ook dat ik soms een vrij ongeduldig mens kan zijn. Soms botst dat weleens.”

Peper in de kont

En toch, zegt Rutten. „Laten we niet de fout maken het voetbal in de Emiraten te bagatelliseren. Het is veel fysieker dan in Nederland. Ik heb daar tackles gezien, ook al bij de onder-19. Poeh. Die jongens staan elkaar gewoon naar het leven. Dan word je wel een man hoor. Ik heb nooit na de wedstrijd het gevoel gehad dat de ploeg er niet alles aan gedaan had. Als je in Nederland ziet hoe je ze af en toe peper in de kont moet stoppen, nou dat hoeft daar niet hoor. Dat is heel prettig werken.”

Bent u eigenlijk klaar in Nederland?

„Nee hoor. Maar ik ben geen planner. Als er iets op mijn weg komt denk ik er over na. Dat ik hoofdtrainer bij Feyenoord ben geworden had er ook meer mee te maken dat anderen niet wilden. Niet durfden. Ik wel. Dat ontstaat dan toevallig.”

Waarom wilde u dan niet verder na één seizoen bij Feyenoord? U had altijd al gedroomd van werken in de Kuip, zei u.

„Kijk, toen ik begon had ik mijn selectie op de laatste dag pas rond. Dat wilde ik niet nog eens meemaken. En er lag een behoorlijk bedrag op de plank. Ik wilde zeker rond de winterstop voorfinancieren, zodat het in de zomer niet hap-snap zou worden. De directie wilde dat niet. Ik vind: je moet durven investeren. Dat wil zeggen: investeren met geld wat je hebt, niet met wat je niet hebt.”

Later in het gesprek, gevraagd naar wat het dieptepunt is in zijn trainersloopbaan, noemt hij de wedstrijd Feyenoord – AS Roma (1-2) in de tweede ronde Europa League dat seizoen. „Dat klinkt gek, maar die wedstrijd in zijn totaliteit was zo naargeestig. Zo opgefokt.”

De wedstrijd werd gestaakt na een rode kaart, een opblaasbanaan zorgde voor ophef en later een boete en maatregelen van de UEFA. De dag daarna lekte uit dat Rutten Feyenoord aan het eind van het seizoen zou verlaten. „Maar dat had ik daarvoor al besloten.”

Op de vraag of u de druk niet aankon bij Feyenoord, zei de toen scheidend president-commissaris Dick van Well in deze krant: ‘Dat moet je aan hem zelf vragen.’

„Nee, daar heeft het niets mee te maken. Kijk, op dat moment kwamen we niet tot elkaar. Als sommige mensen dat vreemd vinden, dat laat ik lekker aan hun over.”

Een aantal keren stortten uw teams in richting het eind van het seizoen, zoals bij PSV en Feyenoord. De voormalige inspanningsfysioloog van Feyenoord, Raymond Verheijen, stelt dat het te maken heeft met de trainingsopbouw en intensiteit.

„Je moet hem niet zo serieus nemen. Het is niet alleen maar dat. Het is complexer. Als je in de winterstop mensen kwijtraakt zoals bij PSV, dan veranderen ook processen in de kleedkamer. En bij Feyenoord… Kijk, iedereen weet dat als je zegt dat je gaat vertrekken, ja, dat brengt iets teweeg. Het is gewoon heel jammer dat ik dat in zo’n vroeg stadium al moest beslissen. Ik zou niet in een contract laten opnemen dat coach en club al in februari moeten zeggen: verder gaan of niet. Deden ze wel.”

Wat is daar verkeerd aan? Een club wil zo snel mogelijk duidelijkheid.

„Je creëert onbewust enorme druk op de ene kant of de andere kant. Onnodig.”

Rutten wilde niet verder bij Feyenoord. Daarna ging het rommelen. Hij werd ontslagen op de laatste speeldag nadat Feyenoord in de laatste vijf laatste wedstrijden nog maar twee punten haalde. „Dan slaap je een nachtje niet”, zegt hij. „Of twee. Maar ik weet zeker: als ik mijn contract had verlengd, was het heel anders afgelopen. Daar geloof ik nog steeds in.”

U zegt: de instorting van Feyenoord dat seizoen was te voorzien.

„Ik denk niet dat je dat kan voorzien. Want: het overkomt je soms. Maar niet altijd. Ik heb het bij FC Twente niet meegemaakt toen ik daar weg ging. Waarschijnlijk omdat ik kind van de club was. Dat is een ander proces.”

Spelers bij Feyenoord hebben u dus laten vallen?

„Nee. Nee. Er zijn andere processen geweest, daar wijd ik niet over uit. Dan moet ik over de inhoud gaan spreken, dat is flauw. Ik bewaar hele fijne herinneringen aan die club, wil ik ook zo houden. Daarom vind ik het mooi hoe goed het met Gio gaat. Ik gun het Feyenoord van harte.”

Bij uw laatste twee werkgevers, Vitesse en Feyenoord, was u binnen een jaar vertrokken.

„Dat waren allemaal eigen keuzes. Zolang ik in dit vak zit: als het mij niet aanstaat, ga ik weg.”

Er zit geen structureel gebrek in het missen van een prijs sinds de beker met FC Twente in 2001 of de plaatsing voor de voorronde van de Champions League in 2008?

„Volgens mij zijn we een half uur onderweg, ben je er al vier keer op teruggekomen. Ik vind het logisch dat mensen zo klinisch denken, voor mij geen probleem hoor. Net als dat ik het logisch vindt als je na drie seizoenen bij een grote club als PSV weg moet als je de doelstelling niet haalt. Ik kom ook niet uit een ei, hè.”

„Maar ik heb soms het gevoel dat anderen er meer problemen mee hebben dan ik. Dan zeg ik: houden jullie lekker dat probleem. Ik heb een heel prettig leven. Als ik geen plezier meer zou hebben, gefrustreerd zou zijn, stop ik.”

Uw status is er één van en coach die spelers beter maakt. Streelt dat u?

„Dat zijn bijkomstigheden, maar is niet de doelstelling als je bij een club gaat werken. Voorop staat: in het weekend drie punten. Daarna pas komt de ontwikkeling van spelers. Maar goed, het is wel je verantwoordelijkheid als coach.”

U liet aanvallend ingestelde spelers als Wijnaldum, Pröpper en Karsdorp zakken. Feyenoorder Karsdorp zelfs tot rechtsachter.

„Engelaar ook nog, bij FC Twente.”

Beetje uw ding, om nummers tien…

„Te killen? Haha. Killen wilde je zeggen hè? Maar als jij in de Champions League op nummer tien wil spelen, moet je heel wat hebben hoor. Als jij uit de eredivisie bij de topclubs als nummer tien wil spelen, heb je twee jaar nodig om je te ontwikkelen. Die tijd krijg je niet.”

Wijnaldum bij PSV?

„Het allermooiste is Wijnaldum. Heftige discussies gehad. Voor de absolute top vond ik Gini geen nummer tien. Ik zei: je bent een rechtermiddenvelder. En als je nu ziet bij Liverpool, op het WK in Brazilië. Heb ik heel veel respect voor. Maar het moest indalen. Als je naar jouw grenzen toe wil met je talenten, als je het hoogste wil bereiken, kan het wel eens zijn dat het anders gaat dan hoe jij zou willen.”