1 dollar = 1 euro, komt die tijd weer?

Valutahandel Het populisme in de Verenigde Staten én in Europa duwt de koersen van de dollar en de euro naar elkaar toe.

Foto AFP/Karen Bleier

Vóór de terugvlucht uit New York nog even een laptop aanschaffen, wordt steeds minder aantrekkelijk. Spullen die je als Europeaan in de Verenigde Staten koopt worden duurder – met dank aan Donald Trump.

De koers van de euro ten opzichte van de dollar is met meer dan 3 procent gedaald sinds de zege van Trump op 9 november. Een euro was vlak daarvoor tegen de 1,11 dollar waard. Na de verkiezingsuitslag schoot de koers heel kort de hoogte in, maar zette daarna een daling in. Vrijdag was de euro ruim 1,06 dollar waard.

De val van de euro ging zo snel dat op de markten weer het woord ‘pariteit’ rondzoemt. Pariteit, 1 euro = 1 dollar, kwam twee keer eerder voor: kort na de introductie van de euro in 1999 en ook weer even eind 2002. Eddy Markus, directeur van ICC in Utrecht, een consultancy op het gebied van valutarisico, voorziet pariteit al „binnen een paar maanden”, zegt hij aan de telefoon. „De kans is zelfs groot dat de dollar de euro in waarde inhaalt.”

Tekst gaat verder onder de grafieken.
191116ECO_Beursweek

Amerikaanse inflatie

Dit soort voorspellingen is met onzekerheid omgeven. Begin 2015 gingen veel analisten eveneens uit van pariteit, ergens in 2016. Zo voorspelde ABN Amro een gelijke euro-dollarkoers in het eerste kwartaal van dit jaar. Het liep allemaal anders.

Waarom verwachten analisten nu wéér pariteit?

Trump betekent inflatie, is de verwachting van beleggers. Hij heeft grootschalige investeringen aangekondigd en hij wil de belastingen verlagen. De economische impuls die daarvan uitgaat, kan de prijzen opstuwen. Om de inflatie te beteugelen zal de Amerikaande centrale bank, de Fed, de nog steeds zeer lage rente van tussen de 0,25 en 0,50 procent mogelijk sneller en verder verhogen dan al werd verwacht. „We krijgen een periode van hogere rentes in de VS”, zegt Markus. Dat betekent hogere rendementen op beleggingen in de VS, wat de dollar gewilder en daarom duurder maakt.

ECB verder weg van Fed

Dan de euro. Een miljardeninjectie à la Trump is in het eurogebied niet aan de orde. De Europese Commissie hield afgelopen week weliswaar een vurig pleidooi voor meer overheidsuitgaven in lidstaten die ruimte hebben op de begroting, zoals Duitsland en Nederland. De eurozone als geheel zou 50 miljard euro extra moeten besteden. Maar dit is niet meer dan een voorstel (de lidstaten kunnen het negeren) en het staat niet in verhouding tot de meer dan 500 miljard dollar (467 miljard euro) die Trump wil besteden aan alleen al infrastructuur.

Omdat de inflatieverwachting in de eurozone heel laag blijft, zal de ECB in december vrijwel zeker besluiten door te gaan met het opkopen van staatsleningen, waarmee de ECB de rente drukt en daarmee de koers van de euro. Het monetaire beleid van de Fed en dat van de ECB „lopen totaal uiteen”, zegt Markus.

Er is nóg meer neerwaartse druk op de euro, en die is politiek van aard. Het populisme van Trump leidt tot een duurdere dollar, maar het populisme in Europa veroorzaakt juist een mínder dure euro. De anti-EU-partijen die mogelijk verkiezingswinst gaan boeken willen niet alleen meer uitgeven, maar ook de eurozone of de hele EU ontmantelen. Georgette Boele, valutastrateeg bij ABN Amro, zegt dat de euro nu al in waarde is gedaald is door het populistisch risico. „Er is bezorgdheid dat in Europa populistische partijen aan de macht komen.”

Op naar de 1 euro = 1 dollar, dus, geholpen door het populisme aan beide zijden van de Oceaan?

Veel onzekerheid

„Voorspellen blijft moeilijk”, zegt Boele. De bank zal komende week een nieuwe prognose doen over de euro-dollarkoers. De vorige keer dat pariteit in zicht was, onderschatte ABN net als de meeste financiële instellingen het tempo waarin de Fed de rente verhoogde. Bij elke Fed-vergadering bleek dat de meeste bestuursleden de inflatiedruk te laag vonden of de economische risico’s te hoog.

Ook ditmaal is de Fed een onzekere factor. Mogelijk probeert Trump Fed-voorzitter Janet Yellen, wier termijn in 2018 afloopt, (vroegtijdig) te vervangen door iemand die de rente niet te veel verhoogt. Een dure dollar treft namelijk de Amerikaanse export, en daarmee ook industriële staten als Ohio waar Trump veel steun heeft.

Op de langere termijn is de opmars van de dollar helemaal onzeker, zegt Markus. „In 2017 voorzie ik weliswaar dat de dollar de euro inhaalt, maar daarna wordt het interessant.” Als de Amerikaanse export inderdaad schade lijdt door Trumponomics (niet alleen door de dure dollar, maar ook omdat Trump handelsverdragen wil opzeggen) zal het toch al hoge Amerikaanse handelstekort oplopen. In combinatie met een stijgend begrotingstekort en een hoge inflatie kan dit het vertrouwen van beleggers in de Amerikaanse economie ondergraven. Markus: „Dan kunnen beleggers hun geld uit de VS weghalen en gaat de dollarkoers weer naar beneden”.

Kortom, áls er al pariteit komt, zal het maar voor even zijn.