Vier pijnpunten in de zaak rond de corrupte douanier Gerrit G.

In de zaak rond de corrupte douanier Gerrit G. is de rechtbank voor de vierde keer – tevergeefs – gewraakt. Waarom loopt de spanning zo hoog op?

Roos Koole/ANP

Corruptie, grootschalige cocaïnesmokkel en moord. In de strafzaak rond douanier Gerrit G. staat voor alle partijen veel op het spel: verdachten, Openbaar Ministerie én rechters. Donderdag werd de rechtbank voor de vierde keer gewraakt, al is dat verzoek inmiddels ook alweer afgewezen. Wat is er aan de hand? Vier pijnpunten.

1 Opsplitsing

Het Openbaar Ministerie (OM) heeft de complexe zaak rond douanier Gerrit G. opgedeeld in een aantal afzonderlijke strafzaken. Justitie verklaart dat deels door de verschillende momenten waarop onderzoeken begonnen. Dat telkens de naam van Gerrit G. opdook, vond het OM geen reden de zaken samen te voegen. Ook de rechtbank zag, tot ergernis van de verdachten, geen aanleiding die beslissing terug te draaien. Dat leidde al tot een eerste verzoek tot wraking van de rechters. Dat werd overigens afgewezen.

Er lopen dus nog steeds diverse strafzaken die betrekking hebben op de cocaïnesmokkel via de Rotterdamse haven, waarbij Gerrit G. diensten leverde. Twee van die zaken worden nu parallel behandeld. Daarnaast loopt onderzoek naar moorden die mogelijk samenhangen met conflicten tussen de drugshandelaren die Gerrit G. inhuurden. En er loopt nog een onderzoek naar een andere verdachte douanier, die veel later is aangehouden.

2 Dossiers delen

Door de splitsing van de gelieerde strafzaken is discussie ontstaan over de vraag of de verdachten beschikten over alle relevante dossierstukken. Het Openbaar Ministerie, verantwoordelijk voor samenstelling van de dossiers, stelt dat alle relevante stukken beschikbaar zijn.

Maar tijdens de behandeling van de zaken duiken telkens stukken op die een van de procespartijen relevant vindt, terwijl niet alle advocaten ze hebben. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om getuigenverklaringen die in meer zaken relevant zijn, maar niet aan alle dossier zijn toegevoegd.

Verzoeken van de verdachten om de verschillende dossiers samen te voegen tot één groot dossier heeft de rechtbank afgewezen. Dat leidde tot wrakingsverzoeken twee en drie.

3 Criminele informant

De opsplitsing van de strafzaak heeft vragen doen rijzen over de rol van de eerder voor drugshandel veroordeelde Rotterdammer René F. Hij is nu in de ene strafzaak verdachte, en in de andere tipgever. René F. bleek door de politie gevraagd informatie te verstrekken over afrekeningen in het Rotterdamse criminele milieu. Dat gebeurde nadat hij zelf was neergeschoten. F. was toen al in beeld als verdachte in de drugssmokkel rond douanier Gerrit G.

Formeel is René F. nooit ingeschreven als informant. Wel staat vast dat hij informatie aan de politie heeft verstrekt. Grote vraag is nu of dat mag. Volgens justitie is er niets onoorbaars gebeurd. Volgens de verdediging is F. gerund als criminele burgerinfiltrant zonder de bijbehorende wettelijke toets.

Om vast te stellen wat er precies is gebeurd, wilden de verdachten nog een aantal getuigen horen. De afwijzing van dat verzoek leidde tot de vierde poging tot wraking van de rechtbank.

4 Valse verklaringen

Laatste pijnpunt is de kwaliteit van het recherche-onderzoek. Zo blijken diverse verhoren om onduidelijke redenen onderbroken. Dat roept vragen op. Uit een proces-verbaal blijkt dat een verdachte in zijn verhoor een medeverdachte heeft genoemd. Maar uit de opname van dit gesprek blijkt dat de achternaam van die medeverdachte niet is genoemd. Hoe kan dat, willen de verdachten weten.

Wat is hier precies gebeurd? De verantwoordelijke rechercheur kon het zich allemaal niet herinneren. De rechters stelden – tot expliciet uitgesproken ergernis van de verdachten – geen nadere vragen aan de rechercheur. Of deze volgens de verdachten opzettelijke fout consequenties heeft, is nog onduidelijk.