Waarom de overheid investeert in reclame voor vaccinatie

Nederland heeft in vergelijking met andere landen een succesvol vaccinatiebeleid. Toch trekt de overheid 2 miljoen euro uit voor een campagne. Waarom?

Een meisje wordt ingeent tegen mazelen. Foto ANP / Robin van Lonkhuijsen

De overheid wil 2 miljoen euro steken in een campagne om de onrust over vaccinaties weg te nemen. Het Rijksinstituut voor Gezondheid en Milieu (RIVM) bracht eerder deze week het jaarlijkse rapport uit over de voortgang van het Rijksvaccinatieprogramma. In 2015 ontvingen bijna 770.000 kinderen van 0 tot 19 jaar vaccinaties tegen infectieziektes.

1. Worden er in Nederland steeds minder kinderen gevaccineerd? En is er reden tot zorg?

Nederland heeft in vergelijking met andere landen een succesvol vaccinatiebeleid. Vanaf de geboorte tot aan jongvolwassen leeftijd worden kinderen opgeroepen gratis inentingen te halen die beschermen tegen uiteenlopende infectieziektes. De deelname aan het vaccinatieprogramma is met 92 tot 99 procent (afhankelijk van het soort vaccinatie) nog steeds hoog. De deelname van pasgeborenen is echter voor het tweede jaar op rij met 0,5 procent gedaald.

„Dat is voorlopig nog geen reden tot zorg”, zegt Hans van Vliet, directeur van het Rijksvaccinatieprogramma bij het RIVM. „De daling is zo klein dat het ook een adminstatieve oorzaak kan hebben of een tijdelijk effect is, veroorzaakt door uitstelgedrag van ouders.”

Het RIVM wil verder onderzoeken of er meer aan de hand is, zegt Van Vliet. „Maar zo lang de vaccinatiegraad nog ruim boven de 90 procent zit, maken we ons nog geen zorgen.”

2. Waarom wil het RIVM dan toch meer geld steken in voorlichting?

„We moeten met de tijd meegaan”, zegt Van Vliet. „De ernst van kinderziektes is een beetje uit beeld geraakt doordat ze niet veel meer voorkomen. En ouders lezen allerlei verhalen over vaccinaties op internet en zitten daardoor met meer vragen. Daar willen we beter op inspelen door meer uitleg te geven.”

Het RIVM wil daarom extra geld steken in het bijscholen van jeugdartsen op het gebied van vaccinaties en stimuleren dat er meer tijd komt bij consultatiebureaus om vragen van ouders over het vaccinatieprogramma goed te kunnen beantwoorden.

3. Waarom willen ouders hun kind niet vaccineren?

Over het Rijksvaccinatieprogramma doen de wildste geruchten de ronde. Sommige ouders denken dat zij met de prik tegen bof, mazelen en rodehond gif in hun kind laten spuiten. Het vaccin bevat virussen die een afweerreactie oproepen. Dit is in de ogen van sommige ouders ‘onnatuurlijk’. Vroeger kreeg toch iedereen de mazelen? Volgens deze ouders kan een kind beter op natuurlijke wijze genezen van de mazelen, zodat hij extra afweer zou opbouwen. Een ander veelgehoord gerucht: van een vaccin krijgt je kind autisme.

Ook onder reformatorische christenen zijn er ouders die niet meedoen aan vaccinaties. Zij geloven dat God bepaalt of iemand ziek wordt.

4. Zijn vaccins overbodig of zelfs gevaarlijk?

Dat vaccins autisme zouden veroorzaken, is ooit in de wereld geholpen door een frauderende wetenschapper en nadien ontkracht. Er is geen verband tussen vaccinaties en autisme.

Dankzij de vaccins is het aantal besmettingen met infectieziekten waartegen ingeënt wordt heel laag. Uitbraken van polio, rodehond en meningitis deden zich in het verleden opvallend vaak voor onder ongevaccineerde kinderen in de zogeheten Bijbelgordel, een gebied dat schuin over Nederland loopt waar relatief veel streng-christelijke families wonen die tegen vaccinatie zijn.

Het RIVM schat dat het Rijksvaccinatieprogramma sinds de invoering ervan in 1957 heeft voorkomen dat zo’n 9.000 kinderen voortijdig aan infectieziekten zijn overleden.

5. Wat doen artsen om vaccinatie-weigeraars te overtuigen?

Weigeraars overtuigen moet niet je doel zijn, zegt Jeanne-Marie Hament die als jeugdarts van de Ouder- en Kindteams in Amsterdam kinderen vaccineert. „Als ouders mij vragen stellen over het gevaar van vaccinaties, probeer ik een open dialoog aan te gaan. Waar heb je je informatie vandaan, vraag ik vaak. Soms blijkt dat ouders al een autistisch kind hebben en bang zijn voor een tweede autistisch kind. Of ze hebben van andere mensen gehoord dat het niet veilig is.” Hament probeert vervolgens over te dragen hoe er vanuit de wetenschap naar vaccinaties wordt gekeken. Het is dan aan de ouders om een beslissing te nemen, zegt de jeugdarts. „Ik probeer ze niet dogmatisch te overtuigen. De ouders moeten er zelf achter staan. Er zijn mensen die geloven in de wetenschap, er zijn ook mensen die daar niet in geloven. Iedereen heeft recht op zijn eigen inzichten. Het is belangrijk dat ouders zich bij ons welkom blijven voelen, ook als zij besluiten om niet te vaccineren.”