Recensie

Uw hoofd is vijf millimeter te klein

Ali Smith

‘Autumn’ is de eerste post-Brexit roman. Dat de Schotse schrijver niet blij is met die Brexit was te verwachten. Maar Smith weet dat thema literair ongelooflijk knap uit te werken.

‘It was the worst of times, it was the worst of times.’ Met deze sombere variant op het begin van Charles Dickens’ Tale of Two Cities (‘It was the best of times, it was the worst of times’) opent de Schotse schrijver Ali Smith (1962) haar achtste roman Autumn. Het boek is aangekondigd de eerste van een reeks serie ‘seizoensromans’, maar is vooral te lezen als de eerste post-Brexit roman. Eigenlijk stelt Smith zich in al haar werk de vraag: wat gebeurt er wanneer het vanzelfsprekende niet meer vanzelfsprekend is? Dat maakt het Britse referendum de uitgelezen kans om je daarover te buigen.

Zoals te verwachten bij Smith, die zowel stilistisch, verteltechnisch als inhoudelijk graag experimenteert, wordt in Autumn geen eenduidig antwoord gegeven op de vraag wat de gevolgen zullen zijn van de Brexit. Een dramatisch vooruitzicht op die gevolgen hoef je bij haar evenmin te verwachten.

Autumn is een geweldige aaneenschakeling van verhalen rondom Elisabeth en Daniel Gluck. De laatste is 101 als de roman begint. In een soort schemergebied tussen leven en dood, slapen en waken, slijt hij zijn laatste dagen in een verzorgingshuis. Met waterige ogen kijkt hij troebel de wereld in.

In haar achtste roman is zoals vaker in haar werk de vraag te vinden: wat gebeurt er wanneer vanzelfsprekendheden niet meer vanzelfsprekend zijn. Ook deze keer is de uitwerking knap, geestig en vol stilistische bravoure.

Ooit was Daniel liedjesschrijver en kenner van ‘arty art’, zoals die van de Britse popart-kunstenaar Pauline Boty. Zij overleed niet alleen op haar 28ste aan kanker, maar haar lot was ook dat haar werk telkens werd herontdekt om dan weer vergeten te worden. Het is een knipoog naar de willekeur van tijd die in deze roman een rol speelt (Elisabeth bestudeert als kunsthistorica de sesksistische visie op Boty), en van het oppervlakkig kijken naar de buitenkant: Boty was mooi en zou dus niet intelligent zijn. Als voorbeeld haalt Smith een tijdschrift uit de jaren zestig aan waarin tussen advertenties van strapless bh’s en een knalrode ‘Young Jaeger look-again coat’ een foto van de hoogblonde Boty staat.

De 32-jarige Elisabeth, het vroegere buurmeisje van Daniel, komt vaak langs in het verzorgingshuis. De twee hebben een onverbreekbare band. Als kind werd zij al aangetrokken door haar afwijkende buurman en zijn kunst, en dat haar moeder haar verbiedt om de buurman te bezoeken, vergrootte de aantrekkingskracht alleen maar. Het was reden genoeg voor het opbouwen van een eigen wereld tussen de twee, waarin verhalen soms echt lijken te worden.

Hoe die band wordt opgebouwd en zich ontwikkelt, wordt verteld met sprongen in de tijd: de week na de Brexit wordt afgewisseld met jeugdherinneringen, oude liefdes en schemergebieden.

Huxley

Smith laat zo behendig zien hoe de brave old world vervangen wordt door de brave new world. Met die laatste wereld wordt Elisabeth op een absurde (en geestige) manier geconfronteerd wanneer ze een nieuw paspoort wil aanvragen. Terwijl ze wacht tot ze aan de beurt is, leest ze Brave New World en laat Huxley’s woorden ‘community, identity, stability’ op zich inwerken. Ze heeft het boek bijna uit als ze aan de beurt is – om vervolgens géén nieuw paspoort te krijgen omdat ze een te klein hoofd heeft: vijf millimeter komt de omvang van haar hoofd tekort. Op het aanvraagformulier komt te staan ‘head incorrect size’. Wat er ín dat hoofd omgaat is niet belangrijk: de buitenkant is niet juist. Het is een typerende vraag voor Smith, die in 2008 in een verhaal uit The First Person and Other Stories de fascinatie voor de buitenkant koppelde aan de vraag wat een roman eigenlijk is. Is de roman een ‘verlepte oude hoer’ in haar geriefelijke gedienstigheid? Zonder rechtstreeks antwoord te geven, is er bij Smith geen sprake van gedienstigheid. Integendeel. Boeken van Smith zijn een uiting van een ‘inconvenient truth’.

Dat blijkt onder meer uit het gebrek aan chronologie, ook in deze roman weer. En uit haar ritme in zinnen, die soms bijna muziek zijn zonder dat je wegdoezelt. In Swing Time staan twee volle pagina’s over de verwachtingen die mensen hebben van een Brexit, waarbij alle zinnen beginnen met ‘All across the country…’ Dat werkt bezwerend: ‘All across the country, racist bile was general. All across the country, people said it wasn’t that they didn’t like immigrants. All across the country, people said it was about control. All across the country, everything changed overnight. All across the country, the haves and the have nots stayed the same…’

Smith heeft het boek in een enorm tempo geschreven, maar dat staat de stilistische bravoure en een geraffineerde structuur niet in de weg. De vervlechting van twee levens, waar bijna zeventig jaar leeftijdsverschil tussen zit (met een schitterend slot), en observaties als ‘Facts don’t work. Connect with people emotionally. Trump’, komen stevig aan. De politiek heeft geen antwoord op het populisme, de literatuur met als woordvoerder Ali Smith, misschien wel.