Uitspattingen als uitlaatklep

Nico van Yperen

Topsporters willen niet alleen het hoogste bereiken, ze willen vaak ook buiten hun sport de alfa-aap op de rots zijn.

Een gevallen wielertalent dat uit de school klapt over dopinggebruik, bezoek van prostituees, excessief drank- en drugsgebruik? Nico van Yperen, hoogleraar psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, kijkt er op zichzelf niet van op. „Topsporters hebben een extreem grote erkenningsdrang. Ze willen koste wat kost iets groots neerzetten. Een Tour de France winnen, wereldkampioen worden. Maar in hun wereld wordt je status ook bepaald door andere dingen. Je moet niet alleen het hardste fietsen, je bent pas echt een bink als je het meeste kunt drinken, de mooiste vrouwen om je heen hebt. Ze willen de alfa-aap op de rots zijn. Dan pak je alles, in alle dimensies tegelijk.”

Thomas Dekker (32) windt er geen doekjes om in zijn deze week verschenen biografie Mijn gevecht, geschreven door Thijs Zonneveld. Hoe zijn veelbelovende loopbaan binnen een paar jaar smoorde in een verdorven wielerwereld. Bloederige dopingverhalen, drank, xtc en speed, gezamenlijke masturbatie en ‘naar de hoeren’ met ploeggenoten, met naam en toenaam genoemd. „Ontluisterend”, vindt Van Yperen, die in Groningen onder meer een masterclass sportpsychologie geeft en vanuit zijn vakgebied gespecialiseerd is in talentontwikkeling. Bestsellers van oud-voetballers als Wim Kieft, Andy van der Meijde of Fernando Ricksen liegen er ook niet om. „Maar het gaat om de manier waarop. Ik denk dat de reacties op het boek van Dekker daarom zo heftig zijn.”

Topsporters als helden

De emotionele uitroep van DWDD-presentator Matthijs van Nieuwkerk afgelopen maandag in een interview met Dekker en Zonneveld („Slappe hap! Ik had dit niet willen weten!”) staat volgens Van Yperen symbool voor een algemeen gevoel bij sportliefhebbers. „Mensen zien topsporters als helden, tegen wie ze opkijken, op wie ze trots willen zijn. Ze gunnen hun helden best weelde en uitspattingen. Maar ze gaan er wel van uit dat die helden alles opzij kunnen zetten om tot exceptionele prestaties te komen. Het verhaal van Dekker staat daarmee redelijk op gespannen voet.”

Van Yperen doelt niet zozeer op de dopinggerelateerde delen van het boek. „Daarover is al vaker geschreven en het is in meer delen van de maatschappij bekend dat mensen neigen tot fraude als de beloningen hoog zijn.”

Maar dan de passage waarin Dekker vertelt dat hij en Michael Boogerd vlak voor de Tourstart van 2007 op de hotelkamer tot drie uur ’s nachts bezoek hebben van twee prostituees. „Dat verwacht je niet en wil je niet, zoals Van Nieuwkerk ook aangaf. Zo’n jongen heeft altijd gedroomd van de Tour. Dan mag hij er eindelijk aan beginnen en doet hij zoiets. Drinken, seks, niet slapen. Alles wat je niet moet doen om een dag later maximaal te kunnen presteren op het hoogste podium.”

Hij ziet een vergelijking met turner Yuri van Gelder, die in Rio de bloemetjes buitenzette en vervolgens door sportkoepel NOC*NSF vroegtijdig naar huis werd gestuurd. „Je zou het kunnen verklaren uit een impulsieve reactie. Geen weerstand kunnen bieden aan eten, drinken, drugs of seks. Je bent op de lange termijn bezig toe te werken naar een sportief succes, maar hebt op de korte termijn geen controle over een impuls die interfereert met het grotere doel.”

De spanning die topsporters voelen in de aanloop naar belangrijke wedstrijden moet volgens Van Yperen niet worden onderschat. „Dit soort uitspattingen kunnen een uitlaatklep zijn voor de enorme druk. Dan wordt zo’n impuls sneller dominant, ook al ondermijnt het de prestatie. Zeker in een fysiek zware sport als wielrennen moet je zoveel mogelijk rust nemen om je optimaal te prepareren. Zo bezien is het eigenlijk opzienbarend wat Dekker in die Tour nog heeft gepresteerd.”

Misschien kiezen sporters in sommige gevallen zelfs wel expres voor een niet-optimale voorbereiding, stelt Van Yperen. „Self-handicapping is ook een plausibele verklaring voor zulk gedrag. Dat zie je op elk niveau, ook in de top. Uit een gevoel van faalangst ga je excuses inbouwen om achteraf te kunnen verklaren waarom je hebt verloren. Minder hard trainen uit angst om te verliezen. Of in een mannencultuur in elk geval nog kunnen roepen: ik heb niet gewonnen maar ik heb wel gezopen en geneukt.”

Het peloton als mannenwereld

Het peloton als mannenwereld, ruim 200 nachten per jaar in hotels? „Ik weet niet of wielrennen heel anders is dan andere sporten. Schaatsers zitten vaak in gemengde teams, daar zie je weer veel onderlinge relaties. Seks speelt overal in topsport een grote rol. De leeftijd van de sporters, extreme gerichtheid op het fysieke, appetijtelijke lichamen. Dan krijg je uitspattingen. Een orgie bij de Duitse zwemploeg tijdens de Spelen. Uit het basketbal en voetbal is ook genoeg bekend. Ik heb zelf onderzoek gedaan bij de jeugdopleiding van Ajax. Daar boden moeders hun dochters aan bij jonge spelers. Die jongens moeten daar weerstand aan bieden, focus houden. Maar je ziet vaak genoeg dat een loopbaan op den duur wordt ondermijnd door dit soort weelde.”