Trein

Steeds meer Rotterdammers reizen met de IC Direct. Maar het blijft vaak proppen

Sinds begin dit jaar rijdt de IC Direct elk kwartier in plaats van tweemaal per uur. De frequentieverhoging draagt bij aan de toenemende populariteit van de verbinding, aldus NS-woordvoerder Ton Boon. „Per kwartaal zien we nu 1,2 miljoen reizen (toeslagen) op het traject Rotterdam–Schiphol. De verbinding trok de eerste helft van 2016 maar liefst 18 procent meer reizigers dan vorig jaar.” Een mooie opsteker maar de groei kent ook een schaduwzijde: overvolle treinstellen. Die zijn allereerst het gevolg van het nog steeds te hoge uitvalpercentage. De verwijtbare uitval daalt weliswaar – van zo’n vijftien procent begin dit jaar tot ongeveer vijf procent in oktober, wat neerkomt op één op de twintig treinen – maar NS kampt ook met een tekort aan materieel. Daardoor is het na elke uitval proppen geblazen in de volgende trein(en). Boon: „Wij hebben met het ministerie afspraken gemaakt over de capaciteit en het aantal zitplaatsen in de IC Direct. Elke trein telt twee locomotieven en zes rijtuigen. We kunnen de treinen niet langer maken omdat de rijtuigen nodig zijn voor treinen die deels via het HSL-traject gaan rijden tussen Den Haag en Eindhoven en Amsterdam en Brussel. Deze treinen worden nu omgebouwd vanwege het HSL-beveiligingssysteem. Om dezelfde reden kunnen we geen dubbeldeks Intercity’s laten rijden op het snelle traject tussen Rotterdam en Schiphol.”

De nieuwe generatie Intercity’s (IC-NG) die Alstom gaat bouwen voor de NS – zo’n 80 enkeldeks treinen met in totaal 25.000 zitplaatsen – rijdt als alles meezit pas vanaf 2021. De snelle treindienst startte in 2009 onder de naam Fyra. Die trok weinig reizigers door de hoge toeslag van zes euro maar werd na verlaging naar 2,10 euro populair. De hogesnelheidslijn stopte in 2013 vanwege veiligheidsproblemen en mankementen. Opvolger IC Direct was vorig jaar de slechtst presterende binnenlandse trein op het traject Amsterdam-Rotterdam: 14 procent viel uit, 21 procent kwam te laat.