Klimaat

Schade ontkoppelen van klimaatrampen

Adaptatie aan klimaatverandering is net zo belangrijk als mitigatie, vindt Maarten van Aalst. Het aantal extreme weersgebeurtenissen zal alleen maar toenemen, maar we moeten zorgen dat tegelijkertijd de schade minder wordt.

Foto AFP

De ‘deal’ in Parijs was dat alle landen – ook de armere – zouden bijdragen aan het terugdringen van uitstoot van broeikasgassen, maar dat we ook gezamenlijk verantwoordelijkheid zouden nemen voor de gevolgen van klimaatverandering, die meer en meer zichtbaar worden, vooral in de armste landen.

Die tweede pilaar, ook wel adaptatie genoemd, wordt vaak gezien als lastig te verkopen: niet sexy om te investeren in het voorkomen van problemen, in plaats van een concreet positief doel. Maar tegelijkertijd zien we de extremen nu al toenemen, een trend die zeker zal doorzetten. En de schade neemt nog veel sneller toe, overigens vooral ook doordat er steeds meer kapitaal en mensen zijn die geraakt kunnen worden.

Wat we nodig hebben is een dubbele ontkoppeling.

Eén ontkoppeling is een bekende, en hoort bij de eerste pilaar van Parijs: het loskoppelen van economische groei en toenemende emissies. Oftewel: zorgen dat landen zich kunnen blijven ontwikkelen zonder toename van broeikasgassen en opwarming.

Minder kwetsbaar

De tweede ontkoppeling die we nodig hebben is nieuwer: het ontkoppelen van de schade door klimaatextremen (zoals overstromingen, droogtes, hittegolven) van de onvermijdelijke toenemende extremen zelf. Als we niets doen zal de schade door rampen blijven toenemen, zelfs sneller dan voorheen.  Mega-rampen, zoals de huidige droogte in Afrika, maar vooral ook een enorme hoeveelheid kleinere problemen, bijvoorbeeld toenemende lokale overstromingen door extreme regenval. Als de extremen toenemen, moeten we dus extra ons best doen om minder kwetsbaar te worden, en de schade te laten afnemen, zelfs in een veranderend klimaat.

Dat alternatieve scenario past precies in de tweede pilaar van Parijs: ervoor te zorgen dat we bij nieuwe plannen en investeringen anticiperen op die stijgende risico’s. Om een voorbeeld te noemen: elke euro die we investeren in het beperken van risico’s vóór een ramp, bespaart meerdere euro’s aan de kosten achteraf. Er ligt dus ook een kans op snellere en betere economische ontwikkeling, en voor bedrijven dus op meer winst.

En dat brengt ons terug bij de klimaatonderhandelingen in Marrakesh. Eigenlijk zijn er drie onderwerpen die van belang zijn voor die tweede pilaar.

Het eerste is financiering. Er is in Parijs afgesproken om vanaf 2020 jaarlijks 100 miljard dollar beschikbaar te maken. Tot nu toe gaat maar een klein deel daarvan naar adaptatie. Dat is een politiek probleem in de onderhandelingen hier, maar doet ook geen recht aan de problemen die de armste landen nu al ondervinden.

Het tweede betreft het meten van resultaten. Het lastige is dat de voortgang van adaptatie veel lastiger te meten is dan voor mitigatie, waarbij het simpelweg gaat om de hoeveelheid broeikasgassen. En we moeten niet in de valkuil trappen om de voortgang op de tweede pilaar alleen te beoordelen op de onderdelen die makkelijk meetbaar zijn, maar misschien niet het meest effectief.

Het derde onderwerp is eigenlijk het belangrijkste: hoe zorgen we ervoor dat we die middelen inzetten voor de meest efficiënte maatregelen om de risico’s terug te dringen? Dat zijn vaak niet alleen losse projectjes, maar vooral ook keuzes over landgebruik, in de ontwikkeling van snel groeiende steden, en door mensen zelf, zoals boeren in kwetsbare gebieden. Het zijn dus ook niet alleen maatregelen door nationale overheden, zoals het bouwen van dijken. Vaak gaat het over beslissingen door lokale gemeenschappen, burgemeesters, bedrijven.

Implementatie

VN secretaris-generaal Ban Ki-moon heeft in de aanloop naar ‘Parijs’ al die verschillende groepen bij elkaar gebracht om de onderhandelingen een signaal te geven dat er een ambitieus akkoord moest komen – staatshoofden, maar vooral ook CEOs van grote bedrijven, burgemeesters, en NGOs.

Nu hebben diezelfde groepen de sleutel in handen voor de implementatie. En er zijn hele concrete mogelijkheden om al die actoren effectiever te ondersteunen vanuit het klimaatverdrag, bijvoorbeeld door meer financiering naar lokale actoren te laten stromen, in plaats van alleen naar nationale overheden.

De stijgende risico’s staan duidelijk hoger op de agenda. Maar net als bij mitigatie is de grote vraag of we ambitieus genoeg zijn om te tij van stijgende schade te keren, vooral in de meest kwetsbare en armste landen.

Blogger

Maarten van Aalst

Maarten van Aalst is directeur van het Klimaatcentrum van het Internationale Rode Kruis en lid van het Climate Resilience Initiative van VN-chef Ban Ki-moon.