Op zoek naar diepte

Een schrijver is ook maar een mens. Daarom is misschien wel het beste boekennieuws dat uitgeverij De Arbeiderspers de reeks ‘Privé-domein’ heeft gereanimeerd. Ooit legendarisch, het afgelopen decennium bijkans doodgekwakkeld, maar inmiddels is de mooie reeks waarin schrijvers uitweiden over hun eigen leven met egodocumenten weer in full swing.

Zo zijn er de jeugdbrieven van Arnon Grunberg: Aan nederlagen geen gebrek. Maar ook verscheen er een prachtige uitgave van de dagboeken van Doeschka Meijsing (En liefde in mindere mate), Arie Storms uitstekende vertaling van Hemingways Parijs is een feest en de mooie bloemlezing uit de brieven van J. Slauerhoff: Varend eiland: ‘Maar eenmaal op zee is de verstandhouding met het land meestal een misverstand. En ik kom toch telkens weer op zee terecht.’

Dat zijn allemaal fraaie nieuwe lichten op de schrijvers die we al kenden. Maar de mooiste momenten zijn die wanneer je een helemaal nieuwe auteur ontdekt, zoals de wonderbaarlijke, verwarrende en bij vlagen geweldige Braziliaanse Clarice Lispector (1920-1977). De ontdekking van de wereld (vert. Harrie Lemmens. De Arbeiderspers, 456 blz.), is een selectie uit columns die ze schreef voor de krant O Globo. Over zichzelf, met lichte tegenzin en grote ernst. Dan legt ze uit hoe ze als kind dierenredder wilde worden: ‘Maar wat ben ik uiteindelijk geworden, en al zo vroeg? Ik ben iemand geworden die op zoek is naar onze diepste gevoelens en woorden gebruikt die dat uitdrukken. Dat is weinig, heel weinig.’ Zelden zag je zo veel ambitie – woorden zoeken voor onze diepste gevoelens – gecombineerd met een zo hard oordeel: ‘weinig, heel weinig’. En dus komt de schrijver dan ineens dichtbij – zit je inderdaad midden in het privé-domein van een auteur die tot de fascinerendste hoort die ik de laatste jaren heb gelezen.