Recensie

Volslank orkestgeluid met passages van kolkende opwinding en ontroering

Mahler leed in het Concertgebouw aan overgewicht: een dik orkestgeluid in het eerste deel verdoezelde soms de middenstemmen.

Archieffoto van het Concertgebouworkest. Foto Christina Chouchena/ Royal Concertgebouw Orchestra

Een fenomenale trompettist en een geëngageerd warmbloedige hoornist: met Omar Tomasoni en Laurens Woudenberg neemt het Koninklijk Concertgebouworkest twee trefzekere protagonisten mee op tournee naar Wenen, Bratislava, Washington en New York. Zij zijn het immers die de toon bepalen in Mahlers Vijfde symfonie: de trompet in de inleidende treurmars, de hoornist in die koddige reus van een Scherzo.

Of dirigent Semyon Bychkov net zo’n grote troef blijkt, is nog een open vraag. Gisteravond in het Concertgebouw leed zijn visie op Mahler aan overgewicht: een dik orkestgeluid in het eerste deel verdoezelde soms de middenstemmen, het in vieren geslagen scherzo voelde wat log en bestudeerd aan. De opbouw naar enkele cruciale passages – de hymne in het tweede deel, de angstige kreten van de solohoorn – kan urgenter worden uitgespeeld.

Wolkjes goudstof

Daar stonden wel veel passages van kolkende opwinding door een orkest in topvorm tegenover, alsook een prettig doorstromend Adagietto: acht minuten ontroering, mede dankzij de transparante strijkers die wolkjes goudstof genereerden. Dat de finale vol nep-eindes ook nu te lang voortdenderde, kan Bychkov nauwelijks kwalijk worden genomen – al valt hier qua optimale coördinatie nog winst te behalen.

Volslank klonk ook Mozarts Pianoconcert nr.22. Het prominente aandeel van de blazers werd geprononceerd maar soms wat stroef uitgespeeld, zeker in contrast met het delicaat afgemeten pianospel van Emanuel Ax.

Bij hem geen micromanagement van elke frase, Ax kiest voor een naturel uitspelen. En dan kan een eenvoudig, bedachtzaam zacht geponeerd akkoord al rillingen veroorzaken.