Kater

Mijn te vroeg gecastreerde kater is al lang geen echte vent meer. Dat deert hem niet. Met zijn stoere tred en opgeheven kop bakent hij terrein af, charmeert wanneer nodig, en ongewenst bezoek krijgt een hoge rug.

Gisteren vond ik hem quasi-levenloos gekruld op de deurmat. Enkel zijn hartje en ademhaling nog actief, zijn ogen glazig.

Overtuigd van een nakende dood haastte ik me naar de dierenarts. Met trillende stem vroeg ik welke vreselijke ziekte hem tergde.

„Uw kat is in de achillespees gebeten. De wond is miniem. Hij lijdt aan een gekrenkt ego, mevrouw.”