Cultuur

Interview

Interview

Foto Lars van den Brink

‘Onze oorlogen werden geëxporteerd. Nu komt het thuis’

Interview Zadie Smith

Of het nu de multiculturele samenleving, klimaatverandering of Beyoncé is: er zijn weinig auteurs die zo goed de tijdgeest weten te pakken als de Britse Zadie Smith. ‘Ik interesseer me voor wat zich voor mijn neus afspeelt.’

De ochtend nadat Donald Trump werd verkozen tot 45ste president van de Verenigde Staten, zat Zadie Smith (Londen, 1975) in een vliegtuig dat haar vanuit New York naar Europa bracht. Amerika is haar tweede thuisland, ze woont er al jaren af en aan met haar gezin en heeft er een vaste onderwijsaanstelling aan New York University. Op straat, op het vliegveld: overal waren de mensen in tranen. Tijdens ons gesprek in Amsterdam een paar dagen na de gebeurtenissen is ze nog altijd in shock. Nee, ze had het niet zien aankomen.

Zadie Smith: „Maar wat dachten we eigenlijk? Dat we ermee weg zouden komen? Dat we thee zouden drinken en romans zouden schrijven tot het einde van onze dagen, en vredig zouden sterven in bed? We hebben in een uitgerekte illusie geleefd waarin onze oorlogen werden geëxporteerd. Nu komt het thuis.”

Ze houdt haar blik naar beneden gericht wanneer ze praat, zoekend naar de juiste woorden, meanderend, steeds balancerend tussen bedachtzaamheid en begeestering. Ze associeert vrijelijk, veel vragen heeft ze niet nodig.

Sinds ze in 2000 op 24-jarige leeftijd debuteerde met White Teeth geldt Smith – kind van een Britse vader en Jamaicaanse moeder, afgestudeerd aan Cambridge, compromisloos ambitieus, altijd bereid de grote verhalen te verweven met de intieme – als een autoriteit. Niet alleen als schrijfster van grote romans als On Beauty (2005) en NW (2012), maar evenzeer als essayiste en critica.

Met een vanzelfsprekend lijkende souplesse denkt en schrijft ze over onderwerpen zo uiteenlopend als de multiculturele samenleving, film, familie, klimaatverandering, religie, genetische modificatie, Brexit, de stem van Obama en de dansmoves van Beyoncé. Haar werk is altijd in dialoog met de wereld, met andere literatuur, met zichzelf. Smith is een schrijver die zichzelf constant vernieuwt, niet berust in één bepaalde toon, stijl of vorm.

Met de uitvinding van de pil zijn er veel illusies over onsterfelijkheid ontstaan

„Vooral mannelijke critici hebben daarom de neiging te denken dat ik verward ben, of kwetsbaar, of vol zelfhaat. Maar ik denk dat een kunstenaar door verschillende periodes gaat. Schrijvers, net als schilders, hebben figuratieve perioden, abstracte perioden, blauwe perioden. Ik ben trots op mijn onrust. Het is energie, geen neurose.”

En nu is daar Swing Time, haar vijfde roman, die draait om twee vriendinnen die opgroeien in een arme Londense wijk, beiden half Brits, half Jamaicaans (‘onze huid was van precies hetzelfde bruin, alsof we uit één en dezelfde lap stof waren gesneden’), beiden gek van dans maar radicaal van elkaar verschillend in talent en temperament.

De rode draad in ‘Swing Time’ is dans. Begon het daar ook mee?

„Ik loop altijd een poosje rond met vage gevoelens over een onderwerp. Dat bouwt zich op, ik lees eromheen, niet eens erg bewust. Voordat ik aan Swing Time begon las ik veel over slavernij, burgerrechten-stukken uit de jaren zestig, James Baldwin. Ik las What the eye hears van de danscriticus Brian Seibert, een dik boek over de geschiedenis van tapdansen. Daar stond iets in over Afrikaanse slaven en Ierse contractarbeiders die dansten op de slavenboten, waardoor er een mengvorm ontstond die waarschijnlijk aan de basis lag van de tapdans. Veel van de roman kwam voort uit dat beeld.

„Andere schrijvers zijn geïnteresseerd in het verborgene, het onbekende, maar ik ben altijd meer geïnteresseerd in dat wat zich recht voor je neus afspeelt, datgene wat té voor de hand liggend lijkt om over te spreken. In Swing Time was dat: de rol van dans in zwarte levens. Wat je door de hele cultuur van de Afrikaanse diaspora ziet – beeldhouwen, zingen, dansen, schrijven – is een bepaald idee van ritme. Daar was ik nieuwsgierig naar.”

U heeft in uw romans altijd geschreven over klasse en ras, en op welke manier die van invloed zijn op mensenlevens — ook in ‘Swing Time’ is het een bron van complexiteit.

„Als je een mens bent, geboren in een bepaalde familie, in een bepaald postcode-gebied, land, moment in de tijd, wat gebeurt er dan met je capaciteiten: worden ze gebruikt of worden ze verspild?

„Klasse zou er niet toe doen, ware het niet dat in bepaalde klassen de menselijke potentie gewoonweg verloren gaat. Als je in een bepaalde hoek van Queens (NY) wordt geboren, is de kans heel groot dat je de rest van je leven koffie zult serveren ergens op Manhattan. Dát is waar het om gaat als we praten over klasse. En soms gaat het niet alleen om gemeenschappen, maar over hele landen vol mensen, die generatie na generatie worden geboren en sterven zonder in staat gesteld te worden werkelijk iets te doen met hun capaciteiten. Dat is buitengewoon obsceen, om niet te zeggen: misdadig.”

U schreef eens dat u bij elke roman opnieuw experimenteert met het vertelperspectief, maar dat u onveranderlijk uitkomt bij de meest traditionele: de derde persoon, de verleden tijd. ‘Swing Time’ wordt helemaal verteld vanuit één naamloze ik-persoon. Waarom brak u met uw eigen traditie?

„Een alwetende verteller is geruststellend voor een lezer: hij klinkt ergens uit een wolk en lijkt alles over iedereen te weten. Een ik-verteller is veel minder alwetend en betrouwbaar.

„De eerste persoon wordt meestal ingezet om de sympathie van de lezer te winnen. En in het verlengde daarvan: te zorgen dat de lezer de schrijver van het verhaal sympathiek vindt. Hoewel ik het begrijp, dat verlangen van lezers naar identificatie met de verteller, is het niet het soort sentiment dat ik wil uitlokken. Eigenlijk precies het omgekeerde: ik wil de existentiële angst laten zien van het níet kennen en herkennen, de verwarring die dat met zich meebrengt.

„Mensen verwachten van vrouwen en meisjes dat ze zichzelf voortdurend maar op een aantrekkelijke manier presenteren aan de wereld. Maar het zou niet schokkend moeten zijn, of als zodanig moeten worden gepresenteerd, wanneer een vrouw niet goed, mooi of zachtaardig is. Ik houd van het idee van een vrouwelijk bewustzijn dat nergens op reageert, maar vrij is.”

U schreef eens over een citaat van Jacques Derrida, dat u als ‘screensaver’ gebruikte: ‘Als het recht op een geheim niet meer wordt gehandhaafd, dan bevinden we ons in een totalitaire ruimte.’

„Ik heb dat citaat niet meer op mijn screensaver staan, maar wat hij zegt, gaat nog altijd op – misschien wel meer dan ooit. Mensen hebben recht op hun privélevens.

„Er is een jongere generatie, nu, die op een bijna totalitaire manier geobsedeerd is door het idee van een identiteit die te allen tijde kloppend moet zijn. Dus als je links bent, feministisch, pro-transgender, et cetera, dan is er de druk om die waarden altijd maar uit te dragen. Je schijnt ‘on message’ te moeten zijn, voortdurend, bijna als een politicus. Jong zijn zonder de ruimte om fouten te maken, zonder de vrijheid inconsistent te zijn: dat lijkt mij dodelijk vermoeiend.”

De vertelster van ‘Swing Time’ verlangt ernaar dat haar leven min of meer stil blijft staan. Ze lijkt als de dood om werkelijk volwassen te worden. Is dat iets wat bij deze tijd hoort?

„Wanneer ik praat met mensen van mijn generatie, en ik zeg iets wat volstrekt voor de hand liggend is, zoals: ik ben op de helft van mijn leven, ik ben van middelbare leeftijd, dan roepen ze uit: waar heb je het over? Ik heb het over eenvoudige wiskunde, ik ben 41. Mijn generatie heeft een ongelooflijke neiging om dit soort dingen te ontkennen. Zoals: het is moeilijk om op je 43ste nog een kind te krijgen. Of: de meeste mensen sterven tussen hun 70ste en 80ste. Als mijn romans ergens over gaan, dan gaan ze over begrenzingen, menselijke begrenzingen.

„Ik ben geboren in een tijd waarin mensen die begrenzingen leken te zijn vergeten. Een van de belangrijkste oorzaken daarvan is de uitvinding van de pil – waar we natuurlijk dankbaar voor mogen zijn, zonder de pil had ik hier waarschijnlijk niet eens gezeten. Het kan niet onderschat worden hoezeer die uitvinding de loop van de geschiedenis heeft veranderd. Van het ene moment op het andere werd een waarheid die al duizenden jaren gold, ongedaan gemaakt. De menselijke biologie werd erdoor veranderd, en daarmee ook onze conceptie van tijd. Er zijn veel illusies over onsterfelijkheid uit voortgekomen.”

Dat doet denken aan wat u vorig jaar schreef in een essay over klimaatverandering: dat we niet alleen onze voeling zullen verliezen met seizoenen, maar dat we rap zullen vergeten dat ze überhaupt ooit bestonden. Alles beter dan toe te geven in een abnormale situatie te leven.

„Ja, je ziet het al gebeuren met Trump. Ik raak er al aan gewend: kijk, daar zit hij, in het Witte Huis, handen te schudden met Obama. Het lijkt bijna normaal, terwijl ik weet dat dit het meest waanzinnige is wat ooit is gebeurd in de geschiedenis van de Amerikaanse politiek.

„Dat normaliseren heeft deels te maken met het medium: het nieuws komt tot ons op de schermen van telefoons, laptops, televisies. Alles wordt gekanaliseerd door dezelfde schermen, waardoor alle dingen gelijk in omvang lijken. Appels en peren, Obama’s en Trumps.”

Is er een manier om daaraan te ontsnappen?

„Ik heb geen smartphone, en dat helpt. Ik klink nu bejaard, en ik zal ook veel missen, maar ik voel me toch bevrijd van die structuur. Het vliegveld, bijvoorbeeld, is een gigantische hal vol zombies die aan hun schermen gekleefd zitten. Ik kan ze ongegeneerd bekijken, waarschijnlijk zou ik ze zonder moeite kunnen beroven.

„De meeste mensen om mij heen vinden het idioot dat ik niet meega met mijn tijd, en die reactie begrijp ik. Maar ik denk dat er toch een paar mensen moeten overblijven die níet de hele dag naar hun telefoon staren – al was het maar ter vergelijking, om te zien hoe het leven eruit ziet zonder.”

Lees Toef Jaegers recensie van Swing Time: “Helaas… geen dans met platvoeten”