De hotelportier is het visitekaartje van een luxehotel

Hotelportiers

Bij de meeste luxehotels in Amsterdam staan ze altijd: de hotelportier – het visitekaartje voor de deur. „Informeren of iemand een goede reis heeft gehad is een van de domste dingen die je kunt doen.”

Het trottoir in de Nieuwe Doelenstraat is het domein van René Vermeij (53). Al 22 jaar staat hij op de rode loper voor Hotel de l’Europe. Meestal kijkt hij vriendelijk, maar hij veinst arrogantie als ongewenste gasten het hotel te dicht naderen. Talloze wereldsterren heette hij welkom en een Ferrari of Rolls-Royce parkeert hij inmiddels moeiteloos in het smalle straatje. „Veel mensen denken dat ik vooral mooi sta te zijn”, zegt Vermeij. „Soms, maar het is hollen en stilstaan.”

Een hotelportier voor de deur is naast een eeuwenoude traditie bij luxehotels een van de officiële voorwaarden om geclassificeerd te worden als vijfsterrenhotel. Met 13 hotels in die categorie hoort de doorman, zoals hij zichzelf noemt – het zijn inderdaad altijd mannen –, daarom bij het Amsterdamse straatbeeld. In weer en wind staat hij op de stoep. Vaak is het saai, en het is lang staan. Maar de hotelportier is ook trots op zijn beroep, als aanspreekpunt voor het hotel. „Het werk is complex en belangrijk”, zegt Vermeij. „Het hotelbezoek begint en eindigt bij mij.”

Directeur Groenhuijzen van Sofitel Legend The Grand Amsterdam heeft in totaal vijf hotelportiers, naast zogeheten bagagisten die de koffers afwikkelen, en conciërges. Zijn buitenportier groet de gasten op de stoep met een ‘bonjour’, „vanwege de Franse link van het hotel”. „Het beroep behelst veel meer dan op het eerste gezicht lijkt”, zegt Groenhuijzen. „Ik verwacht bijvoorbeeld parate kennis over Amsterdam en de routes door de stad. Onze doormen pakken niet hun smartphone erbij als om raad wordt gevraagd.”

„De hotelportier is een visitekaartje van ons hotel”, zegt Roberto Payer, directeur van het Waldorf Astoria. Hij koos expres niet voor een hoge hoed of zwart pak voor de deur. „Dat geeft een beetje het gevoel van een begrafenisonderneming.” De portieren van het Waldorf werden beige aangekleed, met kashmir, door modeontwerper Jan Taminiau. „Alleen de mantel van de doorman kost al bijna duizend euro.”

De meeste hotelportiers worden intern opgeleid, maar sommigen kiezen voor een achtweekse butlercursus, zegt Robert Wennekes, directeur van de Butler Academy in Zeist. In rollenspellen worden ze door instructeurs klaargestoomd. De mannen leren bijvoorbeeld hoe ze moeten lopen. „Parmantig en resoluut”, zegt Wennekes. Ook onderdeel van de lesstof is leren hoe er tiptop uit te zien. „Dat gaat van je gezichtsbeharing tot hoe je ruikt.”

Steeds professioneler

Al heeft het beroep iets tijdloos, Wennekes ziet dat de functie steeds professioneler wordt ingevuld. „Vroeger was het letterlijk iemand die de deur opendeed en daar stopte het mee. De portier, toch iets prijzigs om te hebben, wordt nu meer als een beetje een ambassadeur van het hotel gezien.”

Bij het Waldorf Astoria worden de hotelportiers in tweeënhalve week intern opgeleid. „Daarbij wordt ook gehamerd op details”, zegt CEO Roberto Payer. „Onze portiers openen een autodeur met de rechterhand, om met de linkerarm eventueel te voorkomen dat de gast zijn hoofd stoot bij het uitstappen.” Paraplu’s mogen bij het Waldorf Astoria nooit geopend worden waar de gast bij is. „Je wilt geen ongelukjes met de punt of een gast die last heeft van het water dat van een natte paraplu af spettert.”

Ruimte voor een grapje

Hotelbezoekers goed kunnen inschatten is belangrijk voor de portiers. Wil iemand alleen dat de deur voor hem open gaat, of is er ruimte voor een grapje? Ook small talk is onderdeel van het lesprogramma bij de Butler Academy. „Informeren of iemand een goede reis heeft gehad, is een van de domste dingen die je kan doen”, zegt Wennekes. „Mensen hebben namelijk 99 procent van de keren niet een ‘goede’ reis gehad. Je begint het gesprek meteen op de verkeerde voet.”

Bekijk ook de uitgebreide fotoserie over de hotelportiers van Amsterdam

Elhoussine Aitboubker (53), hotelportier bij het Amstel Hotel, zit 34 jaar in het vak. Ooit heette hij Juliana nog welkom. Máxima en Willem-Alexander feliciteerde hij vlak na hun huwelijk. Hij onderstreept dat zijn beroep ook een beveiligingsaspect heeft. „Als er een ster bij ons logeert en ik zie iemand op het parkeerterrein drentelen, dan waarschuw ik de beveiliging. Die gaat dan een praatje maken. Vaak zijn het fans die hun idool opwachten, maar wij willen dat onze gasten zich niet opgejaagd voelen.” Groenhuijzen vindt de „signaleringsfunctie” ook belangrijk bij de portiers van zijn The Grand. „Er is natuurlijk beveiliging, maar je wil liever geen securitymensen voor je deur hebben.”

De directeur begrijpt dat hotelportier zijn niet de droombaan is die jonge jongens voor ogen hebben. „Maar het is een onderschat vak.”