Het lawaai is niet te harden – en de gnocchi om te huilen

Foto Tammy van Nerum

De Drie Wijzen uit Oost hebben de afgelopen jaren de ene na de andere succesvolle zaak geopend: de Biertuin, de Waterkant, Louie Louie, Café Maxwell, Bukowski… het zijn er inmiddels negen. Sinds kort is daar Bar Botanique bijgekomen, ook een plek waar iedereen wil zijn. Behalve wij.

Bar Botanique lijkt nog een beetje op het café dat er ooit zat, de befaamde Ponteneur, een zaak waar je als de plicht niet riep zomaar een hele dag kon zitten. Om zakelijke redenen moesten de nieuwe eigenaren van naam veranderen. Bar Botanique dekt de lading: het is alsof je in een botanische tuin zit. Veel groen, veel planten, veel sfeer.

Met dien verstande dat het hier klinkt als een jungle – het lawaai is niet te harden. De zaak, voor een bar en achter het restaurantgedeelte, is afgeladen met dertigers die zich schreeuwend verstaanbaar proberen te maken terwijl ze met cocktails en ambachtelijk gebrouwen biertjes de schorre keel smeren. Hoe houdt een mens het hier uit? In een bar mag je natuurlijk wat rumoer verwachten en ja, mensen boven de veertig krijgen gevoeliger oren, maar dit is óók een volwaardig restaurant met serieuze restaurantprijzen en er staat niet op de deur dat veertigplussers niet welkom zijn. Tot zover de omgevingsfactoren.

We willen drie gangen en starten met artisjok en bagna cauda (7,95) en een bordje schelpen: vongole, kokkels en mosselen (8,95). De artisjok is mooi opgemaakt en aangesneden, zodat we niet een halve hooibaal weg hoeven te snijden en de bagna cauda, een Italiaanse dipsaus van ansjovis en knoflook, is goed op smaak. Maar: koud – een beetje gek en vooral jammer; het betekent nota bene ‘warm bad’, maar daar denken ze hier dus anders over.

De schelpen zijn goed gekookt en komen met een pittig sausje met knoflook, citroen, chili en peterselie, prima. Maar dan de hoofdgerechten: picanha steak (18,95) en Franse gnocchi (14,95), een vegetarisch gerecht. Picanha steak is een royale (200 gram) portie plakken van het lendestaartstuk. De cuisson is prima, hier standaard medium rare, maar het vlees is behoorlijk stevig, zeg maar gewoon taai. De bijgeleverde pompoencrème smaakt naar een babyhapje, de sperziebonen, broccoli en tomaatjes zijn saai en keihard; alleen de gebakken aardappelschijfjes gaan op.

De gnocchi is nog meer om te huilen: een berg van alles met lang doorgekookte en daardoor zoetige, melige gnocchi met brokken gerookte kaas. Op de kaart staat dat er ‘antiboise’ én ‘caponata’ bij dit gerecht komt. Antiboise is een warme dressing van olijfolie met fijngesneden tomaat, knoflook, kappertjes en olijven, en in caponata, vaak koud geserveerd en zoet-zuur, zitten fijn gesneden aubergines, olijven, kappertjes en bleekselderij. Wij herkennen grove stukken tomaat, aubergine en olijven, maar verder lijkt het er niet op.

We drinken ons verdriet weg met lekkere Carignan (5,50) – nadat we de witte wijn hebben weggezet, omdat de glazen niet schoon zijn en een nare bijsmaak hebben.

In Amsterdam zijn er volop zaken waar ervaren cuisiniers voor rond de 35 euro een mooi en lekker driegangenmenu voorzetten in een gezellige, niet stijve omgeving. Denk aan Rijsel, Choux, le Hollandais, Marius, Apostrof, hotel de Goudfazant en ga zo maar door. Bij Bar Botanique leg je meer dan 30 euro voor drie gangen van bedenkelijk niveau neer, zit je in de klereherrie en… is het un succès fou, om met Ivo Niehe te spreken.

Het kan niet anders dan dat men hier niet voor het eten, maar voor het uitgaan komt. Het eten is bijzaak. Om half tien start de deejay met plaatjes draaien, de kakofonie is compleet. We slaan de desserts over en piepen er tussenuit.