Recensie

Elke subcultuur wordt kapotgeknuffeld

Catwalk

Het lot van elke subcultuur is dat die op een dag door de mode gekaapt wordt. Ook metal.

Arme metalliefhebbers, die moeten aanzien hoe wufte modetypes in T-shirtjurken met metalletters van hypelabel Vetements lopen (prijs: 1.245 euro), en dat kleuters bandshirts dragen die bij H&M zijn gekocht. Schrale troost: ze zijn de eersten noch de enigen. Geen sub- of jeugdcultuur of hij is niet minstens één keer door de mode-industrie geannexeerd.

Al in 1960 maakte Yves Saint Laurent als opvolger van Christian Dior een haute-couturecollectie met zwarte, leren jacks en coltruien die was geïnspireerd op de stijl van de beatniks. Een destijds revolutionaire collectie, die het begin was van een lange traditie.

De hippiecultuur, punk, new wave, gabbers, grunge, mods, motorbendes en vooral de hiphop; allemaal zijn ze de inspiratie geweest voor mode die niet per se bedoeld was voor mensen uit die groep. Omhelzing door de modewereld is het begin van de acceptatie door de mainstream waartegen veel subculturen zich juist afzetten.

Een eerste keer een subcultuur gebruiken, kan nog shockeren. Saint Laurent kreeg in 1958 vernietigende kritieken na zijn Dior-show. De Amerikaanse ontwerper Marc Jacobs werd in 1992 ontslagen bij Perry Ellis, nadat hij een grunge-collectie (geruite overhemden over jurken, ‘werkmansschoenen’, gebreide mutsen) had laten zien. Maar hoe vaker je een underground-stijl laat zien, hoe meer die aan kracht inboet. Punk is inmiddels een zouteloos modecliché geworden. Wie jong is en zich rebels wil presenteren, moet daar nu echt een andere vorm voor vinden.

Het zijn overigens lang niet altijd buitenstaanders die de stijl van een subcultuur de wereld in brengen – modeontwerpers zijn niet zelden zelf afkomstig uit een subcultuur. Vivienne Westwood, die in de jaren zeventig samen met Malcolm McLaren een boetiek in Londen had, is zelfs een van de ‘architecten’ van de punkstijl. En dan nog: mode is geen geïsoleerd fenomeen. Iedere modeontwerper kijkt naar de straat. Zelfs de spijkerbroek was ooit een subversief kledingstuk voor jongeren.

Waarom nu metal?

Waarom nu metal? Misschien omdat het een van de weinige subculturen is die nog niet helemaal is kaalgeplukt en plat-geïnstagramd – en dus nog een beetje authenticiteit heeft. Hoewel de modeversie van metal niet gespeend is van enige ironie. Die gotische letters, de loodzware symboliek: het is voor een buitenstaander allemaal best wonderlijk, zelfs een beetje mal. En nieuwe mode ontstaat vaak uit dingen die níet mooi worden gevonden.

De metalfans zijn natuurlijk ook een beetje verraden door hun eigen wereld. Bands hoeven niet samen te werken met H&M en andere modemerken, en Metallica had ook gewoon nee kunnen zeggen tegen het – ongetwijfeld lucratieve – aanbod om dit najaar het gezicht te zijn van het Italiaanse pakkenmerk Brioni, dat dankzij de nieuwe creative director Justin O’Shea ook een vermetald logo kreeg. O’Shea stond overigens na een half jaar weer op straat. Zo geaccepteerd is metal dus ook weer niet.