Recensie

Een wijze, ouwe knol heeft ook zijn visioenen

Jan van Mersbergen De auteur laat de lezer in zijn ‘Hollandse western’ vooral meeleven met de zintuigen van een paard. Woorden die voor emoties staan, zijn hem niet puur genoeg.

Foto Istock

Hoofd uit, voelen – dat is de literatuur van Jan van Mersbergen (1971). In zijn werk kom je altijd al weinig reflectie en abstractie tegen, geen gefilosofeer, geen gezever. Zijn literatuur is de literatuur van voelen, ruiken, proeven: je ware aard zit in je zintuigen, in zijn boeken. Die literaire smaak (of wellicht moet je van een literatuuropvatting spreken) is er misschien wel de aanstichter van dat Van Mersbergen voor zijn nieuwe, achtste roman een verteller koos die daar perfect bij past, omdat hij vooral dierlijk is.

Eigenlijk is de desoriëntatie over die verteller, die je als lezer op de eerste bladzijde(n) prettig doet duizelen, te leuk om hier te verklappen wie er aan het woord is. Maar dan komen we nergens: de verteller van De ruiter is een paard. Een voormalige stoere hengst, nu ouwe knol, die zijn dagen slijt onder een afdakje, ergens op het platteland. Liefst in stilte, want hij is schrikachtig, en tegelijk verlangt hij ook weemoedig terug naar het lijf dat kon springen en waarvan de merries in katzwijm vielen. ‘Ik ben een vogel die te dik is voor zijn tak’, is een van de grappigste wrange zinnetjes die Van Mersbergen hem in de mond legt.

Het is nog best een eloquent paard – al deed Van Mersbergen er ook alles aan om hem ‘paards’ genoeg over te laten komen, om dat paardenperspectief overtuigend te maken. En daarin slaagt hij, voor zover je dat als mens kunt beoordelen. Het paard vaart op een bovenmenselijk scherp waarnemingsvermogen en duidt de wereld aan de hand van zijn zintuigen: er is een boel te horen, een boel te besnuffelen. Het meisje dat in het eerste hoofdstuk op de boerderij aankomt bijvoorbeeld, is in de ogen, nee neus van het paard ‘zoet’. Zo ontdoet Van Mersbergen de registratie van allerlei woorden die voor emoties moeten staan, want die zijn hem niet puur genoeg. Hij had dat meisje ‘lief’ of ‘onschuldig’ kunnen noemen, maar ondertussen is ze ook zo bokkig als een stadspuber. Dat ze desondanks ‘zoet’ ruikt, geeft zinvolle connotaties. Wat er staat is scherp en functioneel.

Aanraking

Zo lees je De ruiter als een imponerend technisch waagstuk – al stelt Van Mersbergen je ook op de proef met flashback-visioenen die het paard krijgt bij lijfelijk contact met een mens. De aanraking van de boer, ‘de baas’, brengt herinneringen aan diens overleden vrouw over naar het hoofd van het paard, de aanraking van het meisje (de kleindochter van de baas, zo blijkt) voert het paard terug naar de reden waarom zij naar het platteland is gekomen: een eng crimineel vriendje. Er is wat extra opschorting van het ongeloof voor nodig, maar die visioenen slikken loont: met het leven van een grazend, schrikachtig paard alleen raakte de roman vermoedelijk niet gevuld.

Gaandeweg worden de mensen toch belangrijker in de roman, want overheersender in het leven van het paard – en dat moet zo betekenisvol opgevat worden als maar kan. De spanning tussen het menselijke en dierlijke speelt op vele niveaus in De ruiter: je kunt die herkennen in de spanning tussen de stad en het platteland. Het meisje is uit de stad gevlucht voor haar bendevriendje, al verlangt ze óók nog naar hem en raakt ze langzaamaan óók verknocht aan het paard. Maar het vriendje zal haar komen halen, weet ze. Want de stad rukt op.

De verwikkelingen rond het vriendje culmineren in een hard-boiled misdaadplot – de personages worden dan wel een tikje schetsmatiger, zeker in de ogen van een paard. Zo eindigt De ruiter vooral als een Hollandse western, waarbij het literaire thema van de oprukkende stad constant aanwezig blijft en het spannende verhaal diepte geeft. Die thematiek voegt bovendien een actuele dimensie toe aan de roman: ‘Laat jullie hier wegblijven’, krijgt het stadsmeisje aangewreven van een visser, een verongelijkte man uit een flyover-platteland waar de busverbindingen zijn wegbezuinigd of in onbruik zijn geraakt. ‘Hier gelden andere regels. Hier hebben jullie niks te zeggen’, zegt hij.

Dat is wrok die niet weg te wuiven is, weten we uit de internationale politiek. Van Mersbergen heeft ook weinig verzoenlijks in petto, behalve dan die toenadering tussen paard en meisje. En die kun je voelen.