Een jaar van rouw

Rouw kenmerkte het afgelopen popjaar, waarin de ene na de andere muzikale grootheid het leven liet. De shockerende dood van Prince. Het waardige, zorgvuldig geplande afscheid van David Bowie. De recentelijk in het harnas gestorven gentleman Leonard Cohen. Leon Russell. Het waren popsterren in de buitencategorie. Trendsetters die niet per se modieuze muziek in het smaakgebied van hun publiek wisten te krijgen.

Beluister nog eens David Bowie’s Blackstar: een subliem album vol schitterende vertellingen met hints naar zijn naderende einde. Het pas verschenen laatste album You Want It Darker was er ook duidelijk over: Cohen was er klaar voor. Maar zoals het gaat, na de dood volgt de handel: een legioen aan best-ofs. Op Legacy worden David Bowie’s beste singles verzameld vanaf Space Oddity (1969) tot aan zijn laatste singles Lazarus en I Can’t Give Everything Away van begin 2016. Het compilatie-album Prince 4Ever is in aantocht met veertig liedjes, waaronder een onuitgebracht oud liedje: Moonbeam Levels. En ook een luxe versie van de Prince-klassieker Purple Rain is onderweg.

Maar al die mooie uitgaven ten spijt, ik ken veel muziekliefhebbers die voor de feestdagen hun zinnen hebben gezet op één ding: Lego. En wel de Yellow Submarine van The Beatles in honderden bouwsteentjes, met in de gele cockpit van de onderzeeër de vier legendarische lego-mannetjes John, Paul, George en Ringo. Met brilletje, snor, of baardje en herkenbare haardracht. Eventueel in elkaar te zetten bij de geremasterde live-registratie The Beatles: Live At The Hollywood Bowl.