Column

Deze tijd

marcelroosmalen0

Ik was uitgeweken naar mijn bejaarde moeder in Velp omdat het huisje dat wij bewonen te klein is voor een zzp’er met griep. Het was inmiddels zover dat we voor mijn moeder dachten. Zo had zich het idee in mijn hoofd genesteld dat het voor haar ook wel weer eens leuk zou zijn om ouderwets te kunnen zorgen.

Ik kreeg er thee met klodders honing die ze kocht van haar buurman die imker is, een drankje van heemstwortelextract, neusdruppels, paracetamols waarvan de houdbaarheidsdatum al jaren was verstreken – maar wat maakt dat uit? – en goedbedoelde adviezen die me irriteerden. „Droog je goed af”, zei ze bijvoorbeeld als ik onder de douche stond. En „ik zou een jas aan doen” als ik aankondigde om even naar het dorp te gaan.

’s Avonds aten we ons zwijgend door bergen bloemkool en gekookte aardappels heen, terwijl ik op mijn telefoon keek en zij met een schuin oog naar The Bold & the Beautiful loerde. Na de dood van mijn vader was ernaartoe gezapt omdat het Journaal toch elke avond hetzelfde nieuws bracht.

Gisteravond, ze had koffie ingeschonken, liet ze een foto van vroeger zien. Ze kwam uit een groot Brabants gezin. Ze poseerden, de meesten zo te zien met tegenzin, voor de boerderij. Ze wees aan wie wie was. Wat ik bijzonder vond waren de namen.

Riek, Riet, Ied, Piet, Tiny, Tien, Mies, Plien.

„Moest er verplicht een ‘ie’ in zitten?”, vroeg ik. „Of was het juist creatief bedoeld?”

Typerend voor mijn moeder is dat ze het onverdedigbare daarna met non-argumenten ging verdedigen.

„Daar is niets geks aan! Dat was in die tijd nu eenmaal zo. Piet is iets heel anders dan Ied, het lijkt niet eens op elkaar. Wij hebben nog nooit iemand verwisseld. Nog nooit. Wij hebben een hele goede jeugd gehad.”

Ik maakte nog wat grapjes over Piet, Riet en Ied, waarna zij nogmaals zei dat die namen totaal niet op elkaar leken.

„Bovendien hadden we in die tijd wel andere dingen aan ons hoofd.”

„Wat dan?”

„Niks bijzonders.”

Ze sleepte de actualiteit erbij.

„Je lijkt Trump wel”, zei ze, „die weet het ook altijd beter en die krijgt ook altijd z’n zin.”

Daarna zette ze de koptelefoon die met een draadje aan de televisie zat op haar hoofd zodat ze me niet meer kon horen. Ondanks haar leeftijd was ze juist heel erg van deze tijd.

Marcel van Roosmalen heeft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.