Schouwburg of Binnenhof, Boris van der Ham is in zijn element

Musical Boris van der Ham had zijn zinnen gezet op een rol in Ciske de Rat. En die kreeg hij. Vanaf zondag is het voormalig D66-Kamerlid te zien als kinderinspecteur Muysken.

Boris van der Ham (links) tijdens de repetities van Ciske de Rat. Foto Roy Beusker

Politici? Acteurs! In het geval van Boris van der Ham is dat geen scherts of hoon, maar waar. Het oud-Kamerlid voor D66 (2002-2012) werd opgeleid aan de Toneelacademie in Maastricht – de beste, benadrukt hij. Na zijn afstuderen in 1998 speelde hij een paar jaar toneel, bij onder meer Toneelgroep De Appel en Het Zuidelijk Toneel/Hollandia. Daarna eiste zijn politieke werk alle tijd op. Maar sinds hij zijn politieke carrière in 2012 op pauze zette, bewandelt Van der Ham nu weer de weg terug. En dat doet hij niet in de luwte, maar vol in de spotlight in het Amsterdamse Theater Delamar: in de nieuwe versie van de populaire Stage-musical Ciske de Rat. Trots: „Ciske is Nederlands cultureel erfgoed, vergelijkbaar met Oliver Twist.”

Hij zag de musical in 2007 en vond die schitterend. „Ik was enorm ontroerd. Het is zo’n rauw en tegelijk hoopvol verhaal.” Straatschoffie Ciske wil niet deugen en groeit op voor galg en rad, maar dankzij een paar toegewijde, behulpzame mensen in zijn omgeving ontspoort hij niet helemaal, en komt het toch nog goed met hem. „Min of meer”, benadrukt Van der Ham, want heel romantisch is het allemaal niet. „Iedereen kent Ciske. Dus toen ik hoorde dat er van deze musical een nieuwe versie kwam, wist ik meteen: daar moet ik bij zijn!”

Van der Ham meldde zich bij Stage Entertainment, of hij audities kon doen maar die bleken al achter de rug. Gelukkig was er nog één rol onbezet, de „belangrijke bijrol” van kinderinspecteur Muysken (Rijk de Gooyer in de film): een rouwdouwer met een goed hart, die op een paar cruciale momenten helpt om Ciske op het rechte pad te houden. Van der Ham kon alsnog auditie komen doen.

Voor de auditie speelde hij een paar scènes, en ook zijn zangtalent werd getoetst. „Ik zong het nummer Geknecht en gekooid, een prachtig, bijna Brechtiaans nummer over vrijheid. ‘Zie je die hond daar met zijn vrouwtje/hij leeft zijn leven aan een touwtje/zijn vrijheid is twee meter lang.’ Zijn auditie overtuigde: Van der Ham kreeg de rol van Muysken. Daarnaast zit hij in het ensemble en speelt kleine rolletjes als pastoor, soldaat, kruier en bezoeker in Artis. Als nieuwkomer voelt hij zich in de musicalwereld vaak ‘een Alice in Wonderland’. „Het is magisch; ik kijk mijn ogen uit.”

Foto Roger Cremers

Boris van der Ham verkleed als Muyken, zijn rol in de musical Ciske de Rat. Foto Roger Cremers

19 oktober, repetitie in studio’s Stage Entertainment, Amsterdam.

Van der Ham ziet er ontspannen uit, in wollen trui en spijkerbroek, en op gemakkelijke bergschoenen. Hij wurmt zich in het pand aan de Amsterdamse Boelelaan langs een twintigtal gillende kinderen om nog even koffie te halen – „er doen vijf teams kinderen aan mee”. Volgens het repetitieschema, dat de 24 castleden dagelijks rond middernacht krijgen voor de volgende dag, is hij om kwart over twee weer aan de beurt.

Vanmiddag repeteert Van der Ham drie scènes; in de eerste is hij soldaat. Het is 1940, oorlog dreigt, en een koor van vrouwen zingt over hun verloren liefdes die vechten voor het land. Dan komen hun mannen marcherend op, en zingen mee. Het loopje heeft een aparte, net iets slepende timing, en de acteurs moeten precies in de maat opkomen en in hetzelfde ritme weer terug de coulissen in. Van der Ham maakt zich zorgen over de stappen. „Dat is lastig: zingen en tellen tegelijk.”

Beweeglijkheid was ook op de toneelacademie al niet zijn sterkste kant, lacht hij. Godzijdank hoeft hij niet te dansen. Desondanks is het repetitieproces fysiek zwaar. „Elke dag van tien tot zeven, zes dagen per week, en straks komen de avonden daar nog bij.” Dat vraagt om beheersing en discipline, merkt hij. Hij rookt niet en drinkt sowieso weinig, maar heeft voor de gelegenheid ook zijn sportregime flink opgevoerd. „Om het vol te kunnen houden. Ik ben tenslotte al 43.”

Als relatieve buitenstaander kan hij vrij snel constateren: er wordt ontzettend hard gewerkt in de branche. „Petje af, hoor, echt waar. Als iedereen het arbeidsethos had van mensen in de cultuursector, waren we in één klap uit de economische recessie.”

De tekst gaat verder na de video

Na de soldatenscène volgt een scène als Muysken, waarin hij afscheid neemt van Ciske na zijn tijd op de tuchtschool. Van der Ham heeft één zin tekst, een vaderlijk, bemoedigend: ‘Ik wist wel dat je het kon’. Als ze de scène één keer hebben gespeeld, grijpt regisseur Paul Eenens in. „Ben hier niet te bescheiden, Boris. Je hebt iets voor dit joch betekent, dat mag je best wel even oogsten. Pak dat moment!”

Ze doen het nog een keer. Van der Ham treedt meer op de voorgrond – de rug iets rechter, de borst breder. Ferm, trots, en met meer nadruk zegt hij: „Ik wíst wel dat je het kón!” Ter afscheid geeft hij nu ook een speelse boks tegen Ciskes schouder. Eenens: „Da’s een goeie impuls, Boris! Het is een klein rotzakje, maar wel een om van te houden.”

Het is razendsnel repeteren op de millimeter. Van der Ham, later: „Het zijn korte scènes waarvan de lading meteen duidelijk moet zijn.”

Foto Roy Beusker

De oude Ciske, Danny de Munk, met een van de acht jongens die nu Ciske spelen. Foto Roy Beusker

25 en 26 oktober, montage en persdag Ciske, Theater aan de Schie, Schiedam

Na vier weken repeteren in een donker zaaltje, verplaatsen cast en crew (85 man) naar een theater in Schiedam voor de ‘montage’: voor het eerst repeteren ze dan in het decor, met orkest, licht en geluidstechniek erbij. Alle scènes zijn af, maar nu wordt bekeken: waar staat of zit iedereen precies op toneel? Opkomst en afgang van de acteurs worden uitputtend doorgenomen. Regisseur Eenens waarschuwt de cast: de schuivende decorpanelen komen razendsnel naar beneden, als valbijlen. Acteurs moeten daarom tot op de centimeter precies weten waar ze staan – de juiste plek wordt gemarkeerd met tape.

Hoe cruciaal dat is, ervaart Van der Ham aan den lijve. „Tijdens de caféscène zag ik dat mijn stoel ontbrak, die moest ik toen zelf snel in de coulissen gaan halen. Ik lette even niet op, en kreeg bijna een decorstuk op mijn hoofd.”

Na de eerste montagedag vindt in Schiedam de persdag van de musical plaats. Daar komen 22 cameraploegen op af; waaronder ANP, Shownieuws en Telegraaf TV. De foyer van de schouwburg, stampvol journalisten, doet opeens denken aan het Binnenhof, en Van der Ham is zichtbaar in zijn element. Vier keer beantwoordt hij identieke vragen met in essentie hetzelfde verhaal, steeds even enthousiast. Hoe hij het vindt om terug te zijn in het theater? Eén grote snoepwinkel! Is het moeilijk? Och, hij heeft wel vier jaar toneelschool gedaan. De overeenkomst met de Kamer? Het is allebei hard werken, maar dit is vrolijker. Later: „Dit verschilt niet erg van mijn persoptredens als Kamerlid. Je krijgt steeds dezelfde vraag, zeker, maar je moet het antwoord wel elke keer menen. Net als bij acteren eigenlijk.”

De tekst gaat verder na deze video

Buiten het theater wacht ondertussen nog een cameraploeg van Tijd voor Max. Of hij als voorzitter van het Humanistisch Verbond even wil reageren op Schippers’ wetsvoorstel voor verruimde euthanasiewetgeving? Van der Ham trekt zijn trui uit, hijst zich in een colbert – zet een iets ernstiger gezicht op en steekt van wal. Moeiteloos. Na drie minuten is hij weer binnen: even snel een hap Ciske-taart, colbert uit, trui aan, en hup, het volgende lied repeteren.

„Dit lijkt misschien een beetje schizofreen, maar ik ben niet anders gewend. Mijn hart heeft altijd bij het theater én bij meer maatschappelijk werk gelegen. Ik ben een lapjeskat: dit zijn twee verschillende kleuren, maar het is wel hetzelfde beest.”

Voelt hij zich met zijn bestuurlijke functies tussen de zeer geroutineerde musicalacteurs niet een vreemde buitenstaander? Soms. „Waar zij in hun vrije tijd een voice-over inspreken, leid ik een bestuursvergadering.” De positie van nieuwkomer heeft ook voordelen. „Ik kan me enige onwetendheid permitteren; ik ben hier nu toch een beetje de stagiair. Dus ik schroom niet om advies of uitleg te vragen.”

Heeft hij zijn preset op orde, vraagt bijvoorbeeld een collega. Van der Ham: „Mijn wát?” Een andere collega schiet te hulp: presetten betekent dat je zelf achter de schermen je kleding, attributen en andere benodigdheden klaarlegt. „Zo lief, mijn collega’s nemen me soms echt aan de hand.”

Foto Roger Cremer

Boris van der Ham verkleed als Muyken, zijn rol in de musical Ciske de Rat. Foto Roger Cremer

4 november, generale repetitie, Theater aan de Schie, Schiedam

Vanavond wordt de voorstelling voor het eerst in één stuk door gespeeld, compleet met decors, kostuums, licht en orkest. Maar waar is Boris? In deze scène was hij toch soldaat? O, dáár: het karakteristieke kale hoofd blijkt schuil te gaan onder een donkerblonde pruik. „Ik heb haar daar, ja.” Grappend: „Daar ben ik heel trots op.” Even later duikt hij weer op als pastoor, in kerkelijk gewaad, compleet met bonnet. En als bezoeker in Artis is hij opnieuw onherkenbaar in zomers pak, met donkere pruik en plaksnor. In totaal verkleedt hij zich in de voorstelling negen keer. Eén keer heeft hij daar slechts twee minuten de tijd voor, een zogenaamde ‘snelverkleding’. „Dan staat er iemand in de coulissen die je helpt.”

Onder zijn soldatenuniform draagt hij alvast de broek van inspecteur Muysken. Overhemden hebben een sluiting van klittenband. En kijk: zijn schoenen hebben elastieken veters, dan schop je ze zo uit. „Soms zingen wij als koor vanuit de coulissen nog een lied mee. Dan sta je dus echt in je onderbroek met een halve snor op je gezicht te zingen.”

Moet de pruik af, dan gaat dat weinig zachtzinnig, met aceton – elke avond twee keer. De witte lijm van de plaksnor moet hij er keer op keer afboenen met alcohol. De acteurs worden nu ook ‘gezenderd’ – Van der Ham krijgt het microfoontje op zijn wang getaped – dus vloeken of geinen achter de schermen is er niet meer bij; de microfoon kan altijd aanstaan. „Heel gevaarlijk: je moet echt je muil houden. Dat ging bij de repetities nog wel eens mis. Dan moet de techniek echt roepen: koppen dicht!”

De generale gaat goed. Het publiek – veelal vrienden, familie en relaties, is enthousiast. Van der Ham zijn zus komt kijken. „Zij vond het vooral leuk om mij weer te horen zingen. Dat was voor het laatst in de schoolmusical.”

Foto Roger Cremers

Foto Roger Cremers

10 tot 13 november , try-outs, Theater Delamar, Amsterdam.

Bij try-outs zit er voor het eerst ‘echt’ publiek in de zaal. „Dan voel je pas goed hoe de zinnen vallen.” Boris van der Ham benut de tijd om een grap te testen, over Muyskens liefde voor kanaries. „Als ik dat te vet speel, stort die grap te pletter. Ik merk nu: hoe droger ik het zeg, des te guller is de lach.”

Een kennis die komt kijken, merkt op dat hij Muysken in een bepaalde scène te uitgelaten vond. „Daar zit wat in: het is wel een goeiige, maar ook stugge man. Ik heb die feedback met de regisseur besproken en speel die scène nu wat hoekiger.” Het soldatenloopje heeft hij inmiddels onder de knie.

Dezer dagen komen ook Stage-bazen Albert Verlinde en Joop van den Ende kijken, en die spreken de cast achter de schermen enthousiast toe. „Ze vonden het mooi, ja, gelukkig.”

Voormalige collega’s uit de politiek zijn nog niet geweest. Zou hij zich generen, als Pechtold opeens in de zaal zat? „Integendeel! Dit is óók mijn vak! En een prachtvak bovendien. Als mensen wel eens minnetjes doen over theater, is dat omdat ze nauwelijks beseffen wat het inhoudt. Ik zie juist veel overeenkomsten tussen theater en het politieke bedrijf. In beide werelden heersen grote toewijding en engagement.”

Hij wil zijn betrokkenheid bij de musical niet „politiseren”, maar een serieuze maatschappelijke lading heeft Ciske wel. „Ciske is een kansarm kind dat het zwaar heeft, en er komt geen romantische verlossing, zoals in Annie of Oliver Twist, waarin zo’n kind opeens rijke ouders blijkt te hebben, of door een miljardairskoppel wordt geadopteerd. Het onheil wordt niet bij toverslag afgewend, en het blijft gewoon heel hard werken, door Ciske zelf en mensen om hem heen die dat belangeloos doen. Geen rijke mensen, maar een leraar, een pater, een agent. Dat laat zien dat het loont als je je met zo’n kind bemoeit.”

Valt er uit zijn theaterervaring nog een politieke boodschap te destilleren? Uiteraard. „Ciske is compleet van eigen bodem, voor een groot publiek en van grote kwaliteit. Er moet veel meer ruimte komen om nieuwe Nederlandse theaterteksten op de planken te brengen.”

Opeens weer helemaal de politicus: „Nederlands drama zou zich veel meer op het buitenland kunnen richten! Ja, de taalbarrière, zegt men dan, maar met Deense series kan het toch ook? Echt, we hebben hier goud in handen.”

Première Ciske de Rat zondag 20 november, Theater Delamar, Amsterdam. Zie: delamar.nl