Column

Zeg me wat u koopt en ik zeg wat u stemt

De benoeming van Trump wordt in de kranten van ‘weldenkend Europa’ betreurd als het failliet van de democratie. Toch is de kern daarvan juist dat iedere stem telt, dus ook de stem van de xenofobe, anti-homo racist die zo scherp contrasteert met al die weldenkende lezers. Alleen, wat betekent het nog dat iedere stem telt, als de jonge generatie niet mee doet? Jongeren zijn, zo bleek in het VK en de VS, niet geïnteresseerd in stemmen. Degenen die in de Amerikaanse steden protesteren tegen Trump gaven toe dat ze niet naar het stembureau geweest waren. Dit is het nieuwe patroon: wel uitgesproken meningen, geen stemmen. Jongeren, maar ook heel veel ouderen zeggen dat ze „er niet meer geloven”, in overheden, politici, partijen. Participeren in een democratisch bestel vindt steeds vaker plaats dicht bij huis, rondom concrete zaken als woningen, veiligheid en ruimtelijke ordening. In protesten, van anti-Trump tot anti-globalisten en Cinque Stelle, lijkt de politiek slechts een aanleiding om een ongericht ongenoegen te uiten. Deze ideologie van tegen-zijn zonder duidelijk onderbouwde keuzes ondermijnt de democratie, die immers draait om afwegingen tussen ongelijksoortige belangen.

Het is niet makkelijk om de democratie te vernieuwen in antwoord op deze geëngageerde desinteresse. Daarom een gedachte-experiment. Wat als we democratische verkiezingen vervangen door een systeem van kunstmatige intelligentie? Stel je voor dat van alle burgers de voorkeuren opgeslagen worden: wat ze lezen, schrijven, eten, met wie ze omgaan, waar ze vaak komen, wie ze goedkeuren en afkeuren. Die mogelijkheid is echt minder ver weg dan u denkt. Het internet bestaat al lang niet meer alleen uit informatie die menselijke programmeurs hebben ingevoerd. Steeds meer omvat het signalen afkomstig van sensoren in apparaten die gedrag registreren, mobiliteit, koopgedrag, gezichtsuitdrukkingen, sociale netwerken en straks mogelijk ook voedselinname. Die apparaten bevinden zich in woningen, winkels en publieke ruimtes. Hun collectieve verbindingen vormen het internet der dingen. De analyse van deze enorme, continue datastromen biedt totaal nieuwe patronen, zowel collectief als individueel. Daar kun je van alles uit afleiden, bijvoorbeeld welk gedrag leidt tot betere gezondheid of minder milieudruk. En uit het gedrag kun je, met aanvullende enquêtes, ook de bijbehorende waarden benoemen. Die zijn te vertalen in politieke voorkeuren. Zeg me wat u koopt en wat u eet en wie uw vrienden zijn op Facebook en ik zeg u of en wat u stemt.

Vandaar is het g een grote stap om verkiezingen overbodig te verklaren. Meningen kunnen immers permanent gevolgd worden, en als de collectieve mening omslaat, waarvoor van te voren drempelwaardes afgesproken kunnen worden, kan het beleid aangepast worden. Of de leiders. Om het gedachte-experiment in extremis door te voeren: moeten we de hele regering niet door een programma van kunstmatige intelligentie vervangen? Nu al beschikken we over snelle zelflerende programma’s. Daarmee worden alle relevante beslissingen uit het verleden in alle landen geanalyseerd, om af te leiden wat in gegeven omstandigheden het beste resultaat geeft: de rente omlaag, belasting op vervuiling omhoog, soft drugs vrij geven, huursubsidies afschaffen, een oorlog beginnen – of juist niet. Je hoeft de president of premier niet te vervangen door een robot met metalen stem, de identificatie met een concrete persoon kan blijven bestaan, al zal zij/hij alleen tot ons komen in virtuele vorm.

Dat digitalisering de democratie vervangt, roept al snel Orwelliaanse angsten op. En toch, kunstmatige intelligentie in combinatie met lokaal engagement zou wel eens de nieuwe vorm van volksraadpleging kunnen worden.