Cultuur

Interview

Interview

Foto C. Daguet

‘Voor onaardige mensen schrijf ik geen muziek’

Bruno Mantovani

De gelauwerde Franse componist Bruno Mantovani gelooft niet dat vernieuwing nog mogelijk is. Je publiek verrassen kan nog wel.

Bruno Mantovani, een van de meest gelauwerde Franse componisten van zijn generatie, is net begonnen aan een nieuw stuk, want hij heeft vakantie. Klinkt dat als een paradox? Naast het componeren heeft Mantovani (1974) twee tijdrovende bijbaantjes: hij dirigeert, én hij is directeur van het Parijse Conservatoire. Aangezien het in Frankrijk schoolvakantie is, kan hij zich volop wijden aan het schrijven.

„Componeren is een gevecht”, zegt Mantovani aan de telefoon, „het eerste gevecht is tegen jezelf. Wat kan ik bijdragen aan een bepaald genre? Het gevecht tegen het schema valt daarbij in het niet. En vierentwintig uur is best lang, hoor.”

Componeren mag een gevecht zijn, verwacht van Mantovani geen sip gemompel over hoe zwaar het allemaal is. „Ik heb er een hekel aan als kunstenaars zich als slachtoffer presenteren. Boeken schrijven, schilderen, componeren, als je het met tegenzin doet, schei er dan alsjeblieft mee uit! Voor mij is plezier een spil van het leven. Ik ben net een nieuw stuk begonnen en dat maakt me gelukkig.”

Publiek verrassen

Zaterdag 19 november speelt het Signum Quartett in het Muziekgebouw aan ’t IJ de Nederlandse première van Mantovani’s Derde strijkkwartet (2015). Signum heeft alle technische kwaliteiten die een modernemuziekgroep nodig heeft, maar Mantovani is vooral gevallen voor hun klank: warm en diep en „Duits”, niet zo clean als veel Franse ensembles. „En ze zijn heel aardig. Voor onaardige mensen schrijf ik geen muziek.”

Net als het standaardorkest kampt het strijkkwartet met een enorme erfenis. Het is veel makkelijker om origineel te schrijven voor een ongewone bezetting van twee piano’s, drie fluiten en cello, aldus Mantovani. De afgelopen eeuw was een zoektocht naar nieuwe, baanbrekende ideeën, maar wat hem betreft is muzikale innovatie na componisten als Lachenmann, Sciarrino en Grisey eigenlijk niet meer mogelijk. Alles is wel geprobeerd. „Wat mij nu het meest interesseert, is de dramaturgie van een stuk. Hoe kun je je publiek verrassen?”

In het Derde strijkkwartet verrast Mantovani door stiekem een ander genre te beoefenen. Een van de eigenaardigheden van het klassieke strijkkwartet is dat het heel homogeen en democratisch lijkt, terwijl er een meerderheid van twee violisten tegenover één altviool en één cello zit.

Klein concerto grosso

Die „ongelijkheid” heeft Mantovani uitgebuit door „een non-democratische visie op het genre” te geven, waarin tegen de gewoonte twee grote solo’s zijn opgenomen. Hij noemt het daarom een „klein concerto grosso”. De term ‘concerto grosso’ stamt uit de barok en duidt op de wedijver tussen een orkest en een kleinere groep solisten. Een vierkoppig groepje strijkers zo noemen ligt niet voor de hand, dat is Mantovani ten voeten uit.

Behalve met dramaturgie heeft die keuze ook te maken met het temperament van de componist zelf. Mantovani, niet voor niets hoofd van Frankrijks meest prestigieuze muziekschool, haalt de muziekgeschiedenis erbij: je hebt componisten die goed zijn in opera’s en concerti (zoals Mozart), en je hebt componisten die goed zijn in symfonieën en kwartetten (zoals Haydn).

De opera’s van Beethoven en Weber zijn fantastisch, maar hun liederen zijn veel minder interessant, terwijl voor Schubert en Schumann precies het omgekeerde geldt. Het verschil is: gedijt een componist bij muzikaal conflict, of juist niet?

Mantovani’s natuurlijke habitat is die van de conflictmuziek: opera en concerto. Wanneer hij te maken krijgt met een ogenschijnlijk „democratische bezetting”, zoals het strijkkwartet, drijft hij daar met plezier een wig in – hoe aardig die musici ook zijn.