Trump bij de PvdA

Enigszins bezorgd liet ik mijn vrouw enkele krantenkoppen zien. „Asscher pakt Samsom stevig aan.” En: „Asscher overrompelt Samsom in debat.” Ik wist dat de PvdA-leden er soms eigenaardige opvattingen op nahielden over intermenselijke betrekkingen, maar was het de bedoeling dat ook de topmannen elkaar de tent uitvochten?

Het was haar als partijlid ook niet ontgaan, sterker nog: ze zat juist gebogen over een bericht waarin Samsom zich, een dag na het lijsttrekkersdebat, probeerde te verweren. „Deze aanval vond ik niet zo sympathiek en ongeloofwaardig”, zei hij. „Dus dan ben je een beetje verbaasd omdat je dat niet verwacht. Van begin tot het einde hebben we het samen gedaan. Daar ben ik trots op. Dan is het niet zo chic om de slechte kant naar de één te schuiven en het goede naar jezelf toe te trekken.”

„Die zit”, zei mijn vrouw. Ik moet er haastig aan toevoegen dat zij hierin geen onpartijdig partijlid is; zij heeft al eerder een lichte voorkeur voor Samsom als partijleider annex lijsttrekker uitgesproken.

Wat was het geval? Asscher had Samsom in het eerste debat verweten dat hij de partij tijdens de kabinetsformatie „niet had meegenomen”. „Je hebt ons het gevoel gegeven dat er werd gekwartet met onze waarden. We moeten erkennen dat er iets niet goed gegaan is.”

„Als Asscher dat toen ook al vond, had hij in Amsterdam moeten blijven”, zei mijn vrouw, „niemand dwong hem om vicepremier te worden.”

Ik probeerde haar een beetje te sussen, want als eenvoudig partijlid koop je niets voor mot met iemand die je partijleider kan worden. „Asscher moet zich onderscheiden in deze debatten”, zei ik, „hij is de aanvaller, Samsom de verdediger. En hij deed iets wat niemand had verwacht en waarmee hij dus de aandacht trok: Samsom aanpakken.”

Ze haalde haar schouders op. „Asscher moet oppassen dat hij zijn hand niet overspeelt. Wat hij hier deed, zal op veel leden slecht overkomen. Je kunt niet volhouden dat alleen Samsom vuile handen heeft gemaakt.”

Ik verlegde het gesprek naar de presentatie van de kandidaten. „Zag je verschillen?”

„Het zijn allebei goede sprekers”, zei ze, „maar Asscher heeft iets gezapigs, iets saais, Samsom is vitaler, dynamischer.”

„Zag je ook het Trump-momentje?”, vroeg ik. „Samsom zei na een kritische opmerking van Asscher: ‘Nu wordt het nasty.’ Trump zei in het debat over Hillary: ‘Such a nasty woman.’”

„Je wilt Samsom toch niet met Trump vergelijken?”, vroeg ze.

„Natuurlijk niet”, zei ik, „maar je kunt merken dat die lui naar hun Amerikaanse collega’s kijken. Asscher heeft van Trump geleerd dat de directe, scherpe aanval lonend kan zijn.”

„Dat moeten we nog even afwachten”, zei ze. „Er is nog een ander Trump-effect mogelijk. Men verwacht dat Asscher het wint, maar het zou mij niet verbazen als de partij het toch liever Samsom gunt. Samsom houdt ook beter contact met de partij, Asscher laat zich niet zo graag zien in de zaaltjes.”

Het lijkt mij een vorm van wensdenken, maar ik geef het maar door voor wat het waard is. Wij van de pers moeten immers nederiger worden. Als Samsom het straks wint, hoor ik mijn vrouw al zeggen: „Zie je wel, je had beter naar het volk moeten luisteren.”