Cultuur

Interview

Interview

Illustraties Willem

Charlie Hebdo-tekenaar Willem tekent tegen domheid

Interview Tekenaar Willem

Op zijn 75ste krijgt tekenaar Willem (Bernhard Holtrop) in het Stripmuseum in Groningen een tentoonstelling over leven en werk. Een halve eeuw drijft hij de spot met slechte mensen, als het moet met bloed, seks en geweld. „Vriendelijke tekeningen, wat heb je eraan?”

Als Bernhard Willem Holtrop geen tekenaar was geworden, zal nu misschien wel in de gevangenis. In het nieuws ziet hij allerlei figuren die zijn woede opwekken. Die figuren moeten kapot. In zijn tekeningen gebeurt er van alles met hen, met hun geslachtsdelen, ingewanden, hersenen, oogballen. Bloederige taferelen. Het is een soort opruimen, zegt hij. Dan is zijn hoofd weer leeg en staat het in de krant, in Charlie Hebdo, in Libération, vijf keer per week, en in een paar Franse maandbladen.

Hij tekent de ellende nu een halve eeuw van zich af. Dit jaar werd hij 75. Redenen voor het Nederlands Stripmuseum in Groningen voor een overzichtstentoonstelling. Er is veel oud werk te zien, zegt hij, tekeningen in het roemruchte periodiek Provo, in God, Nederland en Oranje, in de jaren zestig. Leuk hoor, maar doe hem maar nieuw werk, dat tegenwoordig alleen nog in Frankrijk verschijnt, waar hij sinds 1968 woont en werkt. Gelukkig is ook dat in Groningen te zien.

1711culstrip1

De expositie wordt zaterdag geopend door Roel van Duijn, Provo-kameraad van het eerste uur. Een week eerder zit Holtrop/Willem op de eerste verdieping van een café aan de Place Saint-Sulpice in Parijs. Het is 12 november, een jaar nadat bij aanslagen in het Parijse uitgaansleven 130 mensen omkwamen. De aanslag op Charlie Hebdo, waarbij zijn collega’s en vrienden werden vermoord, is in januari twee jaar geleden. Hij was per trein onderweg naar de redactie toen het gebeurde.

Vonnis van gestoorden

Charlie zit nu op een geheim adres, in een bunker. Bij aankomst moet je een sluis door, je tas op een band. Dan kom je in een tussenruimte. Daarna moet je nog een sluis door, dan pas ben je binnen, van onder tot boven doorgelicht. Dan kun je voor je werk grappen gaan maken, zegt Willem.

Ja hoor, hij zit hier prima op zijn gemak. Als ze je willen pakken, weten ze je toch wel te vinden. Je bent volkomen weerloos, overgeleverd aan het onnavolgbare vonnis van gestoorden. „Je kunt niets doen, behalve doorleven. Of je bang bent of niet maakt niets uit.”

Hij is te anarchistisch om ergens bij te willen horen, zelfs niet bij de anarchisten. Zeker niet bij de mensen die boos en bang zijn op en voor de moslims. Daar moet je mee oppassen, dat je in reactie op radicalen niet zelf radicaliseert. Je moet niet gek worden.

Hij ging in ’68 naar Parijs juist om er een buitenstaander te zijn. Fijn tekenen aan de zijlijn, met niemand wat te maken. Op zijn aanhouden na enkele afwijzingen mocht hij tekeningen gaan maken voor Charlie Hebdo-voorloper Hara-Kiri. In 1969 nam hij op een terras plaats naast wat de vrouw van zijn leven zou blijken. Ze wilde nog steeds nadat hij haar thuis in Noorwegen een serie piemeltekeningen had gestuurd. Sindsdien horen hij en Medi bij elkaar.

Ze zijn nog steeds amoureux, zo is te zien in de mooie film over Willems ‘koude woede’ (colère froide) uit 2007, die ook in Groningen te zien is. Ze wonen op Groix, een eiland voor de Bretonse kust. Ze zijn op bezoek bij hun kinderen en kleinkinderen in de buurt van Parijs. Willem heeft net een dikke stapel kranten gekocht en een groot glas rode wijn besteld. Medi is buiten, in de buurt. Waarschijnlijk ook in een café.

Tekening Willem

“De Middellandse Zee is niet meer wat het geweest is.” Tekening Willem

Hard en bloederig

Hij is een tekenaar, geen prater. Maar zijn tekeningen zijn onmiskenbaar. Zo aardig en beminnelijk als Holtrop is in real life, zo hard en bloederig kunnen zijn tekeningen zijn. De lichamelijke integriteit van zijn slachtoffers wordt op alle mogelijke manieren aangetast. Net goed, vindt hij. Hij probeert nare mensen belachelijk te maken, te laten zien wie ze zijn.

„Vriendelijke tekeningen, wat heb je eraan,” zegt hij. Hij tekent vaak over onze cynische omgang met migranten. Sommige mensen aan wie hij een hekel heeft, tekent hij graag, zoals de Franse politici Sarkozy en Hollande. „Het is grafisch leuker om harde dingen te tekenen. Ik teken om iets te zeggen. Dan kun je in de omgang best beleefd zijn tegen mensen.”

Je voelt sommige tekeningen bijna aan je lijf. Is het lekker om die ingewanden, genitale verminkingen en dergelijke te tekenen? „Ja, dat interesseert me wel. Als het zo uitkomt, als het in het idee past, dan kan het. In tekenen kan alles. Tekenen is voor mij een synoniem voor vrijheid.”

Het volk blijkt niet te vertrouwen

Het waren overzichtelijke tijden toen hij begon met tekenen. Je streed samen met het van inborst goede, linkse volk tegen het kapitalistische establishment. Nu blijkt het volk zelf evenmin te vertrouwen, zegt Willem. Ze kiezen de ene na de andere haatdragende joker om hun te gaan leiden. Nu is ‘het volk’ rechts en staat de ‘linkse elite’ voor alles wat fout is. Alles is omgekeerd.

Wat Trump zegt over vrouwen, pussy’s en immigranten vinden zijn aanhangers prachtig. Zoals hij zelf zei: hij zou iemand kunnen neerschieten, het zou zijn aanhangers niets uitmaken. They don’t care. Het maakt ze niet uit dat ze niet voor rede vatbaar zijn. Rede is typisch iets voor de politiek correcte, linkse elite. Behalve de rede heeft de elite geen wapens meer. Verwarrend, vindt Willem, is dat de ‘progressieve elite’ zelf ook niet deugt en met twee maten meet. Zie bijvoorbeeld de milde reactie op de escapades van Bill Clinton.

Is er nog tegenop te tekenen, tegen zoveel bekrompenheid, haat, moedwillig onbegrip? „Ik maak me geen illusies.” De wereld verandert niet zoveel door cartoons. Mensen kunnen er wel pissig en moorddadig door worden. Hij tekent niet of niet vaak over de profeet Mohammed. „Ik heb niks met Mohammed. Ik vind er niks van. Arme mensen hebben het geloof als reddingsboei. Dat moet je ze niet afpakken.”

„Je moet de vinger leggen op waar mensen dom zijn, verkeerd zijn. Dat is wat anders dan mensen botweg beledigen. Ik wil de islamisten uit de tent lokken met hun domheid. Het heeft geen zin om de Arabische kruidenier op de hoek te beledigen.”

Amis en copains

Hij lijkt onaangedaan als hij praat over de Charlie Hebdo-aanslag. „Ik laat het niet teveel merken.” Het is ook professionele deformatie, zegt hij. Als er wat ernstigs gebeurt, denkt hij meteen: hoe kan ik dat gebruiken? „Die afstand is er altijd. Maar dat vrienden en collega’s van mij worden vermoord, dat raakt mij wel.”

Het Frans heeft een handig onderscheid tussen amis en copains. Hij heeft maar een handvol vrienden, en een paar honderd copains, kameraden. De tekenaars Cabu en Wolinski, omgekomen bij de Charlie-aanslag, waren gewaardeerde collega’s. Tignous en Philippe Honoré, eveneens vermoord, waren vrienden. Toen Willem die dag aankwam in Parijs, ging hij meteen naar Libération om een tekening over de aanslag te maken.

De Saint-Sulpice slaat vijf uur, of half zes. Onderweg naar een ander café komen we Medi tegen. Die was juist onderweg naar Willem. In het andere café gaan ze dicht bij elkaar zitten, op een bankje aan de bar, bij het raam. Hier zaten ze in 1969 ook al naast elkaar, zeggen ze. Ze drinken rode wijn. Op Willems tekening in Libération, die maandag, rijdt Donald Trump onverstoorbaar in op een woedende menigte, zijn trophy wife als embleem voorop zijn wagen.

Willem Retour. Nederlands Stripmuseum, Groningen, 20 november t/m 31 maart.

Catalogus € 14,95, ISBN 978-94-91737-21-3