Radicale moslims verklaren oorlog aan christelijke gouverneur Jakarta

Blasfemie-aanklacht De christelijke gouverneur van Jakarta is in problemen. De religieuze tolerantie in Indonesië wordt danig op de proef gesteld.

Foto Beawiharta/Reuters

Als niet-moslim blijf je kwetsbaar in Indonesië, al heb je nog zo’n hoge functie. Dat ondervond de gouverneur van Jakarta, Basuki Tjahaja Purnama, bijgenaamd Ahok. Woensdag maakte de politie bekend dat ze – na lang aarzelen - een formeel onderzoek tegen hem instelt op verdenking van blasfemie. Gearresteerd is hij niet, maar hij mag Indonesië tot nader order niet uit. Als hij schuldig wordt bevonden kan hij vijf jaar celstraf krijgen.

„Dit is een zaak die niet alleen om mij gaat, maar om de richting die dit land uit gaat”, verklaarde Ahok, die niet alleen christen maar ook tot de Chinese minderheid behoort. Purnama was gouverneur van Jakarta sinds 2014, toen hij de als president gekozen Joko Widodo opvolgde. Hij heeft zich verkiesbaar gesteld voor het gouverneurschap, waarover in februari wordt gestemd. Omdat hij ook kandidaat is, droeg hij vorige maand zijn bevoegdheden over aan een waarnemend gouverneur.

‘Ahok’ reageert op het onderzoek van de politie:

Ahoks gouverneurschap en zijn kandidatuur leidden tot woede bij veel fundamentalistische moslims. Die vonden het vanaf het begin onverdraaglijk door een niet-moslim te worden bestuurd. Dankbaar grepen zij dan ook eind september een video aan, waarop te zien was hoe Purnama zijn tegenstanders voor „leugenaars” uitmaakte. Die hadden op grond van een vers in de Koran beweerd dat het voor moslims niet aangaat om niet-moslims als leiders te hebben.

De video werd wijd en zijd gedeeld. „Blasfemie”, riepen fundamentalisten in koor. Een dozijn van hen diende een formele klacht in bij de politie, hoewel Ahok zich naderhand voor zijn uitspraak had verontschuldigd.

Daar lieten ze het niet bij. Op 4 november werd een reusachtige protestbetoging gehouden in Jakarta, waaraan ruim 100.000 mensen deelnamen. Ze riepen om vervolging van Ahok. Toen justitie niet meteen reageerde, werd het apparaat er van beschuldigd de gouverneur de hand boven het hoofd te houden.

Schade voor de president dreigt

Ook oud-president Susilo Bambang Yudhoyono mengde zich in de zaak en riep op tot de arrestatie van de gouverneur. Belangeloos deed hij dat niet: zijn zoon is een rivaal van Ahok in de strijd om het gouverneurschap.

Door alle opwinding zag president Widodo zich genoopt een officieel bezoek aan Australië af te zeggen. Omdat hij nauw met Ahok heeft samengewerkt, dreigt er ook politieke schade voor hem.

Lees ook het afscheidsstuk van correspondent Melle Garschagen: Jij bent arm, ik ben rijk. Hier is alles verdeel en heers

De kwestie raakt de grondvesten van Indonesië. Op papier bestaat er volledige godsdienstvrijheid in het 250 miljoen mensen tellende land, waar zo’n 90 procent van de bevolking moslim is. En ook andere minderheden hebben in theorie dezelfde rechten. Maar vooral de Chinezen, die ruim 1 procent van de bevolking omvatten, hebben herhaaldelijk aan den lijve ervaren dat zij makkelijk het voorwerp van agressie worden. Dat gebeurde in 1965, toen duizenden Chinezen werden gedood tijdens de jacht op communisten, en in 1998, toen Indonesië in een diepe politieke en economische crisis belandde. Weer werden toen Chinese winkels en burgers aangevallen.

Ahok heeft zich als gouverneur bewezen als een kordate bestuurder, waardoor hij zich al snel populair maakte. Door deze affaire is zijn populariteit fors gedaald. Fundamentalistische moslims, die electoraal nooit een vuist hebben kunnen maken, ruiken met deze blasfemiezaak een kans meer greep op het land te krijgen.