Angst voor Bpost veroorzaakt politieke draai

Overnamestrijd De angst dat Bpost straks eigenaar wordt van PostNL leidt tot een politieke draai. Uitgesproken liberaal wordt economisch nationalisme.

Wat altijd opvattingen aan de politieke flanken waren, is nu de politiek van de middenpartijen. Het juichende economisch liberalisme dat sinds medio jaren negentig de norm in de Nederlandse politiek was, is omgeslagen in economisch nationalisme. Of de Europese voorvechters voor grenzeloze Europese concurrentie dat nu leuk vinden of niet.

De aanleiding? De angst dat Belgische Bpost, dat nog deels in staatshanden is, straks eigenaar wordt van PostNL. Zo zou de Belgische overheid als dominante aandeelhouder in Bpost een rol krijgen in de Nederlandse postbezorging, terwijl de Nederlandse overheid het staatsaandeel in de posterijen tien jaar geleden al heeft opgegeven.

Tot verrassing van Bpost hebben juist twee liberale bewindslieden, Henk Kamp van Economische Zaken en minister-president Mark Rutte, twee weken geleden al gewaarschuwd tegen de gevolgen van de Belgische staatsbemoeienis. Vorige week heeft het hele kabinet dat nog eens aangescherpt. En dinsdag diende een Kamermeerderheid een motie in met de boodschap dat de post een strategisch belang is voor Nederland. En dus opgenomen moet worden in een door Kamp voorbereide wet tegen ongewenste buitenlandse zeggenschap in bedrijven in cruciale infrastructuur.

Dat is de bevestiging van een complete politieke ommezwaai. De kentering heeft zich in een paar fases voltrokken.

Negen jaar geleden wensten het kabinet en de Tweede Kamer geen voorkeur uit te spreken in de overnamestrijd rondom ABN Amro. Was de fusie met de Britse bank Barclays het beste? Of de overname door drie concurrenten die ABN Amro vervolgens zouden opbreken? De vrije markt moest zijn werk doen. Laat beleggers maar kiezen, was het credo. En die kozen het hoogste bod, de bank werd opgebroken en een jaar later in de kredietcrisis genationaliseerd.

Kabinet was voor openstelling

Acht jaar geleden stelde Kamerlid Sharon Gesthuizen (SP) vragen aan het kabinet over de Europese postmarkt. Of het onwenselijk zou zijn als een buitenlandse partij de Nederlandse postbezorging zou overnemen. Bij monde van staatssecretaris Frank Heemskerk (Economische Zaken, PvdA) antwoordde het toenmalige kabinet dat het vóór openstelling van de Nederlandse postmarkt voor buitenlandse concurrenten was. Of de post door een Nederlandse of een buitenlandse onderneming wordt bezorgd, was „van ondergeschikt belang”.

In 2009 verkochten gemeenten en provincies hun elektriciteitsbedrijven Essent en Nuon aan respectievelijk RWE (Duits) en Vattenfall (Zweeds). Dat Vattenfall voor 100 procent staatsbedrijf was, maakte Nederland niks uit. Dat was hooguit ironie.

In 2013 deed het Mexicaanse telefoonbedrijf América Móvil een overnamebod op KPN. De Mexicaanse concurrent was eerder al een grote aandeelhouder geworden, met net geen 30 procent van het KPN-kapitaal. Het bod viel in slechte aarde. Was de vitale telefoon- en internetinfrastructuur bij de Mexicanen wel in veilige handen? Voordat het Mexicaanse veiligheidsplan beoordeeld kon worden, trokken zij hun bod terug. Zij voelden zich niet meer welkom toen een stichting die voor de zelfstandigheid van KPN moest opkomen een veto tegen het bod uitsprak.

In reactie op de Mexicaanse uitdager kondigde Kamp wetgeving aan tegen ongewenste invloed van buitenlandse grootaandeelhouders in vitale, strategische Nederlandse infrastructuur. Dat bleek lastiger uit te voeren dan aan te kondigen. Van het wetsontwerp werd jarenlang sporadisch iets vernomen. Nu staat het dankzij Bpost midden in het politieke debat. Het wetsontwerp moet begin volgend jaar bij de Tweede Kamer worden ingediend. Kamp zal overigens tegen die tijd de politiek verlaten.

Lees ook Verstaan PostNL en Bpost elkaar eigenlijk wel?, over de taalstrijd van de twee bedrijven

Politieke tournure

Met de motie dat de post in die toekomstige wet bescherming moet krijgen, is de politieke tournure gemaakt. Achtereenvolgende kabinetten waren trots op het feit dat Nederland níét aan economisch nationalisme deed. Dat diverse landen (VS, Canada, Frankrijk, Duitsland, Verenigd Koninkrijk, Italië, Spanje, Australië en Nieuw Zeeland) wél wetgeving hadden om buitenlandse overnames te toetsen of zelfs tegen te houden was kortzichtig. Nederland had het met zijn liberalisme bij het rechte eind.

Die opvatting is nu verlaten. Bescherming van nationale sectoren en bedrijven is elders inmiddels gewone politiek. Neem Duitsland. Daar bestaat toenemende angst dat Chinese overnames ertoe leiden dat (militair bruikbare) technologie in handen van de Chinese overheid terechtkomt.

Nederland was liberaal gidsland, maar de politieke wind is gedraaid. PostNL is het ideale symbool van nationaal erfgoed: het is zichtbaar op straat, het is een grote werkgever (49.000 banen), iedereen maakt er gebruik van en iedereen kent het. Zo stonden onder de Kamermotie dinsdagavond de namen van Agnes Mulder (CDA), Mei Li Vos (PvdA), Graus (PVV), Bruins (ChristenUnie), Dijkgraaf (SGP) en, uiteraard, die van Sharon Gesthuizen (SP).

Lees ook de column van Menno Tamminga: PostNL kopen? Zo doe je dat