Column

Japke-d. Neem ontslag en begin een start-up

We worden overspoeld met kantoorclichés op ons werk. Worden we daar beter van, vraagt zich wekelijks af.

Vroeger was een start-up iets voor pizza-etende jongens in de ICT die met vet haar en een capuchontrui hele nachten doorwerkten in hun garage in Silicon Valley en propjes papier in prullenbakken gooiden met een honkbalhandschoen aan hun rechterhand.

Die tijd is gelukkig voorbij.

Tegenwoordig kan iedereen een start-up beginnen, kan álles een start-up zijn, hoef je alleen maar een Kamer van Koophandelnummer aan te vragen, een koffiezetapparaat te kopen en een idee te hebben – en zelfs dat laatste is niet eens nodig – en kan je al beginnen in een Starbucks in Waddinxveen, thuis met de kat op schoot, of in een McDonalds in IJsselstein.

Op die fiets is er al een start-up die boodschappen rondbrengt, is er een clubje nerds dat losse artikelen uit kranten verkoopt, hoorde ik van een start-up die verloren portemonnees terugvindt en stuurde iemand me het plan voor een start-up die luiers kan laten appen als ze vol zijn.

Sterker nog. In ‘The Global Startup Ecosystem Ranking 2015’ las ik dat „Nederland de afgelopen jaren is opgeklommen tot het derde snelst groeiende start-up ecosysteem van Europa” en hebben we niemand minder dan prins Constantijn benoemd tot ‘special envoy’ om te zorgen dat er nog meer start-ups komen.

Nu denken jullie natuurlijk dat ik start-ups bla bla vindt. Omdat elke stagiair met een grote mond en nul werkervaring er één kan beginnen. Dat is natuurlijk zo. Maar als jullie denken dat ik hier een potje cynisch ga zitten doen, dan moet ik jullie teleurstellen. Ik ben namelijk een enorm voorstander van start-ups.

Want ik hou heel erg van alle glamour, komedie en gebakken lucht die erbij komt kijken. Neem een vegetarische slagerij. Als je die vroeger begon, moest je keihard aan de bak. Tegenwoordig doe je je haar in een knotje, laat je je baard groeien en begin je een biodynamische start-up met vegetarische pulled pork. Dan sta je al met vier nul voor.

Want als je een start-up begint, dan vliegt de innovatie je vanzelf tegemoet. Dan kun je naar borrels met Neelie Smit Kroes en op reis naar brainports en hippe „innovation hubs” als Stockholm, Tel Aviv en Berlijn om te kijken hoe ze het daar aangepakt hebben. „Iedereen met een internetverbinding kan een empire bouwen”, las ik ergens. Kijk, dat bedoel ik. De start-up is de VOC-mentaliteit die we in ons kikkerlandje veel te lang ontkend hebben.

Een start-up is ook altijd veel leuker dan een groot bedrijf met een raad van bestuur, een loongebouw en een wagenpark waar je keihard moet werken om je targets te halen. Dat hoeft allemaal niet in een start-up, sterker nog, ik adviseer iedereen met een start-up zo snel mogelijk te mislukken. Want dan kun je zeggen dat je een track record hebt, maar bovenal: dan kun je weer een nieuwe beginnen.

Want dat is het enige nadeel van een start-up: je kan het niet eeuwig blijven en als je succes krijgt, is de lol eraf. Dan word je een gewoon bedrijf met een pensioenplan, een bedrijfshulpverlener, een richtlijn voor kerstverlichting, en wil iedereen bij je weg om zelf een start-up te beginnen. Ik zeg dan ook: neem ontslag, begin zo snel mogelijk een start-up en geniet ervan. De start-up-fase is het leukste. Vanaf daar is het alleen nog maar downhill.