Cultuur

Interview

Interview

‘Het asieldebat is vaak totaal absurd’

Guido Hendrikx

In de IDFA-openingsfilm ‘Stranger in Paradise’ confronteert debutant Guido Hendrikx asielzoekers met hoe er over hen wordt gesproken in Europa.

‘Een asielzoeker kost in het eerste jaar 26.000 euro. Wie in deze klas kan berekenen hoeveel jullie Europa dit jaar zullen kosten?” De ‘leraar’ (acteur Valentijn Dhaenens) in IDFA’s openingsdocumentaire Stranger in Paradise stelt de vraag doodserieus aan elf recentelijk gearriveerde asielzoekers.

In de eerste lange film van Guido Hendrikx (1987) krijgen West- en Oost-Afrikanen en vluchtelingen uit andere gebieden argumenten voorgeschoteld die regelmatig opduiken in asieldiscussies in Europa. Ontredderd zie je hen luisteren en reageren op het steeds heftigere rechtse en vervolgens linkse pleidooi van Dhaenens.

„Negen van de tien documentaires die ik heb gezien over de kwestie, vertellen het verhaal vanuit het perspectief van de asielzoeker”, vertelt Hendrikx een week voor de première terwijl hij de laatste hand legt aan het geluid van de film. „Het is een nobel streven het lijden van de ander te verbeelden, maar volgens mij is het naïef te denken dat wij kunnen begrijpen wat zich in het hoofd van die ander afspeelt. Daarom vond ik het interessant een film te maken die meer over Europa gaat dan over de vluchtelingen zelf.”

Niemand zit op asielzoekers te wachten. Ook links niet.

Zijn we in Europa zo gevoelloos geworden door de overvloed aan tragische nieuwsbeelden dat we gechargeerde situaties nodig hebben? „Misschien”, antwoordt Hendrikx, maar dat was niet zijn belangrijkste reden om de argumenten van verschillende kampen op een confronterende manier in beeld te brengen. „Niemand zit op asielzoekers te wachten. Ook links niet: vaak is een humane opvatting vooral een poging om te laten zien hoe beschaafd mensen zijn. Tijdens bezoeken aan opvangkampen zag ik daar vooral mensen verpieteren. Als we echt met asielzoekers begaan waren, zouden we dat niet laten gebeuren. Pas met het lijdend voorwerp erbij, wordt invoelbaar hoe simplistisch redeneringen van zowel rechts als links zijn.”

Absurde situatie

Nog ongemakkelijker wordt het als in de film heel zakelijk wordt besproken wie in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning en wie niet. „Je komt uit Senegal? Ben je homoseksueel? Nee? Verlaat dan het klaslokaal.” De asielprocedure als ‘immigration game’.

Hendrikx: „Ik zie vooral het absurde van de hele situatie. Er zijn mensen die een ander stukje aarde willen bereiken, wij hebben daar een aantal regels voor opgetuigd. Het is een afvalrace, als je een aantal hindernissen hebt overwonnen, mag je bij ‘ons’ horen. Maar waar staan asielzoekers vervolgens? Ze hebben weinig zekerheid en bevinden zich onderaan de sociale ladder.”

Het is vooral de machtsverhouding die spreekt uit de procedure die hem interesseert. Als filmstudent maakte hij al de korte film Escort (2014), over de opleiding bij de Koninklijke Marechaussee tot ‘escortbegeleider’. Daarin toont Hendrikx hoe uitzettingen uit Nederland zo humaan mogelijk moeten worden uitgevoerd. „Dat levert situaties op waarin begeleiders zich heel nederig opstellen ten opzichte van asielzoekers: hun voor de uitzetting vragen of ze nog willen bellen of een glaasje water willen. Maar als het erop aankomt wordt iemand door vijf mensen het vliegtuig ingedragen.”

Geen morele bezwaren

Het idee voor Stranger in Paradise ontstond tijdens een verblijf in 2013 voor een filmproject op Lampedusa. Hendrikx: „Ik bracht dagen met de vluchtelingen door en werd geraakt door de kloof tussen hun toekomstdromen en de realiteit. Toen begon ik na te denken over de machtsverhouding die daaronder schuilgaat.” Hij ging terug naar het opvangkamp in Siculiana in Zuid-Italië. Tussen voetbalwedstrijdjes vroeg hij de asielzoekers om mee te werken aan een project over de publieke opinie in Nederland.

Morele bezwaren om een pas gearriveerde moeder met kind een foto van de verdronken peuter Aylan onder de neus te duwen, had hij niet. „Ik heb geprobeerd een deel van de werkelijkheid zo accuraat mogelijk te verbeelden. Daarvoor heb ik ook uitvoerig gesprekken gehad met medewerkers van de Immigratie- en Naturalisatiedienst. De essentie van het ‘selectiespel’ in de film klopt. Ook wat er verder in de lessen wordt gezegd is gebaseerd op ideeën en retoriek die echt het debat domineren. Maakt het uit of wij het nu zeggen, of de inwoner van een dorp waar ze misschien over anderhalf jaar belanden.”

Meestal reageerden de deelnemers achteraf positief: „Ze zeiden bijvoorbeeld dat ze beter waren voorbereid op wat hun te wachten stond. Vaak hadden ze geen idee hoe mensen in Europa over hen dachten. Ze krijgen erg weinig informatie hierover in de opvangkampen.”

Aan het slot van de film benadrukt Hendrikx bewust dat hij na de opnames weer vertrekt. „Er worden te veel films over vluchtelingen gemaakt waarbij makers pretenderen geëngageerd te zijn, maar die achteraf vooral bezig zijn hun film te verkopen. Ik heb mijn film zo integer mogelijk gemaakt, maar het is hypocriet te beweren dat ik asielzoekers help. Met de meeste mensen in de film heb ik geen contact meer.”