Officier van justitie: Geert Wilders zette aan tot haat

De Haagse officier van justitie Wouter Bos legde woensdag in de rechtbank uit waarom Wilders moet worden vervolgd.

Wilders was niet aanwezig. Ook zijn advocaat Geert-Jan Knoops ontbrak in de rechtszaal. Koen van Weel / ANP

De Haagse officier van justitie Wouter Bos wilde het bij aanvang van zijn requisitoir maar meteen gezegd hebben. De berechting van Geert Wilders is geen politiek proces, zoals de woensdag wederom niet in de rechtbank verschenen verdachte bij herhaling laat weten. Niemand heeft de aanklager naar eigen zeggen opdrachten gegeven hoe te handelen.

„Het Openbaar Ministerie opereert in individuele strafzaken onafhankelijk van de politiek. Daarvoor bestaan sterke rechtsstatelijke argumenten”, zei Bos. De avond voor aanvang van zijn requisitoir was hij door Wilders via Twitter nog persoonlijk aangevallen. De leider van de PVV plaatste een tweet met een gemonteerde afbeelding van Bos met een Turkse vlag en schreef dat de aanklager bezig is met een „heksenjacht”. Hij zou „in opdracht van de regering politici de mond willen snoeren”, aldus Wilders.

Alleen na „grondige bestudering van het recht en de specifieke omstandigheden van deze zaak en met gebruikmaking van alle expertise binnen het OM is overgegaan tot vervolging”, verzekerde Bos. „Niks meer en niks minder”. De wetgever heeft volgens het OM nu eenmaal gekozen „voor een actieve bescherming tegen discriminatie”. De door Wilders ingeschakelde getuige-deskundigen rechtsfilosoof Paul Cliteur en mensenrechtenhoogleraar Tom Zwart – die in de rechtbank betoogden dat een debat over de uitlatingen van Wilders alleen in de politieke arena thuishoort – moeten zich volgens Bos wenden tot de wetgever. En niet klagen in de rechtszaal.

Martelaarschap

Ook de bezwaren van degenen die vinden dat Wilders alleen maar politiek garen spint bij een strafproces verwierp Bos. Hij beroept zich op een aanwijzing van het OM uit 2007 waarin staat dat „in geen geval eventueel martelaarschap een argument is om dagvaarding achterwege te laten”. Justitie wil in de strafzaak tegen Wilders – die beschuldigd wordt van groepsbelediging en aanzetten tot haat en discriminatie - naar eigen zeggen slechts „achterstelling wegens ras” voorkomen.

De strafzaak wordt door het OM „met volle overtuiging” aan de rechter voorgelegd. Bij de vorige strafzaak tegen Wilders moest het hof het OM dwingen tot vervolging. „In deze zaak wordt een bevolkingsgroep collectief getroffen”, zei Bos. „De menselijke waardigheid wordt tot in de kern getroffen.”

Volgens het OM heeft de advocaat van Wilders, de woensdag eveneens afwezige Geert-Jan Knoops, geprobeerd „een karikatuur te maken” van de ongeveer 6.500 mensen die aangifte hebben gedaan tegen Wilders na de ‘minder, minder Marokkanen’-uitspraken van maart 2014. De verdediging heeft met „een vergrootglas” gezocht naar beperkt gemotiveerde aangiftes. Toen bleek dat niet iedereen begreep „hoe de juridische hazen lopen”. Maar het algemene beeld blijft volgens het OM overeind: ook ruim twee jaar later zijn veel mensen nog steeds geschokt door de oproep van Wilders.

Hij heeft bij veel mensen angst- en onveiligheidsgevoelens veroorzaakt en tweespalt tussen bevolkingsgroepen gezaaid. Veel Marokkanen vertellen in hun aangifte dat ze tegenwoordig op straat worden lastiggevallen door mensen die minder, minder roepen.

Bos bracht ook in herinnering dat binnen de PVV politici opstapten uit onvrede met de radicalisering van hun partijleider. „Het is een glijdende schaal. Dit is de druppel die de emmer doet overlopen”, zei destijds PVV-Kamerlid Van Vliet die meteen uit de partij stapte.

Vooraf doordacht en gepland

Door het horen van getuigen – Wilders beriep zich op zijn zwijgrecht – heeft de rijksrecherche geprobeerd vast te stellen of de uitlatingen van hem „vooraf doordacht en gepland waren”. Ja, oordeelt het OM. „Het was de bedoeling om de zaken zo scherp mogelijk te benoemen. Zodat het door de pers zou worden overgenomen.” Er is volgens de aanklagers ook „bewust gebruik gemaakt van de klassieke regels van de retorica, een opbouw in kracht”. Met als klapstuk de vraag: willen jullie meer of minder Marokkanen. Wilders beperkte zich volgens het OM bewust niet tot het roepen om minder ‘criminele’ Marokkanen. En om zeker te zijn dat zijn aanhangers het goede antwoord zouden scanderen, werd een medewerker van de PVV twee keer de zaal ingestuurd voor het geven van instructies aan het publiek.

Het latere verweer van Wilders dat hij alleen doelde op minder ‘criminele Marokkanen’ snijdt geen hout, volgens het OM. Tegenover relativerende opmerkingen staan namelijk ook weer nieuwe uitlatingen „waarin Wilders juist weer olie op het vuur gooide”. Bovendien zijn de uitspraken van 19 maart ‘een voltooid delict’. „De emotionele en maatschappelijke schade is al geleden. De strafrechtelijke klok kan niet meer worden teruggedraaid”, zei Bos.

Uit de Europese jurisprudentie concludeert het OM dat het „beledigen, belachelijk maken of discrimineren van een bevolkingsgroep voldoende reden vormt om de bestrijding van racistische uitlatingen zwaarder te laten wegen dan de vrijheid van meningsuiting”, betoogde officier van justitie Sabina van der Kallen. Ze wees er ook op dat het gebruik van audiovisuele massamedia „een extra verantwoordelijkheid met zich meebrengt om zich zorgvuldig uit te drukken”. Dat gold zeker voor Wilders die bewust „een batterij camera’s toesprak”.

Het OM pleitte ook voor het belang van de norm van verdraagzaamheid. Bos citeerde het feministische Kamerlid Betsy Bakker-Nort die in 1934 bij de strafbaarstelling van groepsbelediging zei: „Nederland heeft een te schoone traditie van verdraagzaamheid jegens alle godsdiensten en rassen, dan dat wij deze door ophitsers zouden laten vernietigen”, aldus de aanklager die eraan toevoegde: „Beter hadden wij het concept verdraagzaamheid niet kunnen uitleggen. Het is wrang om te constateren dat historische gebeurtenissen Bakker-Nort een paar jaar later al gelijk gaven.”

Onlangs heeft ook de Hoge Raad nog gewezen op het belang van verdraagzaamheid. Bos is het daar mee eens. „Voorkomen moet worden dat mensen als lid van een vermeend minderwaardige groep worden weggezet.”

De rechtbank lijkt definitief niet van de gelegenheid gebruik te maken om verdachte Geert Wilders te dwingen te verschijnen om als verdachte vragen te beantwoorden. De voorzitter van de rechtbank Hendrik Steenhuis zei woensdag nog niet „de persoonlijke omstandigheden van de verdachte” te hebben besproken. Maar de rechters achten zich hoe dan ook voldoende geïnformeerd over dit onderwerp.