Recensie

Een fabeldierenjacht die betovert

‘Fantastic Beasts and Where to Find Them’, het eerste scenario van J.K. Rowling, is een magische popcornfilm waarin alles klopt. ●●●●

Een zeer Britse held, Newt Scamander: zo’n professor die met vlindernet het imperium doorkruist. Geen Indiana Jones, eerder een wazige stoethaspel die erg vindingrijk problemen oplost die hij zelf veroorzaakte.

Eddie Redmayne maakt van dit archetype een aandoenlijkere held dan Harry Potter in Fantastic Beasts and Where to Find Them, een magische popcornfilm waarin alles klopt: personages, toon, plot, nestgeur. Scamander is bij ‘Potterheads’ bekend als auteur van een gelijknamig studieboek over fabeldieren. We zijn in 1926, als de jonge ‘magi-zoöloog’ na een wereldreis in New York arriveert met een koffer vol magische creaturen.


De toestand is grimmig. Magiërs en No-Majs – gewone mensen – zijn strikt gesegregeerd, de puriteinse sekte van ‘Second Salemers’ willen een heksenjacht, nu en dan zwiept een mysterieuze orkaan van razernij door de stad; als dan ook nog drie verboden fabeldieren ontsnappen, moet sloddervos Scamander op jacht in Central Park, geholpen door de heksenzusjes Goldstein en warme bakker Jacob Kowalski.

Met ‘Fantastic Beasts’ wordt Harry Potter een filmuniversum. Lees: Hollywood wil filmwerelden

Fantastic Beasts , het eerste scenario van J.K. Rowling, is verfilmd door David Yates, die van de laatste vier Potterfilms vrij grimmige affaires maakte. Maar tussen het zinloze routinespektakel dat Hollywood uitbraakt, is Fantastic Beasts een verademing. Een afwisselend komische, lugubere en ontroerende film, liefdevol gespeeld, rijk gestileerd en onvoorspelbaar tot de ontknoping, die vintage Harry Potter is. Xenofobie en racisme zijn Rowlings favoriete thema’s; in Fantastic Beasts voegt (seksuele) repressie de nodige gravitas toe aan de jolige jachtpartijen op bronstige neushoorns, stelende vogelbekdieren en draken die in een theepot passen. Een veelbelovend debuut.