‘Deze kinderlijke tekeningen zijn echt niet van Van Gogh’

Het ‘verloren’ schetsboek schaadt de reputatie van Vincent van Gogh. Dat zegt Louis van Tilborgh van het Van Gogh Museum. „65 nieuwe tekeningen van Van Gogh erbij? Dolgraag.”

Een van twee portrettekeningen van Joseph-Michel Ginoux (1835-1902), de eigenaar van Café de la Gare in Arles, waar Van Gogh van half mei tot half september 1888 logeerde voor hij naar het Gele Huis vertrok. Voorstudies, concludeert Welsh, voor het geschilderde portret dat in bezit is van het Kröller-Müller Museum. In het schetsboek ook portretstudies van mevrouw Ginoux en Paul Gaugain, de Franse kunstenaar met wie Van Gogh een tijdje samenwoonde in het Gele Huis. Tekening: Éditions du Seuil

Zelden werd verschil van inzicht tussen kunsthistorici zo direct en zo verbeten uitgevochten als dinsdagmiddag de onenigheid tussen Van Gogh-experts.

Terwijl op een persconferentie in Parijs met veel fanfare („De grootste ontdekking sinds de Codex van Leonardo da Vinci”) een studie over een onbekend schetsboek van Vincent van Gogh werd gepresenteerd, verspreidde het Van Gogh Museum vanuit Amsterdam een vernietigend persbericht over de authenticiteit van die 65 tekeningen.

Monotone, onbeholpen en krachteloze imitaties van Van Goghs tekenwerk, oordeelde het museum. In de perszaal in Parijs werd het meteen onrustig.

De Franse uitgever mopperde even later dat het museum een embargo had geschonden en met zijn statement „het feest had verpest”. Bogomila Welsh-Ovcharov (77), de Canadese ontdekker van het schetsboek, sloeg met een vuist op tafel. „Als ik zeg dat iets een Van Gogh is, dan is het een Van Gogh.”

Later op de avond deed het museum er nog een schepje bovenop met een ‘follow-up statement’. Daarin wees het museum op nog meer ongerijmdheden in het boek van Welsh.

Een ongemeen hard persbericht? „Nee, een duidelijke verklaring”, zegt Louis van Tilborgh, senior onderzoeker bij het Van Gogh Museum. De publicatie van Het verloren schetsboek van Arles, een groot boek dat in vier talen bij gerenommeerde uitgevers is verschenen, bezorgt Van Gogh „reputatieschade”, zegt Van Tilborgh, tevens hoogleraar kunstgeschiedenis. „Hoe leg ik mijn studenten uit dat Van Gogh ook de maker van deze kinderlijke tekeningen is?”

Negatief

Samen met collega-senior onderzoeker Teio Meedendorp neemt Van Tilborgh de tijd om nader op het schetsboek in te gaan. Al in 2007 keken de twee onderzoekers naar foto’s van 56 tekeningen uit het schetsboek. Daarvan waren er 21 gekocht door een Nederlandse verzamelaar, via internet, van iemand in Zuid-Frankrijk. De 35 andere tekeningen waren ingezonden door een man, met Franck Baille als zaakgelastigde. Baille is de Franse kunstconsultant die Welsh in 2013 attendeerde op het schetsboek. In datzelfde jaar heeft het museum op verzoek van Welsh ook nog naar een selectie originele tekeningen uit het album gekeken.

Steeds was het oordeel negatief. Techniek, voorstelling, stijl en herkomst – allemaal problematisch, concludeerden de onderzoekers. Dat van dat oordeel geen melding is gedaan in het dinsdag verschenen boek verbaast hen hogelijk.

Van Tilborgh: „65 nieuwe tekeningen van Van Gogh erbij? Dolgraag, wij willen niets liever. Maar dit boek is één grote teleurstelling.” Belangrijke tekortkomingen, zegt hij, worden niet geproblematiseerd, ongerijmdheden blijven onbesproken en nergens geeft de auteur argumenten waarom deze tekeningen van Van Gogh zouden zijn.

Collega Meedendorp laat zien hoe de onbekende tekenaar allerlei topografische fouten heeft gemaakt. Hoe, bijvoorbeeld het brugwachtershuisje bij de brug van Langlois opeens aan de verkeerde kant van het kanaal is getekend. En hoe de stoep voor het Gele Huis in Arles opeens een rare hoek maakt, omdat de tekenaar zich gebaseerd heeft op een tekening van Van Gogh waar die stoep die rare vorm heeft gekregen omdat een figuurtje op die plek deels is verkleurd.

Drie

Welsh stelde in een interview in deze krant de autoriteit van het Van Gogh Museum ter discussie en dan met name de wijze waarop echtheidsaanvragen worden behandeld. Dat kan niet van foto’s, vindt ze.

In eerste instantie kan dat best, zeggen de onderzoekers. Meedendorp: „We krijgen tweehonderd aanvragen per jaar. Daar zitten reproducties van kalenderbladen bij en schilderijen met een duidelijk andere signatuur. Bij de geringste twijfel vragen we de originelen op.” Dat gebeurt gemiddeld vijf keer per jaar. Sinds het museum in de jaren negentig met authenticatie is begonnen heeft dat tot drie toeschrijvingen geleid.

Bogomila Welsh klaagde dat het museum ook weleens van oordeel is veranderd: een doek dat aanvankelijk is afgewezen werd jaren later, in 2013, opeens wél als een echte Van Gogh herkend.

Van Tilborgh: „We leren steeds bij. En we zijn niet te beroerd onze fouten toe te geven.” Hij zegt benieuwd te zijn of Welsh dat ook zal doen.