De uitdager van Magnus Carlsen kijkt altijd blij

In New York vechten Magnus Carlsen en Sergej Karjakin om de wereldtitel schaken. Ze houden elkaar voorlopig in evenwicht, tot vreugde van de Russische uitdager.

Rechts wereldkampioen Magnus Carlsen, en tegenover hem uitdager Sergej Karjakin, in de vierde ronde van een tweekamp om de wereldtitel in New York. Seth Wenig/AP

Doordat er in New York na de derde partij tussen Magnus Carlsen en Sergej Karjakin een microfoon per ongeluk open stond, kon het publiek een korte conversatie volgen: Carlsen: ‘Heb jij een duidelijke winst voor mij gezien?’ Karjakin: ‘Nee, maar je was er wel dichtbij.’

Curieus dat ze zo vriendelijk met elkaar praatten, vooral omdat Carlsen zeer teleurgesteld moet zijn geweest. De wereldkampioenen van vroeger waren meestal grimmiger.

Carlsen zou blijven beuken

Het betekent niet dat Carlsen een Joris Goedbloed is. Voor de tweekamp begon had hij over Karjakin gezegd dat die een groot verdediger was, maar dat hij zou proberen om zo lang op hem in te beuken tot hij om zou vallen. De afgelopen dagen deed Carlsen dat ook, urenlang, zowel in hun derde als in hun vierde partij. In die partijen, die samen ongeveer veertien uur duurden en waarin in totaal 172 zetten werden gedaan, had Carlsen al vroeg groot voordeel, maar Karjakin viel niet om. Beide partijen werden remise, waardoor de stand 2-2 werd.

Woensdag was een vrije dag, donderdag begint de vijfde partij om 20:00 uur Nederlandse tijd.

En Karjakin blijft lachen…

‘Hoe voelt u zich, mijnheer Karjakin?’, werd op de persconferentie na de vierde partij gevraagd. Fantastisch, antwoordde hij. De dag daarvoor had hij ook al zoiets gezegd. Beide keren had hij na zijn miraculeuze ontsnappingen goede redenen om zich goed te voelen, maar blijmoedigheid lijkt ook een vaste karaktertrek van hem, in goede en kwade omstandigheden. Op foto’s vanaf zijn kindertijd tot nu zie je hem bijna altijd lachen.

Een trailer van de documentaire over Sergej Karjakin:

Sinds een paar dagen is op vimeo.com voor een bescheiden bedrag een korte documentaire van de Zweedse filmer Alexander Turpin beschikbaar, Sergey genaamd, die begint met beelden van een grote dag in het Oekraïense schaakleven. In januari 2002 werd de Oekraïener Roeslan Ponomariov wereldkampioen van de FIDE nadat hij zijn landgenoot Vasili Ivantsjoek in een tweekamp had verslagen. Er was toen een schisma in de schaakwereld en er was nog een andere en belangrijker wereldkampioen, Vladimir Kramnik, maar kampioen is kampioen en het is begrijpelijk dat Ponomariov op die beelden blij kijkt. Wie nog meer glundert is zijn secondant, Sergej Karjakin.

Een kind dat net twaalf jaar is geworden als secondant bij een wereldkampioenschap, dat is bijzonder. Ponomariov zegt in de film dat Karjakin in het team ‘coach tactiek’ werd genoemd, wat betekent dat hij goed was in het berekenen van concrete varianten. Je krijgt de indruk dat de kleine Sergej ook een beetje een mascotte was. Ponomariov zegt in de film dat hij vrolijkheid in het team bracht door zijn opgeruimd karakter en dat er gelachen werd om zijn grote oren.

…want zijn leven draait om schaken

Vanaf heel vroeg werd het leven van Sergej en zijn ouders bepaald door zijn schaakcarrière. Als hij negen jaar is verhuizen ze van Simferopol op de Krim naar Kramatorsk, in het oosten van Oekraïne. Daar is een vermaarde schaakacademie en Sergej voelt zich er als een vis in het water. ‘Ik kon daar makkelijk negen uur per dag werken’, zegt hij. Maar als de leider van de schaakschool sterft, gaat het gezin in 2003 terug naar Simferopol, waardoor volgens Sergej zijn schaakprogressie ernstig wordt vertraagd.

Het gezin beschouwt zich als etnisch Russisch en neemt in 2009 het besluit om naar Moskou te verhuizen en de Russische nationaliteit aan te nemen. Roeslan Ponomariov vindt het niet leuk dat zijn kameraadje van vroeger nu voor Rusland uitkomt, maar hij heeft er wel begrip voor dat Sergej in Moskou een beter schaakklimaat zocht. Alleen dat T-shirt van Sergej met de beeltenis van Poetin, en zijn steun voor de inlijving van de Krim…

Ponomariov zoekt naar de juiste woorden: ‘Ik vind dat hij daarin misschien wat te pragmatisch was. Maar ach, het leven gaat door en ik ben nog steeds een fan van hem’.