‘De kloof op de arbeidsmarkt wordt alleen maar groter’

Daniel van Vuuren, Centraal Planbureau Het CPB komt met een keuzemenu voor de politiek om het verschil tussen vast- en flexwerk te verkleinen. „Er is geen variant die de meeste gelijkheid oplevert.”

Vier op de tien werkenden in Nederland heeft inmiddels geen vast contract meer. Het aantal flexwerkers en zzp’ers ligt in verhouding hoger en groeit sterker dan in het buitenland. De stijging van het flexwerk zit daarbij vooral bij lageropgeleiden. Zo groeit de kloof tussen goed beschermde werknemers en kwetsbare flexwerkers. Het Centraal Planbureau (CPB) publiceert donderdag een onderzoek met drie richtingen om deze kloof te verkleinen. De keuze is aan de politiek en iedere optie heeft voor- en nadelen, zegt Daniel van Vuuren van het CPB. ,,We kunnen niet zeggen: deze variant levert per saldo de meeste gelijkheid én economische groei op.”

Waarom heeft Nederland in verhouding zo veel flexkrachten en zzp’ers?

„Er zijn veel institutionele redenen voor. Het verschil tussen vaste banen en flexbanen is erg groot in Nederland. Als je kijkt naar de mate van ontslagbescherming en loondoorbetaling bij ziekte. Dat maakt flexwerk voor werkgevers erg aantrekkelijk.”

Oftewel: flexwerk is veel goedkoper.

„Ja, dat klopt. Bij oproepkrachten, payrollers en tijdelijke werknemers heb je als werkgever minder last van cao’s. En zzp’ers zijn weer niet gebonden aan het minimumloon.”

Wat is de ideale verhouding tussen vast en flexibel binnen een bedrijf of binnen de economie als geheel?

„Daar is in algemene zin niets over te zeggen. Er is wel een optimale verhouding, maar die hangt erg af van je productiestructuur en je risicobereidheid. Meer ‘flex’ kan voor een Amerikaans bedrijf daarom beter werken dan voor een Europees bedrijf. Je moet wel risico’s kunnen nemen – anders word je een Noord-Koreaanse economie. En met flexibele werknemers kan een bedrijf zich sneller aanpassen. Het punt is dat de lusten van flexibele arbeid breed worden gedeeld, terwijl de lasten onevenredig terechtkomen aan de onderkant van de arbeidsmarkt.”

Flexwerkers hebben drie keer zoveel kans op werkloosheid en armoede, staat in het CPB-rapport. Wat zegt dat over de maatschappij?

„Dat de tweedeling op de arbeidsmarkt steeds groter wordt. Er is een groep die zijn zaakjes voor elkaar heeft en een groep die steeds meer moeite heeft om mee te komen.”

Een van de oplossingen is meer regulering van flexwerk, zegt het CPB. Aan wat voor regels moet je denken?

„Je kunt flexwerk net als in Frankrijk en Zweden bijvoorbeeld beperken tot bepaalde sectoren of bijvoorbeeld seizoenswerk. In Nederland is recent al de Wet DBA ingevoerd om het inhuren van schijnzelfstandigen tegen te gaan. En de Wet werk en zekerheid is bedoeld om het aantal tijdelijke banen te beperken en meer vaste banen te scheppen. Hoe effectief die wetten zijn weten we nog niet helemaal zeker, het is nog te vroeg om er een label op te plakken. Alleen: meer regulering en meer handhaving is geen eindoplossing. De kloof tussen vast en flex blijft bestaan en je houdt de prikkel voor werkgevers in stand om voor flexibele arbeid te kiezen.”

Een andere optie van het CPB is om vaste contracten te versoberen.

„Ja, de mate van bescherming breng je meer in lijn met flexibele contracten. Het is een herverdeling van risico’s en daarmee echt een keuze voor de politiek. Een nadeel is meer onzekerheid: denk aan een huishouden waarvan de kostwinner arbeidsongeschikt raakt. Anderzijds zitten die risico’s nu vooral aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Bij deze optie krijgt de populatie aan de bovenkant het wat meer voor de kiezen.”

Het kan wel leiden tot een klasse van „working poor”, zegt het CPB.

„In Angelsaksische landen speelt die discussie, ja. De vraag is of je de ongelijkheid effectief vermindert als je vaste contracten versobert. Vaste werknemers zijn niet alleen zelfredzame, hoogopgeleide mensen. Er zitten ook kwetsbare, laagopgeleide mensen tussen. Voor die groep maak je het lastiger, al kun je daar wel gerichte oplossingen voor bedenken.”

Is het politiek te verkopen? De meerderheid, ruim vijf miljoen mensen, heeft nog altijd een vast contract. Vakbonden staan niet te springen.

„Dat hangt af van de verkiezingen. Wij bieden als CPB een keuzemenu met economische voor- en nadelen.”

Ten slotte zegt het CPB: we kunnen flexibele banen ook ‘vaster’ maken.

„Zo breid je de ontslagbescherming en sociale zekerheid uit over de hele arbeidsmarkt. Het voordeel is dat de groep kwetsbare mensen beter beschermd is. Het nadeel is dat de lasten van het sociale stelsel hoger worden en je het risico loopt dat mensen er onterecht gebruik van maken. Denk aan randgevallen van mensen die net wel of net niet kunnen werken en een uitkering aanvragen.”

Het vaster maken van flex is wel een „complex en langdurig” traject.

„De uitbreiding van de ontslagbescherming en sociale zekerheid is inderdaad ingewikkeld. Voor zzp’ers is het wel relatief eenvoudig. Met een vorm van automatisch pensioen sparen voor zzp’ers kun je zo beginnen.”

Is er ook een middenweg mogelijk?

„Ja, het is logisch dat de politiek uiteindelijk voor een mengvorm zal kiezen. Het probleem zit aan beide kanten. Vaste banen zijn in Nederland erg vast en flexibele banen erg flexibel. In Europese ranglijstjes van zowel ontslagbescherming als flexibiliteit scoort Nederland erg hoog.”