‘Meer regels en handhaving dringen flexbanen niet terug’

Het CPB publiceert donderdag een aantal richtingen om de ongelijkheid tussen vaste werknemers en flexwerkers te verkleinen. Vier op de tien werkenden in Nederland hebben inmiddels geen vast contract meer.

Zzp'ers aan het werk in een verzamelgebouw in Amsterdam. Lex van Lieshout/ANP

De nieuwe wetten om het aantal ‘schijn-zzp’ers’ en flexbanen terug te dringen vormen „geen eindoplossing”. Dat zegt Daniel van Vuuren, hoofd van de afdeling werk en educatie van het Centraal Planbureau (CPB) in een vraaggesprek met NRC. Ook met meer regulering en handhaving blijven flexibele arbeidskrachten goedkoper en dus aantrekkelijker voor werkgevers, zegt hij.

In het rapport ‘Flexibiliteit op de arbeidsmarkt’ publiceert het CPB donderdag een aantal richtingen om de ongelijkheid tussen vaste werknemers en flexwerkers te verkleinen. Vier op de tien werkenden in Nederland, met name laagopgeleiden, hebben inmiddels geen vast contract meer. Flexwerkers hebben daarbij drie keer zoveel kans op werkloosheid en armoede als werknemers, staat in het rapport.

Een van de richtingen is meer regulering, zoals de Wet werk en zekerheid van minister Asscher van Sociale Zaken (Pvda) en de nieuwe ‘modelcontracten’ voor zzp’ers van staatssecretaris Wiebes van Financiën (VVD).

Of deze nieuwe wetten wel werken is nog niet „helemaal zeker”, zegt Van Vuuren, maar ze vormen geen definitieve oplossing: „De kloof tussen vast en flex blijft bestaan en je houdt de prikkel in stand om voor flexibele arbeid te kiezen.”

Een andere optie die het CPB beschrijft is het versoberen van het vaste contract op het gebied van ontslagbescherming en sociale zekerheid. „Het is een herverdeling van risico’s en daarmee echt een keuze voor de politiek”, zegt Van Vuuren. „Anderzijds zitten die risico’s nu vooral aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Bij deze optie krijgt de populatie aan de bovenkant het wat meer voor de kiezen.”

Een derde optie is juist betere arbeidsrechtelijke bescherming voor flexwerkers, zoals tijdelijke werknemers, oproepkrachten, payrollers en zzp’ers. „Het nadeel is dat de lasten van het sociale stelsel hoger worden en je het risico loopt dat mensen er onterecht gebruik van maken.” Volgens Van Vuuren is het „logisch” dat de politiek uiteindelijk voor een mengvorm zal kiezen.