Recensie

Bloemlezer Pfeijffer meer geïnteresseerd in het experiment dan voorganger Komrij

Ilja Leonard Pfeiffer maakte een bloemlezing van de Nederlandse poëzie van de twintigste en eenentwintigste eeuw.

Ilja Leonard Pfeijffer tijdens de Poëzieweek 2015. Foto Koen van Weel / ANP

Al snel schopte hij de klassieke bloemlezing van Gerrit Komrij in een hoek, vertelt Ilja Leonard Pfeijffer. „Komrijs bloemlezing was zo goed omdat hij waarlijk geen respect toonde voor reputaties. Dat moest ik ook doen.” Hij begon naar eigen zeggen van voren af aan. Het leidde tot een bloemlezing van ruim 1400 pagina’s, iets dunner dan de laatste uitgave van de aan de negentiende en twintigste eeuw gewijde ‘dikke Komrij’ uit 1996.

Vergeleken met dat boek heeft Pfeijffer veel aandacht voor de experimentele dichters. Hugo Claus en Lucebert krijgen van hem het maximum van twaalf gedichten toebedeeld, Gerrit Kouwenaar eentje minder. Dat Pfeijffer meer geïnteresseerd is in het experiment blijkt ook uit de aanwezigheid van Tonnus Oosterhoff, H.H. ter Balkt en Paul van Ostaijen met twaalf gedichten.

Geen Reve en Herzberg

De verrassendste naam in die informele top 10 is Erik-Jan Harmens, met wie Pfeijffer samen de bundel Duetten maakte. Geen vriendendienst, benadrukt Pfeijffer: „Ik vind Erik-Jan oprecht een van de belangrijkste dichters van Nederland.” Van zichzelf nam hij één gedicht op – de oplossing die Komrij ook altijd koos voor het probleem van het ‘zelfbloemlezen’.

De opmerkelijkste afwezigen in het gezelschap van 501 gebloemleesde dichters zijn Gerard Reve en Judith Herzberg.„Ik wilde twaalf gedichten van Reve opnemen”, vertelt Pfeijffer, „zijn erfgenaam vroeg daar te veel geld voor. Bij Herzberg heb ik niets kunnen vinden wat ik goed genoeg vond.” De enige vrouw met 12 gedichten is Annie M.G. Schmidt, maar volgens Pfeijffer is het percentage vrouwen in de rest van de bloemlezing (zo’n 20 procent van het totaal) niet uitgesproken laag.

Ilja Leonard Pfeijffer: De Nederlandse poëzie van de twintigste en eenentwintigste eeuw in 1000 en enige gedichten. Prometheus, 1436 blz. € 25,